Fiona Sampson maakt het bloed, zweet en de tranen van Frankensteins schrijfster Mary Shelley voelbaarder dan ooit

Haar hele leven, schrijft biograaf Fiona Sampson in haar meeslepende In Search of Mary Shelley, is de auteur van Frankenstein eigenlijk onzichtbaar geweest.

Eerst was ze de briljante maar ziekelijke dochter van de feminist en pamflettist Mary Wollstonecraft en de radicale filosoof William Godwin. Daarna de vrouw van de dichter Percy Bysshe Shelley en de moeder van vier kinderen van wie alleen de laatste zou blijven leven. Na Percy's dood bevriend met en assistent van superdichter Lord Byron. En eigenlijk wordt ze ook overschaduwd door het monster dat ze creëerde.

Als in 1818 anoniem haar nog altijd fascinerende relaas verschijnt over de arts Frankenstein die uit lijken een levend wezen bij elkaar naait, denken de meeste critici dat Percy Shelley de schrijver is, die immers ook het voorwoord schrijft. Als zijn 19-jarige echtgenote al de auteur zou zijn, dan had hij haar vast geholpen.

Biograaf Sampson (die ooit taalkunde studeerde in Nijmegen en in Engeland een bekend dichter is) kan tweehonderd jaar na dato niet aantonen dat dat niet zo is, maar de Mary Shelley van vlees en bloed die zij tot leven wekt, zou zonder meer de enige auteur van Frankenstein kunnen zijn. Haar leven, voor en na het legendarisch geworden boek, past in alle opzichten bij de duistere vertelling van het monster en zijn maker.

In Search of Mary Shelley - The Girl Who Wrote Frankenstein

Non-fictie

Fiona Sampson

Profile Books;

320 pagina's; ca. euro 21.

Haar jonge jaren tussen de slachthuizen aan de toenmalige noordrand van Londen, tussen de radicaal vrijdenkende vrienden van haar vader, de ruzies met haar stiefmoeder, haar verliefdheid op de flamboyante atheïst Percy Shelley, een mislukte weglooppoging naar Frankrijk en Zwitserland, de zelfmoord van haar stiefzusje Fannie en van Shelleys eerste vrouw Harriet: duisterder en dramatischer kan het haast niet worden in een jong mensenleven. Alsof ze dat duistere en dramatische zoeken, bedrijven Mary en Percy voor het eerst de liefde op het graf van haar jong overleden moeder.

De roman Frankenstein is verrassend autobiografisch, lieten ook biografen voor Sampson al zien. De alpiene landschappen waar het speelt, de gletsjers, de locaties aan het Meer van Genève komen min of meer rechtstreeks uit Mary's reisverslagen. De donkere kille zomeravond waarin vrienden elkaar in Duitse stijl spookverhalen vertellen, is echt gebeurd. Maar meer dan andere biografen graaft Sampson met veel geduld en speurzin naar de ziel van Mary Shelley. Of ze die vindt, is de vraag, want het is een moeilijke zoektocht: vrijwel alle dagboeken van voor Shelleys tijd en van voor Frankenstein zijn verloren gegaan bij Mary en Percy's eerste wegloopavontuur in 1816.

Wat Sampson wel vindt, is zeker in hedendaagse ogen een schokkend zwaar leven, vol dood, verliefdheden, verraad, armoede, zwangerschappen en lichamelijke ongemakken vanaf haar jeugd tot haar dood in 1851 aan vermoedelijk een hersentumor. Het echte wonder van Frankenstein is niet dat Mary Shelley nog maar een meisje van 19 was toen ze het schreef, maar dat ze het überhaupt heeft weten te schrijven in de heksenketel die het leven voor haar moet zijn geweest. Sampson maakt Mary Wollstonecraft Shelley's bloed, zweet en tranen voelbaarder dan ooit en dat maakt zelfs Frankenstein interessanter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden