InterviewFilmmaker Hira Nabi

Filmmaker Hira Nabi gaat in haar werk op zoek naar stemmen die je niet snel hoort – zoals die van een supertanker

De aanmoedigingsprijs van het Prins Claus Fonds is dit jaar voor de Pakistaanse filmmaker Hira Nabi. Zij gaat in haar werk op zoek naar stemmen die je niet snel hoort – zoals die van een supertanker.

Hira Nabi.Beeld Umar Nadeem

De arbeiders van de sloopwerf voor oceaanschepen waren al wel gewend aan de camera’s van het televisiejournaal. Maar de Pakistaanse kunstenaar Hira Nabi (33) kwam niet naar de stranden van Gadani voor een snelle reportage voor het nieuws van negen uur. Ze kwam om een gesprek vast te leggen dat nog helemaal niemand had gehoord: het gesprek tussen de slopers en hun schip.

‘De vragen die ik stel, komen niet van mij, vertelde ik hun. De vragen komen van het schip dat je aan het slopen bent. Geef het antwoord. Ze keken me aan, lachten en dachten dat ik gek was. Maar omdat ik in de loop van negen maanden steeds weer terugkwam, raakten ze gewend aan mijn eigenaardigheden.’

Het mondde uit in de wat ontregelende korte film All That Perishes at the Edge of Land (2019). De benadering van Nabi tilt de film uit boven de journalistieke verslagen die in de loop van de jaren vaak zijn gemaakt van de onwerkelijke sloperijen. Ze zijn de vervuilde eindhalten van de grootste vaartuigen van de wereldhandel. Eenmaal afgedankt lopen die ver van de glimmende beursgebouwen aan land op de vergeten stranden van Pakistan, India en Bangladesh. Gewapend met snijbranders ontmantelen honderden arbeiders de supertankers en containerschepen. Ze ogen als de Lilliputters die de aangespoelde gigant Gulliver in bedwang proberen te houden.

Grote Prins Claus Prijs 2020

De Grote Prins Claus Prijs 2020 gaat naar de Ghanese kunstenaar Ibrahim Mahama, die vijf jaar geleden met zijn enorme, uit jutezakken opgetrokken installatie Out of Bounds de aandacht trok op de Biënnale van Venetië. De zakken die ooit zijn gebruikt om cacao uit Ghana de wereld rond te exporteren, keren als afval terug in Ghana, waar ze door de armen voor duizend-en-een dingen worden gebruikt.

De jaarlijkse prijzen zijn woensdag in een onlineceremonie uitgereikt aan de laureaten. De Prins Claus Prijzen zijn bedoeld om kunstenaars of instellingen in Afrika, Azië, Oost-Europa, Latijns-Amerika en de Caraïben te eren, die met hun werk bijdragen aan de ontwikkeling van hun land. Volgend jaar hoopt het Prins Claus Fonds de laureaten alsnog zoals gebruikelijk in het Koninklijk Paleis op de Dam in het zonnetje te zetten.

Armoede, uitbuiting en de verwoesting van het leven in de zee zijn de grondtonen van All That Perishes. Te midden van al die ellende zoekt Nabi naar ‘wat de arbeiders en het schip met elkaar verbindt’, vertelt ze in een videogesprek vanuit haar geboortestad Lahore, een miljoenenstad in het islamitische Pakistan, dat ingeklemd ligt tussen India en Afghanistan, en tussen de uitlopers van de Himalaya en de Arabische Zee.

‘Het schip en de arbeiders hebben op het eerste gezicht een vijandige relatie met elkaar. De arbeiders halen het schip neer, maar het schip met al zijn giftige materialen is ook in staat hun leven te verwoesten. Ze voeren strijd met elkaar. Tegelijk zijn ze daar beiden tegen hun zin. Het schip wil waarschijnlijk helemaal niet uit elkaar worden gehaald, en de arbeiders zijn daar ook niet omdat het ze zo gelukkig maakt; het is het enige werk dat er voor hen is. Dus probeer ik me voor te stellen hoe het voor het schip en de arbeiders is als ze zich in elkaars lot verplaatsen.’

All That Perishes was in 2019 Nabi’s entree tot de filmfestivals in Europa en de VS; de film ging in première op het documentairefestival van Kopenhagen en draaide begin dit jaar nog op Sundance in de Amerikaanse staat Utah. De film overtuigde ook de internationale jury van de Next Generation Award van haar talent. Deze jaarlijkse aanmoedigingsprijs van het Prins Claus Fonds is bestemd voor een kunstenaar onder de 35 die gevestigd is in Afrika, Azië, Oost-Europa, Latijns-Amerika of de Caraïben. Nabi presenteert de feiten volgens de jury ‘op een fantasierijke manier’ en dwingt haar publiek opnieuw na te denken over ‘gemondialiseerde verloedering’.

De scheepssloperij in Gadani kwam in 2011 in haar vizier. Nadat ze een foto-expositie had gezien van de sloperij van Chittagong in Bangladesh, kwam ze al googlend bij de werf in haar eigen land terecht. Het was tussen haar twee Amerikaanse studieperioden in, ze was net terug van een liberal arts college in Massachusetts. Filmen in Gadani was echter moeilijk, zei een bevriende journalist. ‘Je moet alleen onder politiebegeleiding gaan, anders is het te gevaarlijk, was het advies. Maar ik had geen contacten bij de politie.’ Ze besloot terug te gaan naar de VS voor een masteropleiding in film in New York.

Vergeten deed ze Gadani niet. Toen Nabi in 2018, afgestudeerd en wel, een tijdje in de nabijgelegen metropool Karachi verbleef, probeerde ze het nog een keer. Via contacten van de Pakistaanse kunstinstelling Vasl kwam ze terecht bij de pas opgerichte vakbond. De oprichting daarvan was jaren tegengehouden, maar nadat in 2016 bij een gasexplosie tientallen arbeiders waren omgekomen en gewond geraakt, gaven de eigenaren van de werf toe. Onder de beschermende vleugels van de bond kon Nabi aan de slag. Als enige vrouw tussen al die slopers.

‘Ik heb me nooit ongemakkelijk gevoeld. Er was altijd iemand van de vakbond mee. Wel was ik me er altijd van bewust dat ik een vrouw ben. De vakbondsman stond continu te roken met de arbeiders en ik was wel jaloers op die makkelijke kameraadschap. Ik deed mijn best om een respectvolle afstand in acht te nemen, om niemand aan te raken. Als ik met ze zou gaan roken, zouden ze me een verderfelijke invloed toedichten.

‘Maar toen ik de vakbondsman vroeg of het makkelijker zou zijn geweest mijn film te maken als ik een man was, zei hij iets interessants. Als je een man was, waren ze bang van je geweest. Ze vinden het geweldig dat je een vrouw bent, en van zover komt. Ze snappen dat het moeilijker voor jou is, en waarderen dat.’

In de korte film All That Perishes at the Edge of Land (2019) zoekt de Pakistaanse Hira Nabi naar ‘wat de arbeiders en het schip met elkaar verbindt’.

In haar eerste levensjaren woonde Nabi met haar ouders naast een bioscoop. Maar tegen de tijd dat ze de leeftijd had om er naar binnen te gaan, was het filmtheater dicht – zoals op veel plekken in Pakistan. Door een samenloop van ontwikkelingen werd het een taboeplek. Religieuze leiders schilderden de bioscoop in de jaren tachtig af als onzedelijk, en tegelijkertijd ontwikkelde de filmindustrie zich tot een geliefde witwasplek voor criminelen. Acteurs en regisseurs stapten over naar televisie. ‘Als rechtschapen persoon ging je niet naar de bioscoop; het was alsof je een prostituee bezocht.’

Maar de filmtheaters zouden nooit helemaal verdwijnen, en zo kan het dat Nabi nu deel uitmaakt van een langzaam ontwaken van de Pakistaanse cinema. Moest ze zelf nog naar de VS voor een opleiding, nu doceert ze aan een universiteit in Lahore en werkt ze aan de oprichting van een filmarchief.

Ze zoekt in haar films steeds naar manieren om met technieken van fictie een documentair verhaal meer diepgang te geven. In het videotweeluik What Do the Trees Tell Us (2018) verkent ze de geschiedenis van parken onder de verschillende koloniale heersers over Lahore, en vermengt die met sprookjesachtige beelden van een ronddwalende boomnimf in rood gewaad.

‘De werkelijkheid die we kennen is slechts één deel van de totale werkelijkheid. We kennen altijd maar een deel van de waarheid, en daar ligt dus ruimte om te graven. Ik wil verder kijken. Dat komt ook doordat ons in Pakistan één versie van de geschiedenis wordt verteld. Als kind deed ik een keer mee aan een vredeskamp met jongeren uit India en ontdekte ik dat er meer was. Bij een van de oefeningen moesten we onze schoolboeken meenemen, om te bekijken hoe we elk een ander verhaal leerden over onze gezamenlijke geschiedenis.’

Bij Nabi doen ook niet-menselijke perspectieven ertoe.

Het zoeken naar andere gezichtspunten vat Nabi breed op. Ook niet-menselijke perspectieven doen er bij haar toe, zoals dat van het in 1995 in Zuid-Korea gebouwde bulkschip Ocean Master uit All That Perishes, maar ook dat van de bomen, de aarde en de zee. Elementen die generaties van mensen overleven.

‘Ik denk dat we een gezamenlijke plicht hebben om tussen al die perspectieven de waarheid te zoeken, en om schoonheid te vinden en vervolgens te delen in een wereld die verder zo lelijk is.’

In 2019 ontving Kamala Ibrahim Ishag (1939) de Grote Prins Claus Prijs. Al sinds de jaren zestig probeert ze in haar kunst de identiteit van het immer verscheurde Soedan te vatten. Sinds de zomer gloort er hoop. Correspondent Mark Schenkel ging op bezoek in haar atelier in Khartoem.

Het Prins Claus Fonds schoot in augustus culturele instituten in Beiroet te hulp, nadat acht musea in de Libanese hoofdstad waren getroffen door de explosie in de haven. In de loop der jaren heeft het fonds veel ervaring opgedaan met een ‘ambulancedienst’ voor cultuur en erfgoed die door oorlog en rampen worden bedreigd. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden