boekrecensie

Filosoof Miriam Rasch helpt ons nadenken over de mechanismen achter ons handelen ★★★★☆

Miriam Rasch gaat op zoek naar de betekenis van autonomie in een door data geregeerde wereld. Het mooie is dat ze zich niet laat verleiden tot een hetze tegen techniek, of tegen haar voorgangers.

Laurens Verhagen
null Beeld Prometheus
Beeld Prometheus

U heeft zojuist de beslissing genomen om deze recensie te lezen. Die beslissing kwam autonoom tot stand, denkt u, via een rationeel denkproces. Of toch niet? Misschien voelt u zich wel onbewust door uw omgeving verplicht het boekenkatern van de Volkskrant te lezen, om mee te kunnen praten. Of wellicht leest u dit stuk wel online en is het via de sturende algoritmes van de databazen van Google tot u gekomen. Dus hoezo autonoom?

Filosoof Miriam Rasch gaat in haar boek Autonomie – Een zelfhulpgids op zoek naar antwoorden op de vraag in hoeverre we anno 2022 nog wel autonoom (van het Griekse autos/zelf en nomos/wet, oftewel geregeerd door eigen wetten) kunnen handelen. De onderkop ‘een zelfhulpgids’ is daarbij uiteraard een ironische kwinkslag. De achtergrond van haar zoektocht is die van de datahongerige techbedrijven, die (zo wil het vaak gehoorde cliché) meer van ons weten dan onze eigen partners dat doen. En zo bepalen ze naar welke muziek we luisteren, naar welke series we kijken en tot welke producten we ons laten verleiden. ‘Wat is persoonlijke autonomie waard tegenover de algoritmes die op haar uit zijn?’, vraagt Rasch zich af.

Dat is een even terechte als urgente vraag. Vertrekpunt van Rasch’ zoektocht is de filosoof Immanuel Kant, van wie ze ook een lang fragment heeft opgenomen uit het werk Wat is Verlichting?. De beroemde openingszin daarvan luidt: ‘Verlichting is het uittreden van de mens uit de onmondigheid waaraan hij zelf schuldig is.’ Heb moed je eigen verstand te gebruiken, roept Kant zijn lezers toe. Oftewel: laat je niet leiden door welke externe instantie ook. Ruim tweehonderd jaar geleden was die buitenwereld natuurlijk niet Google of Facebook, maar kerk en staat, die van buitenaf de vrijheid van denken aan banden legden. Daartegenover plaatst Kant de eigen, autonome verantwoordelijkheid.

Een moeizaam ideaal

Een ‘prachtige en ontroerende’ passage noemt Rasch dit, ondanks de bezwaren die ze tegelijk heeft: ‘Ik mocht, ik kón, er als vrouw alvast niet aan meedoen, net zomin als wie toevallig geen lichte huid bezat.’ Ontroerend of niet, Kants nogal karikaturale begrip van autonomie als een puur redelijke aangelegenheid is in de loop van de tijd om meerdere redenen problematisch geworden. Rasch wijst onder meer op ‘een doorgeschoten idee van eigen verantwoordelijkheid’, die de samenleving verhardt tot op het bot. Met Kants bril op is iedereen immers zelf schuldig aan zijn miserabele bestaan.

Maar er is meer dat Kants ideaal onderuit heeft gehaald, met dank aan onder anderen Newton, Darwin, Marx en Freud, waarna de behavioristen, neurologen en computionalisten (de filosofische stroming die de mens ziet als informatieverwerkend systeem) het werk afmaakten. De mens, weten we nu, is speelbal en uitkomst van allerlei krachten buiten zijn controle om, zoals genen, opvoeding, cultuur, brein, hormonen, evolutie en maatschappij. En recenter ook van algoritmes, die ons (in de woorden van schrijver en historicus Yuval Noah Harari) tot hackbare dieren maken. Samen met de vrije wil is het autonome subject naar de schroothoop van de geschiedenis verwezen, constateert Rasch. We reageren op prikkels en duwtjes ‘als een automaat die misschien denkt dat hij bewust handelt maar eigenlijk een oeroud script uitvoert’.

‘Autonome’ machines

Einde menselijke autonomie, dus? Nou nee, al lijkt het er in het dagelijkse taalgebruik vaak wel op. We hebben het over autonoom rijdende auto’s en over computers die autonoom beslissingen nemen. Dat diezelfde auto’s en computers hun beslissingen nemen op basis van de receptuur die door mensen is ingevoerd, vergeten we gemakshalve dan maar even. Blijkbaar leggen we de autonomie-lat voor machines een stuk lager dan voor onszelf. Maar dat is niet het pad dat Rasch verder bewandelt. Net als haar vorige boeken Frictie en Zwemmen in de oceaan kan ook Autonomie gelezen worden als een antwoord op de vraag wat het betekent om mens te zijn in een door data geregeerde wereld.

Rasch diept het begrip autonomie daarbij op van de schroothoop. Dat doet ze met behulp van een term die sinds een jaar of veertig opgeld doet: relationele autonomie. Kants ideaal wordt zo ingeruild voor ‘de mogelijkheid een betekenisvolle relatie met de wereld te onderhouden’. Het mooie aan dit werkje is dat Rasch zich niet laat verleiden tot een hetze tegen de techniek of tegen Kant. In plaats daarvan onderneemt ze een poging het begrip autonomie op zo’n manier invulling te geven dat het weer zin krijgt.

Of liever nog: juist de zoektocht naar de betekenis van autonomie is bij haar een eerste stap van die invulling. ‘Alleen teruggeworpen op jezelf zul je het niet redden tegenover de massa-aanval van autonome of algoritmische technieken’, besluit ze. Autonomie betekent het aangaan van een relatie met de wereld en de ander: ‘Autonomie die danst met de heteronomie.’ Tóch een soort zelfhulpgids, dus.

Miriam Rasch: Autonomie – Een zelfhulpgids. Prometheus; 118 pagina’s; € 17.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden