Aard van het beestje

Fluitende smienten kleuren de winterse polders

Iedere week schrijft Caspar Janssen over een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier en waarom doet het juist nu van zich spreken?

Caspar Janssen
Een smient, ook wel ‘fluiteend’ genoemd. Beeld Margot Holtman
Een smient, ook wel ‘fluiteend’ genoemd.Beeld Margot Holtman

In grauwe tijden zijn er altijd nog de smienten. Op mijn hardlooprondje door de Middelpolder bij Amstelveen hoor ik ze groepsgewijs fluiten. De smient, die ook wel ‘fluiteend’ wordt genoemd, is zelfs voor mij makkelijk te herkennen op geluid, en is ook nog eens een kleurrijke eend – het mannetje althans, het vrouwtje is minder opvallend. In deze tijd van het jaar zijn ze ook nog op hun mooist, de volwassen mannetjes, in hun prachtkleed, zoals dat heet.

Vandaag, in een andere polder, bij Krommeniedijk, nog een meevaller: een paar uurtjes winterzon. Die schijnt over het grasland en de brede sloten, op een stolpboerderij in de verte. Het is hier ook opvallend stil, totdat de smienten weer gaan fluiten als een buizerd boven de weilanden jaagt. In het zonlicht komen de kleuren van de smient nog net wat beter uit: roodbruin, roomgeel, roze, grijsblauw, wit, blauw, zwart.

We bekijken ze vanuit de auto, om ze niet af te schrikken. ‘Ze maffen nu nog wat in het water’, zegt Fred Cottaar, die de smienten in deze polder al jaren volgt. ‘Hier kunnen zomaar vijfduizend smienten zitten.’

Enkele honderden voor onze neus. Ze staan ook aan de rand van het water. Cottaar ziet gekleurringde bekenden. ‘Ze rusten. In de loop van de middag worden ze actiever. En ’s nachts grazen ze de weilanden af. Dat is hier geen probleem, de boer die dit pacht van Staatsbosbeheer vindt die smienten zelf ook mooi.’

Overwinteringsgebied

Nederland is voor de smient wat Senegal is voor ‘onze’ grutto: overwinteringsgebied. De broedgebieden van de smienten liggen in Siberië en Noord-Scandinavië. Zowat de helft van alle smienten overwintert in Nederland, de brede sloten in de grasrijke veenweidegebieden van Noord- en Zuid-Holland zijn ideaal. Ze arriveren vanaf september, eind november zijn ze op volle sterkte, rond de 800 duizend overwinteraars. Een deel trekt verder, naar Frankrijk of Engeland.

Je moet soms een beetje mazzel hebben met dat kleurringen en zenderen, zegt Cottaar. ‘Een van onze vrouwtjes werd een paar jaar geleden teruggemeld door een vogelaar in Noord-Finland, uit haar broedgebied. Dat heeft zich drie jaar herhaald. Dat bevestigt de theorie dat smienten zowel plaatstrouw zijn aan hun broedgebied als aan hun overwinteringsgebied.’

En trouw aan hun partner. Cottaar: ‘In een polder hier even verderop heb ik nu een paartje dat voor de vijfde winter bij elkaar is.’ De vraag is dan: hoe vinden ze elkaar weer? Ze trekken weliswaar samen naar de broedgebieden, maar daar scheiden de wegen zich. De vrouwtjes broeden, de mannetjes gaan naar grote moerassen, waar ze massaal ruien. ‘Ze verliezen elkaar uit het oog. En ergens op de terugweg, of hier, treffen ze elkaar weer, en herkennen elkaar.’

Verguisd

Het ‘juweeltje’ onder de eenden wordt ook wel verguisd, omdat het een van de vogels is die het vogelgriepvirus bij zich kan dragen, en omdat hij gras eet op boerenland. Maar ontheffingen om ze te mogen schieten worden de laatste jaren stelselmatig vernietigd door de rechter. Al is het maar omdat de aantallen smienten sinds de eeuwwisseling teruglopen.

Goed, het is nu even rustig, maar schijn bedriegt: dit is ook de baltsperiode. Vooral zwaar voor de mannetjes, want er is een mannetjesoverschot. Paren, concurrenten van het lijf houden, het kost zo veel energie dat ze tot vijftien uur per dag moeten eten. In het vroege voorjaar gaan de smienten weer in de wieken, duizenden kilometers noordwaarts. De vrouwtjes bevrucht en wel. Het gebeurt in de Hollandse polders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden