Films die u deze week wel/niet moet zien

Wekelijks selecteert de Volkskrant films die u niet mag missen. En een aantal die u met gerust hart kunt overslaan. Deze week: Mommy, Whiplash, Dumb and Dumber To en Revenge of the green dragons.

Steven Spielberg Beeld NBC

Mommy

De Canadese regisseur Xavier Dolan wordt niet voor niets een wonderkind genoemd. Hij is pas 25 jaar en brengt met Mommyzijn vijfde speelfilm uit. Voor zijn debuut uit 2009, J'ai tué ma mère, een semi-autobiografische film over de relatie tussen een tienerjongen en zijn moeder, ontving Dolan drie prijzen op het Filmfestival van Cannes. Mommy was eerder dit jaar genomineerd voor een Gouden Palm op datzelfde festival en ging er met de juryprijs vandoor.

Net als J'ai tué ma mère gaat Mommy over de relatie tussen moeder en zoon en wordt de rol van moeder vertolkt door actrice Anne Duval. Diane, sinds drie jaar weduwe, gaat rokend, drinkend en vloekend door het leven. Als de zorgstellingen haar vijftienjarige zoon Steve met een heftige vorm van ADHD niet langer aankunnen, komt de zorg op de schouders van zijn moeder terecht en moet zij een manier vinden om met zijn grensoverschrijdend gedrag en agressieve uitingen om te gaan. Hierbij krijgt ze hulp van stotterende buurvrouw Kyla.

Volkskrant-recensent Kevin Toma schrijft dat Dorval haar rol kwetsbaarheid, diepgang en tederheid meegeeft. Antoine-Olivier Pilon (steve) en Suzanne Clément leveren subliem, gelaagd spel. 'Het beeldformaat 1:1 (vierkant) werkt eerst beklemmend, omdat het de kijker aan ademruimte ontbreekt, maar langzaam wordt deze stijl op de personages betrokken en ga je met hen meeleven, zozeer zelfs dat de kijker het worstelende trio aan het einde van de film in zijn hart sluit.'

Volgens The Guardian komt dat naast de interessante visuele stijl doordat de acteurs alles geven wat ze in huis hebben. 'En dat is veel, heel veel.'

Whiplash

Aan films over de concurrentiestrijd aan kunstinstellingen geen gebrek: denk aan Fame (1980) of Step Up (2006), maar Whiplash is totaal anders dan deze zoete, voornamelijk op tieners gerichte verhalen. Volgens Bor Beekman van de Volkskrant is het, ondanks de vele opzwepende composities, geen standaard muziekfilm omdat er te veel andere boeiende elementen aanwezig zijn: dreiging zwang en vernedering. Elke valse noot kan je de kop kosten. En de beklemmende stijl vol close ups van het bezwete hoofd van student Andrew (Miles Teller) trekt je mee in de wereld van talent en angst.
'Simmons maniakale muziekdocent is nét geen volbloed sadist, bij momenten flikkert er iets zachts in Fletchers blik. Ook als de film over de top schuift in de finale, in een wat artificieel muzikaal tweegevecht tussen meester en leerling, blijft Simmons fier overeind. Dit is zijn film.'

De filosofie van jazzdocent Terence Fletcher (J.K. Simmons) dat hij liever tien geknakte talenten ziet, dan één gemist genie. Op deze manier oefent hij een ware terreur uit over zijn leerlingen. De 19-jarige Andrew koestert de ambitie om de beste drummer ter wereld te worden en wordt door Fletcher in zijn A-klasje geplaatst. Daar moet hij zichzelf keer op keer bewijzen en over heel wat grenzen heengaan. Zelfs na een auto-ongeluk repeteert hij verder, pijn of niet. Fletcher heeft het beste voor met de leerlingen waar hij in geloofd, maar gaat hij te ver?

J.K. Simmons zet zijn rol in elk geval zó geloofwaardig neer dat zijn naam al volop in verband wordt gebracht met de Oscars.

Net als Mommy is Whiplash gemaakt door een jonge regisseur: de 29-jarige Damien Chazelle, die in 2009 debuteerde met Guy and Madeline on a Park Bench. Het is mooi om te zien dat er een nieuw generatie barstend van het talent en de ambitie opstaat.

Dumb and Dumber To

Nee, er is geen letter weggevallen, de spelfout in de titel zit er natuurlijk expres. En deze flauwe woordspeling zet meteen de toon van de komedie vol plas en poepgrappen. Je zou misschien verwachten dat er een reden is waarom de opvolger van de hilarische cultklassieker Dumb and Dumber ruim twintig jaar op zich heeft laten wachten. En die is er ook. Het komt helaas niet doordat het script tot in het kleinste detail geperfectioneerd is of door de ontwikkeling van een spannende nieuwe regievisie: het lukte simpelweg niet eerder om het tweede deel van de grond te krijgen.

Niet alleen Pauline Kleijer van de Volkskrant geeft dit tweede deel twee sterren, Filmtotaal en het Parool zijn het hier roerend mee eens. De laatste noemt het een 'niet meer dat een gemakzuchtige toegift' dat in het verlengde ligt van de reeks matige films die het regieduo Peter en Bobby Farrelly de afgelopen jaren geproduceerd heeft. 'De combinatie van platvloerse grappen, sociale satire en een sentimentele strekking werkte optimaal in 'There's something about Mary' en 'Me, myself & Irene', maar in de veertien jaar die volgden werden de Farrelly's links en rechts ingehaald door nieuwkomers als Judd Apatow, Todd Phillips en Seth MacFarlane.'

Wellicht kunnen hardcore fans van het eerste uur af en toe lachen tijdens de 110 minuten waarin het dommige duo Harry (Jeff Daniels) en Chris (Jim Carrey) een roadtrip maken, nadat Harry ontdekt dat hij een dochter heeft. Dit nieuws komt op het juiste moment, want Harry is op zoek naar een donornier en het zou mooi zijn als dit nieuwe familielid hem zou kunnen helpen. Uiteraard loopt de reis niet als gepland en gaat er onderweg van alles mis.

Als je geen hang hebt naar de nostalgie van de vroege jaren negentig, kan je dit slappe aftreksel net zo goed overslaan.

Beeld Universal Pictures

Revenge of the Green Dragons

Sonny (Justin Chon) en zijn vriend Steven (Kevin Wu) zijn twee immigranten die zichzelf snel weten op te werken in de Green Dragons-bende in het New York van de jaren '80. In deze gewelddadige bende leren de jongens de vier spelregens voor moord: gebruik altijd een niet-traceerbaar pistool, schiet altijd recht in het hoofd, zorg dat er geen getuigen zijn en blijf van blanken af, want dan komt de politie pas in actie. Natuurlijk is dat precies wat er mis gaat in deze voorspelbare film: de Chinese bende raakt daardoor in een steeds verder escalerende strijd met The White Tigers verzeild.

Revenge of the Green Dragons is gebaseerd op een artikel uit The New Yorker van Frederick Darren en berust grotendeels op ware gebeurtenissen. Dat zou een spannende invalshoek kunnen bieden, maar wat het vooral doet is dat je als kijker nog misselijker wordt van de grafische uitingen van geweld en het vele bloed. Dat is lang niet voor iedereen weggelegd.

Verder is het probleem volgens Volkskrant-recensent Berend Jan Bockting vooral dat de film hinkt op een aantal genres. Ergens zit een smakelijke cultfilm verstopt, maar deze potentie wordt ondergesneeuwd door zijpaadjes vol actie en misdaad. 'mensensmokkel, drugshandel, oude vrienden die tegenover elkaar komen te staan, een racistische FBI-agent, een in slowmotion wandelende gangsterbabe, et cetera'. Alsof dat nog niet genoeg is lijkt het af en toe juist weer op een komedie of satire: alsof er een samenvatting wordt gegeven van tientallen soortgelijke films. "Spijtige bijkomstigheid: het is allemaal zo goedkoop gemaakt dat al die charmante onzin gaandeweg alleen nog maar vervelend is."

Van een uitvoerend producent als Martin Scorsese zou je beter verwachten.

Beeld 7th Floor
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden