FILMS ALS EEN ‘ACT OF PEACE’

Regisseur en kunstenaar Julian Schnabel maakte een filmregistratie van Lou Reeds Berlin-concertreeks. ‘Lou schrok van dat blonde haar. Hij begreep het niet.’ Door..

Pas tijdens een proefvertoning van Le scaphandre et le papillon (in Nederland: The Diving Bell and the Butterfly) op het festival van Telluride, wist Julian Schnabel het zeker. Het was hem gelukt het bizarre verhaal van de Franse journalist Jean-Dominique Bauby in beeld om te zetten. Vanuit een donker hoekje zag Schnabel dat het publiek zich niet stoorde aan de vreemde camerahoeken en ‘al die latex en andere troep’ die hij op de lens had geplakt. Dat had hij gedaan om tastbaar te maken hoe Bauby na een zware hersenbloeding de wereld waarnam. ‘Ik voelde hoe het publiek meeging met het personage Bauby. Dat is mooi als dat gebeurt. Als de mensen niet meer met het verhaal bezig zijn, maar zich volledig overgeven aan de poëzie van de film.’

Schnabel is sinds 1996 bekend als de beeldend kunstenaar die ook films maakt. Dat etiket kreeg hij opgeplakt na zijn indringende debuut Basquiat (over het korte leven van de schilder Jean Michel Basquiat), en Before Night Fallsn 2006 besloot Reed zijn elpee Berlin uit 1973, destijds een commerciële flop, uit het stof te halen en live nieuw leven in te blazen. Hij vroeg Schnabel, zijn overbuurman in New York, de regie en de art direction te verzorgen. ‘Toen ik hoorde dat er voor het decor 16 duizend dollar was gereserveerd, moest ik eerst even gaan zitten. Er was blijkbaar geen cent. Daarop heb ik gezegd: ik doe het voor niets, maar dan wil ik wel een film maken.’

Voor Schnabel is de muziek van Lou Reed meer dan rock ’n’ roll met een voorkeur voor de zelfkant. De teksten van Reed (‘dan heb ik het wel over zijn sad songs’, en niet over de ongein van Sweet Jane’) beschouwt hij als een echo van zijn eigen leven. Hij zat als jonge kunstenaar veel in Duitsland, en sliep op de bank bij de zanger van BAP, en bij de Duitse schilder Sigmar Polke. ‘Een grimmige periode. Ik was op drift. Vers werk onder de arm. En maar luisteren naar Berlin, al zat ik in Mönchengladbach en in Düsseldorff. Wist ik veel. Ik dacht: dit is Duitsland. Dit is Berlijn.’

Plotseling was het 1978 en transformeerde Schnabel van een schilder in een celebrity. ‘Alles stond op zijn kop. Had ik te maken met een geliefde die niet meer met me wilde samenleven en werd mijn leven even een light version van Lou’s Berlin. Er was geen houvast.’

De ‘eigentijdse opera’ Berlin is door Schnabel ‘doodgewoon’ opgebouwd als een verhaal met een begin, een midden en een einde. In de songteksten heeft Reed het over zijn drugs, vreemdgaan en natuurlijk Caroline, de grote liefde die in een suïcidale maniak verandert en wier dood hem voornamelijk doet zuchten van opluchting. Op de achtergrond van het concertpodium hangen grote doeken van Schnabel – portretten van Chinese vrouwen in traditionele kostuums. ‘Die had ik al gemaakt. Lou zag er de Berlijnse Muur in.’

mijn zwager.’

Zo gaat dat bij hem. Op intuïtie. Berlin maakte hij zonder andere concertfilms te bestuderen. ‘Ik verzamel beelden. Ideeën. Elke moment van de dag. Die vinden hun neerslag als ik ga regisseren. Zo zit ik nu al een tijdje naar die wand te turen, achter jou. Moet je kijken. Dat ontwerp is net een aaneenschakeling van brillen. Een maf beeld, dat over vijf jaar zomaar in mijn hoofd boven kan komen.’

Op het moment dat Schnabel aan een regie begint, schaft hij elke vorm van democratie onmiddellijk af. Hij is de baas. Anders is hij weg. ‘Dat werkte ook zo met Lou. Die had grote problemen toen ik Emmanuelle Seigner vroeg Caroline te spelen. Hij schrok van haar blonde haar. Begreep het niet. Toen heb ik gezegd: Emanuelle is de perfecte Caroline. Klaar uit.’

Maar het blijft ‘touchy’, weet ook Schnabel. Tijdens het schilderen kan hij precies doen wat hij wil. Bij het maken van speelfilms zijn er altijd mensen die de geldkraan kunnen dichtdraaien. In die context ligt verraad aan de eigen integriteit op de loer. ‘Tijdens de eerste draaidagen van The Diving Bell vond een deel van de Franse crew mij een soort gek. Omdat ik dingen van ze vroeg die zij helemaal niet zagen zitten. Die strijd heb ik gelukkig gewonnen. Nu vindt iedereen het prachtig. Dat bewijst maar weer dat producenten, distributeurs en ook veel makers het publiek zwaar onderschatten.’

‘Kunst kan niet níet genoeg zichtbaar zijn’, zegt Schnabel: ‘De kinderen in de vluchtelingenkampen in Libanon zien nooit een tekening, een expositie of een goede film. Haal zo’n kind uit die omgeving en laat het hier op het festival een dag rondkijken. De kans dat hij een zelfmoordterrorist wordt, daalt 100 procent. Ik zie mijn films dan ook als een act of peace. Als een oproep het leven te koesteren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden