Achtergrond Paarden op filmsets

Films met paarden in de hoofdrol zijn er steeds meer - hoe pak je dat aan als filmmaker?

The Rider (nu te zien), Lean on Pete (idem) en Redbad (ook binnenkort) leunen op de rollen van paarden. Hoe pak je dat aan zonder de dierenbescherming op je dak te krijgen?

Charlie Plummer als Charley in de film Leon on Pete.

Ooit kon je maar beter geen filmpaard zijn, maar tegenwoordig gaat dat beter.

‘Onze paarden zijn bomproef-paarden, welke gewend zijn aan filmopnamen met vuur, rook, lawaai, wapens en grote groepen mensen’, zo adverteert Hippisch Centrum ­Muiderberg, gespecialiseerd in het ­leveren van film- en stuntpaarden. Manegemedewerker Arjen de Jong (36) stuurt een vast team van twintig stuntruiters aan en fungeert als ‘paardencoördinator’ tijdens opnamen van Nederlandse speelfilms. Redbad, de historische spektakelfilm van Roel Reiné over de Friese koning Radboud, (28 juni in première), is De Jongs meesterstuk. Honderd paarden tegelijk op een Nederlandse filmset, dat was nog niet vertoond. Ook de schimmel uit De Club van Sinterklaas-filmreeks werd ingezet: het paard van ­Sinterklaas vocht mee tegen de ­Frankische koning, die de Friezen met grof geweld wil kerstenen.

Sinterklaas en het gouden hoefijzer

Wie even zoekt, vindt op internet foto’s en een filmpje van De Jong op z’n stuntpaard, slepend met een enorme vuurbal. Beelden van de repetities voor Redbad, waarin de Friezen de Franken bij nacht aanvallen; vanaf het paard was de hitte van de brandende benzinebal voelbaar. Dit was, zo verzekert paardencoördinator De Jong, gevaarlijker voor de stuntmensen (die verkleed als ridders de 2 meter hoge bal met hun schilden moesten opvangen) dan voor het stuntpaard. Een van de vuurballen ontplofte nabij de visual-effectsexpert, wiens wenkbrauwen wegschroeiden. Slechts éénmaal tijdens de draaiperiode moest een paard getroost worden, toen het tijdens een massale vechtscène per ongeluk geraakt werd door een met een (namaak) zwaard-zwaaiende figurant. ‘Het dier had niks’, zegt Arjen de Jong. ‘Maar het is toch vervelend.’

Weinig zuinig op paarden

‘Acht, misschien negen beterschapskaarten’, zegt Redbad-producent Klaas de Jong (geen familie), over de opgelopen blessures bij de crew. Iemands been werd verbrijzeld door een filmpaard. Een ander dier was los gebroken en vanuit de vervoerstruck zo boven op het gezicht van een paardenverzorgster gesprongen. ‘We dachten allemaal: dit loopt niet goed af. Gelukkig heeft ze er niks aan overgehouden. Het klinkt misschien cru, maar die dingen komen gewoon voor als je met paarden werkt. Het was ook niet tijdens het filmen zelf. Met motoren gebeuren de meeste ongelukken, daarna met paarden. Of ­andersom – zou je eens op moeten zoeken.’

Ben Hur 1925

Lange tijd was de filmindustrie weinig zuinig op paarden. Iedereen kent de spectaculaire Romeinse wagenrenscènes uit de Ben-Hur-verfilmingen (uit 1925 en 1959), waarvoor paarden in volle galop onderuit werden getrokken met snoeren die aan hun voorste hoeven waren bevestigd, zodat de dieren met een rotvaart tegen het stof sloegen. Maar niemand weet het exacte aantal voor die films geofferde paarden. De ene bron noemt een getal van vijf, voor de film uit 1925, de andere bron gaat uit van honderd sterfgevallen– het werd vermoedelijk niet eens bijgehouden.

Als één afzonderlijk filmpaard een monument verdient, namens alle op de set werkzame dieren, is het de merrie uit de western Jesse James. In die grote hit uit 1939 springen Jesse en z’n broer (Henry Fonda) te paard van een 20 meter hoge klif, in een rivier. Paard en stuntman stonden boven op de rots op een glad platvorm, dat zodra de camera liep werd gekanteld. Vanwege het hoge risico was de stunt éénmalig en werd er met twee camera’s gefilmd. Die opnamen ­werden in de montage achter elkaar geplakt, zodat het lijkt of er achtereenvolgens twee cowboys te paard naar beneden donderen. Het paard verdronk, de stuntman werd gered. Toen de doodsoorzaak bekend werd, ontstond enorme ophef onder het Amerikaanse publiek. De dierenrechtenorganisatie American Humane besloot voortaan actiever te controleren op filmsets. Dat leidde tot de invoering van het op de aftiteling te vermelden en inmiddels ingeburgerde ‘no animals were harmed’-certificaat, opdat het publiek zeker weet dat de opnamen diervriendelijk waren.

Eigenwijs volk 

Het hielp niet altijd: zo presteerde de Amerikaanse regisseur Michael ­Cimino het om een paard op te blazen met dynamiet, wel min of meer per ongeluk, bij de opnamen van zijn desastreus geflopte maar in kleine kring gekoesterde epische western Heaven’s Gate (1980).

Redbad

Voor Redbad deed producent Klaas de Jong al ervaring op met paarden bij Penny’s Shadow, de jeugdfilm van regisseur Steven de Jong uit 2011 over een meisje en haar getraumatiseerde paard. ‘Dat was een drama op de set. Die meisjes en vrouwen die aan de film meewerkten, van de maneges, wisten álles zogenaamd beter. Nog nooit zo’n eigenwijs volk meegemaakt. Heel gevoelig ook, ze denken bij alles vanuit het paard. Mannen zijn daar toch anders in.’

De trailer van Redbad kwam deze week in het nieuws, nadat Google het filmbedrijf van producent De Jong per mail had geboden het advertentiefilmpje te verwijderen van onder meer de website redbaddefilm.nl en YouTube. Reden: de ‘schokkende inhoud’. Volgens producent De Jong acht het Amerikaanse bedrijf de beelden van het middeleeuwse kerstenen godslasterend, maar de specifieke reden valt niet te verifiëren bij de Google-advertentieafdeling. ‘Er is geen nummer dat je kunt bellen.’

In de trailer, die vooralsnog gewoon online staat, is ook te zien hoe hoofdrolspeler Gijs Naber zijn (nep-)zwaard diep in een paard steekt, waarna het dier omvalt. Dát filmpaard (plus ruiter) komt niet uit de stal van Hippisch Centrum Muiderberg, maar uit de Oekraïne. ‘We wilden nog wat meer durfstunts’, zegt producent De Jong, ‘dus toen hebben we het stuntteam van de Kozakken erbij gehaald. Kost wat geld. Maar die lui kunnen echt waanzinnige dingen met die beesten, ze laten rollen en zo, zonder dwang.’

Niks in de film was gevaarlijk voor paarden, zegt producent De Jong. Hij maakte zich meer zorgen om acteur Gijs Naber, die stelselmatig de ‘geen-galopclausule’ (in zijn contract opgenomen op last van de verzekeraar) negeerde. ‘Als-ie valt, kan je dat de film kosten. Op de set was het steeds: dit was toch draf, Klaas, geen galop? Nee Gijs, dat was wéér galop.’

Andre Haigh over zijn níet doorsnee jongen-en-paard drama Lean on Pete.

Andrew Haigh weet het. Zodra hij of wie dan ook zijn film samenvat (‘Het gaat over een jongen en een paard’), verandert er iets in de blik van gesprekspartners. O, zo’n film. Maar zo’n film is Lean on Pete niet. Zelfs al resteert er nog een vleugje Disney in zijn drama over het onfortuinlijke leven van de 15-jarige Charley (Charlie Plummer), een zachtaardige en eenzame bleke knul uit de Amerikaanse onderklasse die zich ontfermt over een gedoemd racepaard. ‘Een jongen en een paard, dat kan héél makkelijk enorm sentimenteel worden’, zegt de 45-jarige Britse filmmaker. ‘Tegelijk wil je het gegeven ook niet zover terug snoeren dat je niks voelt. Een ­delicate balans.’

Het paard, Pete geheten, biedt een luisterend oor voor Charleys sores. Dat doen paarden nu eenmaal, ook zonder je te verstaan. Maar verder schiet het door de renstal afgeschreven dier maar weinig op met de compassie van de jongen, die hem meeneemt, dwars door de woestijn.

Lean on Pete.

Haigh baseerde zijn film op de gelijknamige roman uit 2010 van de Amerikaanse schrijver Willy Vlautin. ‘Mijn enige ervaring met paarden was dat ik er ooit van eentje af ben geworpen toen ik een jaar of 8 was’, zegt de regisseur tegen de pers, na de wereldpremière van Lean on Pete op het festival van Venetië. ‘Sindsdien ben ik bang voor ze, als is dat nu wel minder. We werkten met uitstekend getrainde paarden. De échte racepaarden waarmee we werkten, waren wel zeer temperamentvol.’

Regisseren met dieren

De vriendelijke, enigszins formeel overkomende Brit, wist praktisch niks van het regisseren met dieren. ‘Als de trainer vroeg wat het paard moest doen, antwoordde ik eerst: oh, het paard kan gewoon doen wat het paard doet, we zien wel wat dat is. Nee, zeiden ze, dán gaat het paard gewoon gras eten. Je moet ze toch een reactie ontlokken.’

Lean on Pete mocht ‘geen Black Beauty’ worden, zegt Haigh, verwijzend naar de al vijfmaal verfilmde paardenroman van Anna Sewell uit 1877, waarin het paard uit de titel menselijke eigenschappen wordt toegedicht. Ook Sea Biscuit, Amerika’s vermaardste racepaard en nationale hoop in de crisis van de jaren dertig, goed voor drie biografische speelfilms, gold niet als rolmodel. ‘Ik wilde een meer naturalistische film, zonder al die close-ups van hoeven. Kes van Ken Loach, over een jongen en zijn vogel, dát was wel een inspiratiebron.’

Haigh schoolde zich als assistent-editor, op de sets van Ridley Scotts spektakels Gladiator en Kingdom of Heaven, en brak in 2011 door als regisseur van het intieme Weekend, over de verkennende verliefdheid van twee jonge mannen in Nottingham. Zijn daarop volgende drama 45 Years (2015), over de ineens kantelende liefde van een Brits echtpaar, hielp Charlotte Rampling aan haar eerste Oscarnominatie.

Mythisch Amerika

Dat Haighs volgende film zich afspeelt in ruraal Amerika, rond het poor man’s racepaardencircuit, lag niet in de lijn der verwachting van de producenten die de agent van de regisseur bestookten met filmscripts. ‘Na 45 Years kreeg ik scripts over ouderen toegezonden, zo werkt dat kennelijk. Dus straks krijg ik ineens dierenscripts. Of scripts over oude mensen en dieren. Of, vanwege Weekend, scripts over oudere gays én dieren.’

Anders dan gebruikelijk, in mythisch Amerika, trekken de jongen en zijn paard niet naar de beloftevolle westkust, maar juist de andere kant op, op zoek naar een familielid. ‘Dat vond ik interessant aan het boek: het is een andersom bewegende western. Charley zoekt geen vrijheid, maar zekerheid. Dat is ook het grote conflict in Amerika, denk ik. Mensen wensen individuele vrijheid, individualisme is er alles, maar tegelijk zie je de Amerikanen die achterop raken, vermalen worden. Charley heeft niemand. Er is alleen dat paard, een paard dat hem niet kan begrijpen.’

Een filmpaardenjaar

2016/2017 is, zo constateerden diverse buitenlandse kranten al, een sterk filmpaardenjaar. Vanwege Lean on Pete, vanaf deze week te zien in de Nederlandse bioscoop. Maar ook vanwege The Rider, de nog in twaalf Nederlands filmzalen draaiende Amerikaanse speelfilm van de Chinees Chloé Zhao, die een echte rodeo-jongen in de hoofdrol castte en met hem verbluffende opnamen maakte van het paarden-temmen; een soort rauw-realistische, waarlijk intieme versie van Robert Redfords paardengefluister in The Horse Whisperer (1998). 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.