Flaming June: het meisje van je dromen

Onschuldig, onwetend en tegelijk woest aantrekkelijk: schilders zijn verlekkerd op slapende vrouwen. Misschien wel het mooiste doek met een dutje is nu weer te aanschouwen.

Frederic Leighton: Flaming June.

In Sleeping Beauty, een film van Julia Leigh uit 2011, wordt een student, gespeeld door Emily Browning, ingehuurd door een schimmig bedrijf om tegen betaling vreemde mannen naast zich te laten slapen. De heren hebben zich aan één regel te houden: geen penetratie. Verder mogen ze alles.

Waarom die mannen grof geld betalen om naast een slapend meisje te liggen varieert per geval, maar de voornaamste aantrekkingskracht lijkt te draaien om macht: te kunnen verkeren in de nabijheid van een weerloos (en in dit geval bloedmooi) mens. Een afgezwakte versie van dit genoegen vinden we in het beroemdste schilderij van de Victoriaanse schilder Frederic Leighton: Flaming June (1895).

Dat werk heeft u misschien wel eens gezien. Het toont een mediterraan landschap met een zee en een stenen bankje waar, onder een rode oleander, een jonge vrouw in een oogverblindend, doorschijnend gewaad ligt opgekruld. Ze slaapt. Haar gezicht toont de uitdrukkingsloosheid van mensen wier lichaam in totale ontspanning verkeert. Blosjes kleuren haar wangen. Haar ruggengraat moet de flexibiliteit hebben van die van een kat.

Een raadselachtige figuur, deze June. Wie of wat zij precies is, is uit het schilderij niet direct op te maken. Zij moet het doen zonder symbolen of bijfiguren die haar in een mythologische of andere narratieve context plaatsen en houdt derhalve iets van een onbeschreven blad. Zij is wat zij is, een laat-Victoriaanse fantasie: zoet, decoratief, een product van de mannelijke fantasie - en dus onmiskenbaar erotisch.

Frederic Leighton: Colour Sketch for Flaming June (privécollectie).

Daarin is ze niet de enige.

Sinds mensenheugenis - of dan toch zeker sinds de Renaissance - hebben (mannelijke) kunstschilders schone slaapsters afgebeeld. Inderdaad: schone slaapsters, niet: schone slapers. Die laatste zijn namelijk op een hand te tellen. Een knappe slapende herder hier, een duttende cupido daar, al dan niet vergezeld door irritante engelen die op het punt staan om hem wakker te laten schrikken - meer is het niet. Maar meestal wordt toch het vrouwelijke geslacht slapend afgebeeld. En met slapend wordt bedoeld: in bed. Geheel of half ontkleed. Denk aan de Venetiaanse Renaissance-schilder Giorgione. Denk aan Rembrandt.

Zulke schilderijen bieden wat ik voor het gemak maar even voyeurisme in het kwadraat noem. Ze tonen vrouwen naakt c.q. half ontkleed c.q. in een aantrekkelijke pose. Dat is al voyeuristisch van aard. En dan verkeren die vrouwen ook nog eens in de kwetsbaarste toestand denkbaar: die van de slaap.

Wie was Frederic Leighton?

Sir Frederic Leighton, Eerste baron Leighton (1830-1896), was een Britse schilder van mythologische en bijbelse voorstellingen. Hij studeerde aan onder meer de l'Accademia di Belle Arti in Florence en kende Ingres en Corot. Ook onderhield hij nauwe banden met de kunstenaarsbeweging van de pre-rafaëlieten. Hij was president van de Royal Academy van 1878 tot 1896; zijn schilderijen vertegenwoordigden Groot-Brittannië op de wereldtentoonstelling van Parijs in 1900. Tevens had hij de dubieuze eer om de kortste drager van een barontitel te zijn in de Britse geschiedenis. Die werd hem gegeven op 24 januari 1896. Een dag later stierf hij.

We hoeven daar niet al te dramatisch over te doen, we hebben het hier tenslotte over schilderijen, geen mensen, maar toch heeft het iets ongemakkelijks, de vanzelfsprekendheid waarmee zulke werken de nog altijd geldende seksuele status quo bevestigen. Dat onbehagen wordt niet minder naarmate het kunstwerk ouder is, of de maker getalenteerder.

Stemt Flaming June ook ongemakkelijk? Wie daarachter wil komen, reist naar de plek waar het schilderij in het najaar van 1895 werd geschilderd, en waar het nu in een tijdelijke tentoonstelling met andere Leightons is herenigd: Leigthon House Museum in Londen.

Dat is een intrigerende plek. Het ligt in de wijk Kensington, op tien minuten wandelen van metrostation Earl's Court. De gevels zijn opgetrokken uit rode baksteen, achter het huis ligt een grote beeldentuin. De ontvangstruimte is gedecoreerd met oriëntaalse mozaïek, in het trappenhuis staat een opgezette pauw; het huis bevat ook een atelier, met vensters op het noorden.

Frederic Leighton, studie voor Flaming June.

Die ruimte is het interessantst. Daar, op de krakende vloeren en te midden van werk van andere pre-rafaëlitische schilders, hield Leighton toneelopvoeringen, ontving hij potentiële kopers, schetste hij zijn modellen en componeerde hij zijn schilderijen. Van oktober tot augustus, jaar in jaar uit. Ook in het najaar van 1894.

Ondanks de angina pectoris die bij hem was gediagnosticeerd (een aandoening die akelige pijn op zijn borst bezorgde en waaraan hij nog geen twee jaar later zou overlijden) had Leighton in die periode maar liefst zes schilderijen onder handen. Daaronder bevonden zich een lezende vrouw en de rouwende mythologische figuur Lachrymae. Ook was er een werk dat getoond werd in een gouden sierlijst. Dat was Flaming June.

De vraag op wie June was gebaseerd, heeft kunsthistorici lang beziggehouden. Dat raadsel is inmiddels opgelost. De slapende brunette, zo zou een detailstudie van het gezicht van June hebben uitgewezen, was geen hybride van verschillende modellen, maar gemodelleerd naar één vrouw, een meisje dat de kunstenaar een dikke vijftien jaar voor Flaming June al had ontmoet. Leighton moedigde haar aan actrice te worden en hield haar tot zijn dood aan als vast model. Haar naam was Dorothy Dene.

Frederic Leighton, studie voor Flaming June.

Deze Dorothy Dene, zo wil de geschiedenis, zou tevens degene zijn geweest die Leighton op het idee bracht voor Flaming June. Dat zat zo: op een middag was ze tijdens het poseren weggedommeld in de luie stoel van de schilder. Haar hoofd rustte op haar hand. Ze had haar benen opgetrokken.

Die pose beviel Leighton. Ze deed hem denken aan twee van zijn favoriete werken: Michelangelo's (verloren gegane) schilderij Leda en de Zwaan en diens sculptuur Nacht uit de San Lorenzo basiliek in Florence. Hij nam zijn krijt en papier en begon Dene's houding vast te leggen. Dat schetsje zou de oerversie worden van Flaming June.

Een van de aardigheden van de tentoonstelling in Leighton House is dat we Leightons vordering vanaf die eerste tekening tot aan de laatste vernislaag kunnen volgen. Dat begint met krijtschetsen, waarin de kunstenaar schuift met hoofd en ledematen, om van daar door te gaan naar de draperieën. Zij waren Leightons specialiteit: niemand liet kleding zo luchtig en levendig om een lichaam vallen als hij. Toen hij enkele maanden later met schilderen begon, had hij de compositie van het werk tot op de centimeter uitgedacht en hoefde hij zich slechts nog over één ding druk te maken: kleur.

Daarvoor stak hij zijn licht op bij een schilderij van een bewonderde tijdgenoot, Albert Moore's Midsummer. Dat doek hangt nu, toevallig, op een solotentoonstelling over Moore in Museum Buitenplaats in Eelde, nabij Groningen. Het toont drie vrouwen, twee met waaier, één wegdommelend op een troon.

Ze dragen gewaden in een weldadig oranje. Het was dit oranje, een oranje zinderend en verzengend als dat van een hete zomerdag, dat Leighton zou gebruiken, en dat zijn doek zo herkenbaar maakte. En maakt.

Wat niet betekende: succesvol. Dat was het namelijk niet. Niet echt tenminste. Niet lang. Nadat het schilderij tijdens en na de presentatie het nodige applaus had gekregen (de Britse kunstverzamelaar Samuel Courtauld noemde het 'the most wonderful picture in existence') kelderde June's status binnen enkele decennia zienderogen.

Illustratief lijkt een anekdote uit de jaren tien, toen het schilderij samen met vier andere Leightons tijdelijk onderdak vond bij het Ashmolean Museum in Oxford. Aldaar zou een assistent-conservator op zeker moment een merkwaardige bobbel onder het werk zijn opgevallen, een oneffenheid die bij nadere inspectie een duif bleek te zijn - het dier was verstrikt geraakt tussen het doek en de monumentale achterlijst.

De suppoost meldde het voorval bij zijn directeur.

Is het een dode duif, wilde die weten.

Welzeker, antwoordde de suppoost.

Albert Moore: Midsummer (1887).Beeld Foto: Gallery Bournemouth

Ach, sprak de directeur uiteindelijk, laat hem dan maar zitten.

Hoe en wanneer Flaming June en de dode duif van elkaar gescheiden werden, is niet bekend. Wat we wel weten is dat het werk vanaf de jaren zestig begon aan een gestage comeback. Via een Ierse klusjesman, een kapper, een pandjesbaas en een kunsthandelaar, zo valt te lezen in de catalogus, belandde het in de jaren zestig in het Museo de Arte de Ponce in Puerto Rico. Aldaar gaf men het schilderij een ereplekje én een eretitel: de 'Mona Lisa van het Zuidelijk halfrond'. Daarna was ze te zien op ansichtkaarten en koelkastmagneten.

Nu is June terug in Leighton House. Het is leuk om haar in het echt te zien. Een beetje ontnuchterend ook wel, zoals een ontmoeting met een date die je enkel kent van foto's. Net als bij andere schilderijen die je vaak op reproducties hebt gezien, ben je een kort moment teleurgesteld door de stoffelijkheid van het ding (er zitten kwast-streken in haar bil!) om daarna alsnog van je sokken te worden geblazen.

Dat zit hem in de virtuositeit van de schilder : de manier waarop hij de stof rond het lichaam laat spannen, de schittering van de zee en het waagstuk om een half schilderij met agressief oranje te vullen. Maar het zit 'm ook in Leightons vermogen een verstilde, passieve figuur er toch niet stijf of doods uit te laten. Er zit leven in June's roerloosheid. Zat er een speaker op het schilderij, dan hoorde je haar zachtjes snurken.

Flaming June: the making of an icon, Leigthon House Museum, t/m 2/4.

Albert Moore: over schoonheid en esthetiek, Museum De Buitenplaats, t/m 19/3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden