Films over eenzaamheid en menselijk onvermogen

'In de komende jaren moeten we strategieën ontwikkelen om de markt te openen voor Europese kwaliteitsfilms en documentaires.' Als het aan staatssecretaris Rick van der Ploeg ligt, zullen zulke films vóór 2010 veel mensen naar de bioscoop trekken of hen bereiken via de televisie....

Van der Ploeg, die terloops ook meedeelde dat de regering komend jaar drieënhalf miljoen gulden extra aan film gaat uitgeven, sloot woensdagavond bij de opening van het twaalfde International Documentary Filmfestival Amsterdam mooi aan bij de hartenkreet van directrice Ally Derks: maak van het IDFA een instituut, besteed meer geld aan de distributie en geef de documentaire een eigen vertoningsplek. Met dat eerste begint zij zelf.

De openingsavond was een schoolvoorbeeld van hoe het volgens Van der Ploeg en Derks moet zijn. De mooiste bioscoop van de wereld, filmparadijs Tuschinski, was voor een groot deel gevuld met een 'elitair' publiek dat meer ziet in serieuze documentaires dan in frivool bioscoopvermaak, maar deze avond juichte voor volkszanger André Hazes, die werd omringd door zijn met gouden horloges en kettingen behangen vrienden, die bij het woord documentaire toch vooral denken aan de vakantievideo uit Benidorm.

De verbindende schakel was John Appel, de getalenteerde filmmaker die met André Hazes - zij gelooft in mij het fenomeen Hazes tot zijn ziel afpelt en een prachtige film maakte, de eerste kandidaat voor de Joris Ivens Award. Een echte Van der Ploegfilm: kwaliteit voor een breed publiek, in januari in een groot aantal bioscopen te zien, tegelijk met de uitbreng van een nieuwe cd van Hazes.

Eenzaamheid en verlangen naar liefde, een wanhopige geloofsgetuigenis dat Zij van hem houdt, het besef dat hij het steeds opnieuw moet waarmaken en dat elk moment zijn droomwereld in elkaar kan storten - Appel legt het vol mededogen maar tegelijk genadeloos bloot. We zien hoe de kleine jongen uit de Gerard Doustraat, ooit op de Albert Cuypmarkt ontdekt door Johnny Kraaykamp en inmiddels rijp voor een concert in de Arena, nog altijd één groot brok zenuwen is wanneer hij als een bokser de ring in wordt geduwd. Trillend en zwetend probeert hij de dampende zaal vol hitsige mensen tot de zijne te maken.

Appel maakt de kijker deelgenoot wanneer Hazes zich vasthoudt aan de microfoon, zoekt waar zijn stem is en als steeds begint met: 'Ik ben weer blijven hangen in de kroeg', of 'Ik loop op straat en niemand ziet dat ik me eenzaam voel'. Telkens weer komt zijn stem boven en groeit zijn volume in rijkdom, tot hij uitbarst in de hartverscheurende kreet 'Ik ben eenzaam'.

'Moet je luisteren', zegt hij na afloop, als hij huilend naar zichzelf heeft gekeken, 'ik ben met de billen bloot gegaan en dan moet je niet zeuren.' Hij heeft maar één vraag: 'Ik kom er toch niet uit als zielig, hè?'

Nee. Appels knap opgebouwde portret, beginnend en eindigend met een concert in de Rotterdamse Ahoy', is niet een afrekening met een zielepoot, wel een soms adembenemend beeld van een man vol eenzaamheid. Hij zingt het zelf en je ziet zijn eenzaamheid als hij op een stoeltje zit bij de vijver van zijn Vinkeveense huis, op een balkonnetje in Benidorm, op zijn televisiestoel bij de wand vol gouden platen, of op het moment dat hij het podium beklimt, rijp voor de slacht, om van zijn eenzaamheid te getuigen in zelfgekozen woorden, al of niet ontleend aan Prisma's Nieuw Nederlands Rijmwoordenboek.

Die eenzaamheid verbindt hem met iedereen die hem ziet en met al die anderen waarover het IDFA een hele week films vertoont, want eenzaamheid en gebrek aan communicatie vormen een kabeldikke draad door het programma van dit festival. Wanneer het twaalfde International Documentary Film Festival Amsterdam een portret is van de wereld aan de vooravond van een nieuwe eeuw, dan is tevredenheid ver te zoeken. De ene film na de andere getuigt van menselijk onvermogen.

De Deen Jon Bang Carlsen, die in Zuid-Afrika zoekt naar blanken van wie de veilige wereld gebroken is door het wegvallen van de apartheid, stuit op een vrouw wier man opeens verdween. Zij leeft nu alleen met de paarden die hij achterliet. In een land dat probeert met zichzelf in het reine te komen, vallen de stilte op en de verslaafdheid aan eenzaamheid die de blanken ter plekke houdt. De regisseur raakt er zelf van in de war, noemt zijn Addicted to Solitude 'notities voor een film' en blijft wat steken in zijn eigen onvermogen.

Eenzaamheid is koning in het voormalige Joegoslavië, waar verschillende regisseurs heengingen om te proberen een greep te krijgen op de ruïne van menselijkheid waar de rest van wereld alleen maar machteloosheid tegenover kan stellen. Liefs zeven films doen verslag, pikken een aspect eruit, proberen te verhelderen of laven zich aan het verdriet van slachtoffers. Door het zien van drie daarvan is het mogelijk het geheugen op te frissen, de feiten op een rijtje te krijgen en daar wat zinnige gedachten aan toe te voegen.

In The Valley concentreert Dan Reed zich op de Drenica-vallei, een schaakbord waar hij zowel Serviërs als Albanese Kosovaren volgt. Tegelijk laat hij de geschiedenis zien, teruggaand tot 1389, het jaar dat de Serviërs in Kosovo verslagen werden door de islamieten. Een mooi inzichtelijk verhaal over de achtergrond die het heden verduidelijkt.

In de BBC-documentaire A Cry from the Grave van Leslie Woodhead wordt met bestaand en toegevoegd beeldmateriaal gedetailleerd het verloop verteld van de val van Srebrenica, de 'veilige' enclave waar Nederlandse VN-militairen onmachtig bleken toen generaal Ratko Mladië zonder pardon de Bosnische bevolking verwijderde. Hij voerde de vrouwen weg in bussen en richtte onder de mannen de grootste massaslachting aan sinds de Tweede Wereldoorlog.

Door de aanwezigheid van de Nederlandse soldaten onder leiding van commandant Karremans komt de rampzalige gebeurtenis dicht bij huis. In zijn objectiverende benadering wijst Woodhead geen schuldigen aan, maar onmachtigen, tot en met het meelijwekkende geschutter van Karremans, die bij het verlaten van het kamp cadeautjes ontvangt van Mladië en nog vraagt of dat ene pakje voor zijn vrouw is, opgelucht dat hij het er heelhuids heeft afgebracht.

En dan is er de nieuwe film van Heddy Honigmann, Crazy, die een paar van dezelfde beelden bevat als A Cry from the Grave, maar niet echt een film is over de strijd in voormalig Joegoslavië. Voor Crazy heeft zij Nederlandse mannen (en een enkele vrouw) opgezocht die aan VN-legers deelnamen in Korea, Cambodja, Libanon en Bosnië, inclusief Srebrenica. Mannen die zij met beelden die zij vaak zelf maakten thuis laat vertellen hoe het was en van wie zij probeert te onthullen wat zij voelden: daar en later, toen ze weer thuis waren.

Crazy bevat verbijsterende verhalen van mannen die 'de grimmige waarheid van de waanzin' ondergingen, wier onschuld in korte tijd gesloopt werd, die zich wapenden in kameraadschap of 'een stuk gedrildheid', die geen individuen meer zagen in de groepen mensen in het oorlogsgebied, die 'de dingen namen zoals ze kwamen'. Er zijn mannen die thuis, twee jaar later, probeerden zelfmoord te plegen, die 'door de gehaktmolen gingen' en in die molen gekneed werden tot een ander mens.

Al die soldaten hielden zich daar vast aan een bepaald lied, dat thuis hun herinnering levend houdt. Het varieert van opera, Paul de Leeuw, Guns 'n' Roses tot Sunday, Bloody Sunday van U2. Crazy was het nummer van Seal bij de angstaanjagende videoclip die de BBC maakte van de oorlog in Bosnië, en de duidende titel van een film die veertig jaar onmacht en eenzaamheid verbindt, eindigend in een opwekkende toespraak tot nieuwe recruten die deel gaan uitmaken van een VN-vredesmacht.

De commandant waarschuwt dat de manschappen een zware taak wacht, maar: 'Kosovo is wereldnieuws, U maakt geschiedenis.' Even daarvoor heeft Honigmann minutenlang ingezoomd op het hoofd van een jongen die er al geweest is en wezenloos luistert naar Sunday, Bloody Sunday.

Er is op het IDFA genoeg vrolijks te zien, maar ook buiten de oorlogswaanzin vallen de vele andere verslagen van droefheid op. Daar is Frankreich, wir kommen! van Michael Glawogger, die de treurigheid laat zien van Oostenrijkse voetbalsupporters die hun land zien verliezen van Italië tijdens de WK vorig jaar. Of de confrontatie van een zwarte man, wegens verkrachting tot honderd jaar veroordeeld, met zijn blanke slachtoffers, zonder dat de film antwoord geeft op de vraag of hij echt schuldig is (Shadows of Doubt van Jonathan Stark).

Elsbeth Dijkstra maakte Staatsinrichting, over de berusting van vrouwen die voor hun man of zoon gaan zitten in de staatsgevangenis van Tadzjikistan. En er is de drang van een Deens meisje om met een DNA-test uit te vinden of een man echt haar vader is (Pappa och jag van Linda Västrik), terwijl die wetenschap haar niet echt vrolijker maakt.

Van privé-relaas tot wereldbeschouwing: het IDFA zit vol getuigenissen van onzekerheid van regisseurs die een gevecht leveren tegen de wereld, attenderen op zwakke plekken, uitwegen zoeken, hunkeren naar liefde en aandacht, en de filmkunst op een vaak creatieve manier gebuiken om hun zoeken en tasten in een aansprekende vorm te gieten die het publiek deelachtig maakt. En soms even hulpeloos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.