Flamenco als uitlaatklep

Flamencogitarist Paco Peña is op tournee in Nederland. Hij componeerde een 'requiem voor de aarde', uitgevoerd door een flamencogroep en een klassiek koor....

De schreeuw die flamencozanger Miguel Ortega door de ruimtelaat galmen, is niets minder dan een noodkreet. Siento pena enel alma/ Esperanza en el hombre/ poca me queda. 'Mijn ziel huilt,mijn hoop in de mensheid vervaagt.' De flamenco schuwde het groteleed toch al nooit, maar de oorzaak is ditmaal niet een verlorenliefde of een betreurd familielid, doch de teloorgang van MoederAarde.

De noodkreet klinkt deze weken in een groteske uitvoering vanhet Requiem Flamenco, een verrassende combinatie van een klassiekrequiem en de rauwe klanken van een flamencogezelschap. Debeginnoten van Ortega behoren tot het Mea Culpa, Nostra Culpa,spoedig valt het veertigkoppige Nederlands Concertkoor in.

Componist van dit 75 minuten durende muziekstuk is de beroemdegitarist Paco Peña (Córdoba, 1942), die zich de afgelopendecennia eerder liet zien als de kleine, ietwat timide maaroerdegelijke vertolker van vormvaste flamenco dan als eenactivistisch angehauchte grensverlegger.

Eenmaal eerder combineerde hij zijn grote liefde voorklassieke muziek met zijn 'eigen' achtergrond: in de MisaFlamenca, in de jaren negentig een wereldwijde hit onderflamencoliefhebbers, of misschien wel meer buiten die kring. Velemalen werd hem sindsdien gevraagd iets soortgelijks tecomponeren. Peña: 'Steeds weigerde ik. Ik beschouw mezelf nietals componist. Ik ben muzikant, en meer niet.'

Uiteindelijk wisten mensen hem over te halen, 'vanuit liefde,niet vanuit een commerciële druk'. 'Een comité van de SalisburyCathedral vroeg me iets te doen voor hun festival van 2004. Inoverleg kwamen we op een requiem - een stap verder dan de Misa.De geest van een requiem is ook in flamenco te vinden. De wraakvan God, het laatste oordeel, angst, vuur, hel, vergeving -sterke emoties. Er schuilt zo veel pijn in beide genres, dat hetbijna natuurlijk en logisch is om die twee te koppelen.'

Nee, flamenco heeft niets religieus. Zelfs de saetas dietijdens Pasen in Zuid-Spaanse processies klinken, hebben vanoorsprong geen religieuze lading. Maar, zegt Peña: 'Er schuilteen sterke, bijna spirituele kern in wat flamenco probeert tezeggen.'

Opmerkelijk: de componist van de Misa Flamenca en nu hetRequiem Flamenco is zelf allerminst godsdienstig. 'Ik benkatholiek opgevoed, en was ooit religieus. Nu niet meer. Ik hebervan geleerd en ik respecteer iedereen die het nog wel is. Maarde dogmatische beginselen, daar heb ik me van afgewend. Daar benik eerlijk in. Ik weet waar ik het over heb, maar ik geloof nietdat je per se religieus moet zijn om een requiem te schrijven.'

Peña begon zijn opdracht met de Dies Irae, de dag desoordeels, en ontdekte later pas de structuur en ingrediënten vaneen heel requiem. 'Al snel bleek ik de essentie van de teksteindeloos te herhalen in de flamencovorm. Daarom besloot ik dater een nieuwe dimensie bij moest. Zo kwam ik op een requiem voorde aarde, iets dat mij zeer bezighoudt. Als een commentaar op devernietiging van de aarde en het geloof in het behoud van denatuur voor nieuwe generaties.'

Nooit eerder was flamencomuziek de uitlaatklep van zoveelmaatschappelijk engagement. Het 75 minuten durende stuk werd inEngeland ondersteund door de milieuorganisatie Greenpeace. Nee,er schuilt geen Bob Geldof of Bono in de kleine Spanjaard. Eenambassadeurschap van Greenpeace is hem niet voorgesteld, en hijis er ook niet op uit. Evenmin zal hij zich ontpoppen totpolitiek activist. Het enige wat hij kan, is wat hij nu deed,zegt hij. Hij gelooft in de aanpak: 'Als je gegrepen wordt doorde muziek, denk ik dat je opener staat voor de boodschap'.

Internationaal waren de kritieken op de eenmalige uitvoeringin Salisbury lovend. 'De grootsheid van dit werk staat buitenelke discussie', schreef El País-criticus Ángel ÁlvarezCaballero, een van de poortwachters van de flamenco.

Nuchtere noorderlingen ervaren de combinatie van koor metflamenco misschien als te pompeus of te bombastisch. Ook is hetde vraag of de boodschap, verpakt in teksten van Homerus,vertaald in het Spaans, en vertolkt door een koor of in weinigverstaanbaar Andalusisch dialect, erg begrepen zal worden in,bijvoorbeeld, de schouwburg van Apeldoorn.

Maar ook voor wie de tekst ontgaat, blijft het een curiositeitom de meest dramatische gedeeltes van het requiem te horen in devorm van een peteneras (met een schitterend duet tussen sopraanen de flamencozangeres Charo Manzano) en een seguiriyas. Heteinde kreeg de vorm van alegrías, vrolijk en lichtvoetig.

Geboren in 1942 in het Andalusische Córdoba leerde FranciscoPeña Pérez, zoals hij voluit heet, op 6-jarige leeftijdgitaarspelen van zijn broer. Op zijn 12de trad hij voor het eerstop; sindsdien heeft hij nooit anders meer gedaan. Peña kwam tespelen in tablaos (horecagelegenheden waar commerciëleflamencoshows op het programma staan) aan de Costa Brava. 'Ikleidde er een makkelijk leven', zegt Pena. 'Ik verdiende mijngeld met een uurtje spelen voor toeristen.'

Het luizenleven was hem niet genoeg: 'Ik was ambitieus enwilde meer.' Aan de Spaanse zuidkust ontmoette hij zijnNederlandse vrouw, maar inmiddels had hij ook een andereontdekking gedaan. Door stom toeval ('De zus van een vriend vanme was met een Engelsman getrouwd, wij wilden daar wel eenskijken') belandde hij in Londen, waar hem gevraagd werd eensolo-optreden te verzorgen. Peña: 'Een solo-concert, dat bestondin flamenco helemaal niet. De aandacht ging altijd uit naar zangen dans. Ik was stomverbaasd: het publiek was wild enthousiastover mijn optreden.'

Gedreven door het succes vestigde hij zich in Engeland. Dejaren zestig: in New York werden triomfen gevierd door detoenmalige ster Sabicas, in Europa werd voor onwetend publiek detoon gezet door Manitas de Plata, de goudgetande vertolker vannepflamenco - wat de jetset (Brigitte Bardot, Salvador Dalí,Pablo Picasso) niet belette hem te omarmen als groot kunstenaar.

Peña, die zijn tijd verdeelt tussen zijn woonplaatsen Londenen Córdoba, heeft zijn eigen schare bewonderaars, zoalsjazzgitarist John McLaughlin en klassiek gitarist John Williams.Politicus Tony Blair mag hij tot zijn persoonlijke vriendenrekenen. Hij trad op met de Latijns-Amerikaanse gitarist EduardoFalú en jazzgitarist Joe Pass.

Minstens zo veel verdiensten als vertolker heeft hij in zijnrol als ambassadeur van flamenco. In zijn geboorteplaats Córdobazette hij in 1983 een jaarlijks concours voor de flamencogitaarop, bezocht door vele aficionados. Sinds twintig jaar is zijnnaam verbonden aan het Rotterdams Conservatorium, waar hijsupervisor is van de enige professionele flamenco-opleiding terwereld, een fenomeen dat zelfs in Spanje tot op heden ontbreekt.

Temidden van de vele cross-overs in de wereldmuziek, lijkt hetPeña erom te doen zijn leerlingen en luisteraars te herinnerenaan de traditie van de flamenco. Het is in zijn spel te horen:een peteneras die hij twintig, dertig jaar geleden vertolkte,klinkt bij zijn optredens van nu nog vrijwel hetzelfde. Voor hemgeen elektronisch geweld of pianofusies met jazzgiganten alsChick Corea of diens Spaanse evenknie Chano Domínguez, zoalsPaco de Lucía met verve deed. Ook geen innovatievegrensverkenningen à la Tomatito of Vicente Amigo, die tweeandere (jongere) gitaargoden.

Peña: 'Wanneer dat lijkt op een strenge les, moet ik meverontschuldigen. Maar de waarheid is: ik ben niet geniaal genoegom het beter te doen dan op mijn manier. Ik doe wat ik kan. Ikvind het belangrijk om de traditie te respecteren en levend tehouden. Als je niet de essentie van flamenco kent, wat flamencois, waar het vandaan komt en wat het probeert uit te drukken, danbegeef je je op dun ijs. Alles wat je als muzikant dan doet, kanzeer creatief zijn, maar dun in substantie.'

Op zijn twee decennia aan de Rotterdamse opleiding kijkt hijmet bescheidenheid terug. Vele tientallen afgestudeerdeflamencogitaristen leverde hij af. Hij roemt oud-leerlingen alsAdrian Nelissen, Tino van der Sman en Arturo Ramón, namenevenwel die het grote publiek niets zullen zeggen. De grootstenieuwe talenten komen nog altijd uit Spanje zelf. Peña:'Verbaast u dat? Mij niet. De meeste studenten zijn rond detwintig als ze beginnen. Zelfs als ze zeer goede leerlingen zijn,hebben ze een achterstand op elke Andalusiër, die de flamencovanaf zijn nulde om zich heen heeft. Die is geen achterstand vantwintig jaar, maar van twintigduizend jaar. In die periode vanje leven leer je het best en het meest. Dat heeft verder nietste maken met dat flamenco in je bloed moet zitten, alleen maarmet cultuur.'

Ja, dat vertelt hij zijn Rotterdamse studenten ook eerlijk.'Van twee studenten met hetzelfde talent zal de Spanjaard altijdbeter zijn dan de Nederlander. Maar ik wil niemand ontmoedigen.Mijn studenten worden misschien geen Paco de Lucia's, maar ik wilze op z'n minst in staat stellen hun zinnen te volgen, zichzelfte respecteren, en soms zelfs gerespecteerd te worden door andereflamencomuzikanten. De besten hoop ik boven mij uit te tillen.Ze moeten moderner spelen dan ik, en beter worden dan ik.'

Vacatures voor zijn eigen gezelschap heeft hij niet, maarelders is werk zat voor zijn studenten. Want flamenco leeftvolop, ook ver buiten Spanje. Dansscholen tot in Zwolle-Zuidkennen tegenwoordig hun richting flamenco, geen gitarist in spehoeft meer ver de deur uit voor de juiste leraar eninstructie-dvd. Waar je als aficionado twee decennia terug nogeen heel jaar moest teren op het geijkte Fiesta Gitana zijnoptredens (van wisselend niveau) tegenwoordig wekelijks in heelNederland te vinden.

Misschien is het door die veelheid dat Peña deze dagen metzijn imposante werk niet in de grote steden te vinden is, maarwel in plaatsen als Den Bosch, Eindhoven, Apeldoorn en Enschede.Heeft de culturele grootstedelijke elite een verzadigingspuntbereikt met flamenco en zijn vaste ingrediënten? 'In het geheelniet', zegt Peña. Althans: 'Ik merk er niets van. Depopulariteit van flamenco neemt nog steeds toe. Ik ben niet bangdat het over gaat. De vraag is alleen waar het heengaat metflamenco. Je moet de traditie beschermen, en er eerlijk enoprecht mee omgaan. Er zijn zoveel trends, er is zoveelkunstmatigheid - dat is een gevaar. Maar de flamenco zelf zalniet verdwijnen, daar is de muziek te sterk voor.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden