Interview Wanuri Kahiu

Filmregisseur Wanuri Kahiu (39): ‘Het verbod op mijn film zegt veel over hoe het patriarchaat werkt’

Sinds het verbod in Kenia op haar film Rafiki, over een zoete lesbische liefde, vecht Kahiu voor haar artistieke vrijheid. 

Wanuri Kahiu: ‘Niemand vraagt wat er leuk is aan je muziek of film, of waar je verbeelding vandaan komt.’ Beeld Sanne de Wilde

De Keniase regisseur Wanuri Kahiu (39) was 16 of 17 toen ze voor het eerst iemand zoals zijzelf verliefd zag worden op het scherm. Daarvoor had ze op tv en in de bioscoop gezien hoe Amerikanen en Europeanen schalks oogcontact maken, elkaars handen zoeken en een bedeesde kus uitwisselen. Romantiek was het terrein van witte anderen, niet van haar of haar vrienden.

Dus toen zij in de bioscoop plotseling een Afrikaans stelletje zag dat hand in hand liep, maakte haar hart een sprongetje. In eerste instantie dan, want al snel bleek dat ze naar een film zat te kijken over de gevaren van aids.

Kahiu trekt spottend een wenkbrauw op. ‘Dat’, zegt ze, ‘bedierf het plezier wel een beetje’.

Het is hoog tijd voor onvervalste Afrikaanse romances, vindt Kahiu. In haar speelfilm Rafiki valt Kena, een zachtaardige tomboy met een skateboard, voor Ziki, een bijdehand meisje met pastelroze dreads. Een vrolijke, optimistische film is het (grotendeels), waarbij Kahiu de toenaderingspogingen tussen de twee vrouwen extra zoet maakt door Afro-pop in de soundtrack, een palet van snoepkleuren en het decor van Nairobi als metropool die bruist van levenslust.

‘Ik wilde laten voelen hoe het is om verliefd te worden. Zonder dat het er voor de kijker toe doet dat het om twee meisjes gaat, om twee jongens, of een jongen en een meisje.’

Het deed er wél toe – volgens de ­Keniase filmkeuring dan. Vlak voor de wereldpremière op het Filmfestival van Cannes vorig jaar kreeg Kahiu een brief in de bus met de mededeling dat het verboden was haar film in haar thuisland uit te zenden, te vertonen, te verspreiden of te bezitten. Kahiu zou met haar film ‘homoseksualiteit promoten’. Weer die spottende lach, terwijl ze op een Amsterdams terras in haar gemberthee roert: ‘Hoe doe je zoiets? Door kortingsbonnen uit te delen?’

Kahiu is in Amsterdam om de Hivos Free To Be Me Award te ontvangen – een prijs voor een film die bijdraagt aan de acceptatie van LHBTI’s in een land waar dat niet vanzelfsprekend is. Natuurlijk wist ze dat haar liefdesverhaal voor Kenianen gevoelig zou kunnen liggen. Officieel is in het land nog een wet uit de koloniale tijd van kracht: op ‘onnatuurlijke seksuele handelingen’ staat een gevangenisstraf van maximaal 15 jaar. Toch dacht Kahiu dat ze wettelijk gezien niets te vrezen had: ze kreeg op basis van haar script toestemming om te filmen. Bovendien heeft Kenia sinds 2010 een moderne grondwet, waarin de vrijheid van menings­uiting is vastgelegd. ‘Daar had ik een rotsvast vertrouwen in.’

Wanuri Kahiu: ‘Ik wilde laten voelen hoe het is om verliefd te worden. Zonder dat het er voor de kijker toe doet dat het om twee meisjes gaat, om twee jongens, of een jongen en een meisje.’ Beeld Sanne De Wilde

Dus toen de filmkeuring liet weten dat de film alleen vertoond mocht worden met een aangepast einde ( de vrouwen moesten spijt krijgen), weigerde Kahiu. Ze vocht bij de rechtbank het verbod aan en uiteindelijk stond de rechter toe dat de film zeven dagen in Kenia vertoond werd, zodat de film ingezonden zou kunnen worden voor de Oscars. Het gevolg van het verbod en de nasleep: overvolle zalen en wereldwijde aandacht voor Rafiki. ‘De vertoningen waren steeds uitverkocht, dus de bioscopen bleven maar nieuwe toevoegen. Uiteindelijk waren het er zo’n vijf per dag.’ Toch is Kahiu nog niet tevreden: ze wil dat het verbod helemaal wordt opgeheven.

‘Als het onderwerp een heteroseksuele liefdesaffaire was geweest, dan had de film gewoon vertoond kunnen worden. Geweld laten zien mag ook. Maar omdat Rafiki over de liefde tussen twee vrouwen gaat, is de film verboden. Dat zegt veel over hoe het ­patriarchaat werkt, en over machtsstructuren. Liefde op zichzelf is niet politiek.’

De woede en frustratie geven haar energie. Ze is moe, zei ze eerder: door het succes van Rafiki vliegt ze al een jaar de hele wereld over, vóór Amsterdam was ze in Boston en Chicago. En de internationale waardering leverde nog iets op: vlak voor het interview maakte de regisseur nog aantekeningen voor The Thing about Jellyfish, de Hollywoodfilm met Millie Bobby Brown (Stranger Things) die ze gaat ­regisseren. ‘En eigenlijk ben ik introvert’, zucht ze. ‘Ik wil het liefst gewoon films maken en tijd doorbrengen met mijn man en kinderen.’

Ze veert weer op als het onderwerp beeldvorming ter sprake komt. Met haar films wil ze hokjesdenken doorbreken, vastgeroeste patronen ter discussie stellen. Ze is niet voor niets medeoprichter van de Afrobubblegum-beweging, een groep Afrikaanse kunstenaars die, zoals zij dat noemt, ‘fun, fierce and frivolous’ werk maakt; mode, literatuur en muziek die draait om plezier.

‘De beweging is ontstaan uit discussies met mijn vrienden. Als je als Afrikaan kunst maakt, krijg je voortdurend de vraag waarom je werk belángrijk is. Welke politieke statements je wilt maken. Niemand vraagt wat er leuk is aan je muziek of film, of waar je verbeelding vandaan komt. Dus omdat ik geboren ben in dit lichaam, in Kenia, betekent het automatisch dat ik politiek werk moet maken? Dat slaat nergens op. En trouwens, wie ­bepaalt dat? Verbeelding en creativiteit zijn geen luxeproducten. Het kan in iedereen opborrelen. Daarom wilden we ruimte creëren voor Afrikaanse kunstenaars zodat zij kunnen zeggen: dit doen we gewoon voor de lol.’

Wanuri Kahiu: ‘Ik maak me druk om de vrijheid van meningsuiting in Afrika.’ Beeld Sanne De Wilde

Dat haar film in Cannes te zien was, in de bijcompetitie Un Certain Regard, bewees voor haar dat er internationale interesse bestaat voor Afrikaanse films die nu eens niet over aids en ­ellende gaan. Dat jonge Afrikaanse vrouwelijke regisseurs gezien worden. Dat westerlingen ook weleens een modern Nairobi willen zien, met een bloeiende jeugdcultuur. ‘Niet ­alleen dat dorpse Afrika, niet alleen armoede en honger, wat historisch gezien het beeld van veel Europeanen bepaalt. Maar het Afrika van nu, waar mensen ook gewoon plezier hebben.’

Zit het haar dan niet dwars dat haar vrolijk bedoelde film zo’n politieke ­lading heeft gekregen? Dat wat zij had bedoeld als vrolijke liefdesfilm toch de geschiedenis zal ingaan als die Keniase lesbische film die werd verboden? ­‘Natuurlijk irriteert dat me soms. Ik wil dat mijn werk gezien wordt als kunst, niet als een politiek pamflet.

‘Maar tegelijkertijd: ik maak me druk om de vrijheid van meningsuiting in Afrika en als Rafiki een rol speelt in de belangrijke, actuele discussie daarover, dan is dat een onverwacht ­cadeau.’

 Afrobubblegumtest

In haar TedTalk komt Wanuri Kahiu met een een ‘Afrobubblegum’-test - een knipoog naar de feministische Bechdeltest, die via drie simpele vragen kan aantonen hoe serieus filmmakers vrouwenrollen nemen (Zijn er meer dan twee vrouwen te zien, hebben die ook tekst en praten ze over iets anders dan over een man?).

Voor Kahiu zijn Afrikaanse films ‘fun, fierce and frivolous’ als ze in elk geval voldoen aan de volgende regels:

1. Zijn er op zijn minst twee gezonde Afrikanen te zien?

2. Die financieel de schaapjes op het droge hebben (en niet gered hoeven te worden)?

3. En die genieten die van het leven?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden