Filosofische gesprekken

Het plezier dat Diderot in converseren had, spat van elke pagina af

Geef een filosoof een slimme gesprekspartner en hij zal zijn theorieën meeslepend en soms zelfs begrijpelijk uiteenzetten; geef hem een pen of een laptop en die theorieën gaan in onnavolgbare krulzinnen met hem op de loop. Dat maakt het filosofische gesprek zo'n plezierig genre: de filosoof richt zicht niet tot een anoniem publiek, maar tot een concreet persoon. De brief- of dialoogvorm komt nog het dichtst in de buurt van gesproken tekst.

Niet alle filosofen praten beter dan ze schrijven; Denis Diderot (1713-1784), een van de belangrijkste denkers van Frankrijk in de 18de eeuw, had de dialoogvorm niet nodig om zijn ideeën toegankelijk over het voetlicht te krijgen. Toch koos hij die vorm voor veel van zijn werk. Bij Van Gennep verschenen afgelopen winter drie dialogen onder de titel Filosofische gesprekken, helder vertaald en toegelicht door Hannie Vermeer-Pardoen.

Het grote publiek kent Diderot vooral als belangrijkste auteur van de Encyclopedie - voluit: Encyclopédie ou dictionnaire raisonnée des sciences, des arts et des métiers, waarin de gewezen abbé alle kennis uit zijn tijd wilde samenbrengen - en als auteur van romans als Le Neveu de Rameau en Jacques le Fataliste.

De laatste jaren is Diderot een soort van 'in', met dank aan Philipp Blom, die hem en zijn vriend baron Paul-Henri Thiry d'Holbach in 2010 in Het verdorven genootschap de plek in de geschiedenis teruggaf die hun toebehoort, namelijk die van hoofdrolspelers van de Verlichting. In de salon van D'Holbach at Diderot zich de ene indigestie na de andere en scherpte hij intussen zijn tong en zijn mening in lange discussies met mede-intellectuelen.

Het plezier dat hij in converseren had spat af van elke pagina in de Filosofische Gesprekken. Diderot, die zichzelf opvoert als 'Diderot' of kortweg 'ik', geeft zijn gesprekspartners alle ruimte voor hun ideeën en dringt niemand de zijne op. De toon blijft licht en speels. Als hij met de echtgenote van een maarschalk over het geloof praat - Diderot is atheïst en de Maréchale kan zich niet voorstellen dat hij desondanks probeert te leven als een goed mens - brengt hij terloops de borsten van een buurvrouw ter sprake, die 'zo welgevormd zijn als men zich maar wensen kan', waarna de Maréchale onmiddellijk gaat katten dat die buurvrouw haar borsten wel wat beter zou mogen bedekken.

Tussen de borsten door komen elementaire levensvragen voorbij: hebben dieren een ziel, wie heeft de wereld geschapen, hoe komen mensen aan hun moraal? Franse filosofie op zijn best.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden