Beschouwing Filmeducatie

Filmles op school: ook een bewuste blik kun je trainen

Scholieren krijgen dagelijks een tsunami van beelden te verduren. Toch staat filmonderwijs nog in de kinderschoenen. Filmredacteur Kevin Toma ziet juist nu het belang in van een kritische blik.

Foto Renate Beense

Als ik zelf filmles mocht geven, hoe zou mijn ideale uur er dan uitzien?

In ieder geval zou ik met mijn scholieren heel veel filmfragmenten willen doorspitten, het ene na het andere. Het beeld op pauze zetten, scènes terugspoelen, alles nóg eens bekijken om zo, shot na shot, de geheimen ontrafelen die in een film voor het oprapen liggen. Zolang je maar goed genoeg kijkt.

Een voorbeeld, dat ik in mijn les zeker zou gebruiken. In Ruben Östlunds Turist (2014) zit een Zweeds gezin op het drukke terras van een skirestaurant. Op de achtergrond besneeuwde bergen. De familie keuvelt wat, tot in de verte een lawine losbreekt. De sneeuwmassa raast richting het restaurant; de vader doet alsof er niets aan de hand is, om in paniek bij zijn gezin weg te rennen zodra de lawine te dichtbij komt. Het blijkt loos alarm; de lawine raast net langs het terras, en wanneer de sneeuwwolk is weggetrokken gaat iedereen weer zitten waar hij zat. De vader lijkt zijn laffe actie terstond vergeten en doet alsof er niets aan de hand is.

Ostlund filmt de hele scène in één statisch shot, op zo'n vijf meter afstand van het gezin. Waarom doet hij dat? Wat als hij bij hen aan tafel was gaan zitten? Wat als de camera bewogen had, of op de soundtrack muziek had geklonken? Wat voor muziek had dat dan moeten zijn? Dat zijn de vragen die ik mijn denkbeeldige filmklas zou voorleggen. Ik zie ze me al op het smartboard schrijven.

Zelf heb ik nooit zulke filmlessen gekregen, toen ik eind jaren tachtig als HAVO-leerling op het Bisschoppelijk College in Sittard zat. Film werd hooguit illustratief ingezet. Ging het bij geschiedenis over de Amerikaanse burgerrechtenbeweging dan kregen we de Ku Klux Klan-thriller Mississippi Burning (1988) voorgeschoteld. Film als plaatje bij een verhaaltje, meer niet. Schrale troost: zo ging het destijds op de meeste Nederlandse scholen.

Gelukkig is een droomles als de mijne tegenwoordig helemaal niet meer denkbeeldig. Filmeducatie zit in Nederland in de lift. Steeds meer scholen geven filmles. In een tijd waarin bewegend beeld van bioscoopdoek tot laptop alom aanwezig is, en iedereen met zijn smartphone aan het filmen kan slaan, is dat niet meer dan logisch. Het komt neer op onderwijs in een alom gesproken taal.

Foto Renate Beense

De politiek lijkt het belang van dergelijk filmonderwijs eindelijk te onderkennen. In de Tweede Kamervergadering van 30 mei stelde minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap onomwonden dat film in het curriculum thuishoort. Concrete voorstellen had Van Engelshoven nog niet, maar ze is wel de eerste Nederlandse minister ooit die zo glashelder zegt dat film een plek verdient in het onderwijs. Het hoeft dan ook niet lang te duren of film is in het middelbaar onderwijs een vast onderdeel van het curriculum, denkt Florine Wiebenga van Eye Filmmuseum, dat in Nederland de spin in het educatieweb is. ‘Zolang de politiek en onderwijsinstellingen hetzelfde over filmeducatie blijven denken, moet dat binnen tien jaar kunnen lukken.’

Film als vast vak, en dat binnen tien jaar: klinkt fantastisch. Bestaat er iets mooiers dan lestijd die ook met wiskunde of economie had kunnen worden gevuld, te besteden aan film? Wat wordt dan de voornaamste taak van filmeducatie? Kritische kijkers kweken, die zich niet gek laten maken in onze beeldverslaafde maatschappij? Filmtalenten in de dop een eerste kans op zelfontplooiing bieden?

Veel filmbewuste scholen laten hun scholieren ook praktisch aan de slag gaan. Zo besluiten de filmscholieren van het Amsterdamse Het 4e Gymnasium hun zesde jaar met het regisseren van een eindfilm, waarbij de ene leerling zich wat meer toespitst op het scenario, de andere op de productie, het acteren, de montage, de muziek of art direction. Ook de Zwolse Thorbecke Scholengemeenschap lijkt hier en daar op een filmacademie in het klein. Alleen al die extreem goed uitgeruste, in 2007 geopende studio: op de werkvloer staan maar liefst vier vaste camera's en de scholieren beschikken over computers met geavanceerde montagesoftware, een aparte ruimte voor geluidsopnames en zelfs een green screen. De studio moet een oase zijn voor iedere adolescent die mijmert over een carrière in de film- of tv-industrie.

Bijscholing

Wie geen filmeducatie op school heeft genoten, kan vanaf het najaar de schade enigszins inhalen: dan vinden in diverse filmtheaters in het land, zoals LUX Nijmegen en het Utrechtse Louis Hartlooper Complex, weer allerlei filmcursussen plaats.

U kunt zich ook al deze zomer laten bijscholen, dankzij de Summer Film School die van 18 tot en met 22 juli wordt georganiseerd door het Rotterdamse filmfestival Roffa mon amour, in samenwerking met CINEA, de Vlaamse dienst voor filmcultuur. Op het propvolle programma staat een stevig, maar ongetwijfeld zeer inspirerend dieet van films en lessen, waarbij de studenten onder leiding van vijf filmexperts hun tanden zetten in de oeuvres van Brian De Palma en Alain Resnais. Deelname is mogelijk per regisseur (vijf colleges met films), maar u kunt ook het totaalpakket boeken. Meer informatie vindt u hier.

Maar of de scholieren nu de camera en microfoonhengel oppakken of niet, uiteindelijk gaat het in filmeducatie altijd om het trainen van hun blik. Florine Wiebenga van Eye: ‘Ik spreek graag over beeldgeletterdheid. Dat je leert hoe films hun verhalen vertellen en hoe je vanuit dat inzicht ook jezelf in beeld en geluid uit kunt drukken.’ Malu Sanders, filmdocent van Het 4e Gymnasium: ‘Ik vind het belangrijk dat mijn scholieren leren nadenken over het effect van een camerastandpunt, van de manier waarop een film is gemonteerd, enzovoort. Dat maakt film spannender en leuker.’

Dat laatste vind ik zelf het allerbelangrijkste aspect van filmeducatie: dat het plezier van het kijken zo veel mogelijk wordt vergroot en geïntensiveerd. Toen ik zelf op de middelbare school zat leerde ik bij Nederlands motieven opdiepen uit een roman, terwijl we bij kunstbeschouwing inzoomden op de verftechnieken van impressionistische schilderijen en bij muziek de ingenieuze structuur van popklassiekers blootlegden. Heel normaal was dat – bij de gevestigde disciplines, maar nu zou ik graag willen dat het analyseren van films op school net zo vanzelfsprekend wordt.

Klinkt misschien alsof je daarmee de lol uit het kijken sloopt, maar ik geloof in het tegenovergestelde. Hoe bewuster je een film ziet, hoe interessanter hij wordt. Wie gewend is om films als vanzelfsprekende opeenvolgingen van beelden en geluiden te consumeren, weet vaak niet wat hij ziet wanneer de architectuur achter die beelden bloot komt te liggen. Dan kan het een openbaring zijn, hoe David Fincher in zijn werk steeds weer een bepaalde tint geel inzet. Hoe de sprong die Vin Diesel met zijn motor maakt in Rob Cohens xXx (2002) op bijna kubistische wijze wordt uitgerekt tot een 30 seconden durend ballet in slow motion. Of hoe Casablanca (Michael Curtiz, 1942) stapje voor stapje held Rick Blaine introduceert, zodat je als toeschouwer écht nieuwsgierig naar hem wordt.

Filmeducatie komt neer op het trainen van die bewuste blik. Het vermogen om te kunnen bevatten waarom een film of scène is zoals hij is, maar ook hoe hij had kunnen zijn. De Franse filmwetenschapper Alain Bergala verwoordt het zo, in zijn nog altijd invloedrijke boek over filmeducatie, L'hypothèse cinéma (2002): ‘In plaats van dit boeket bloemen, uniek en vanzelfsprekend zoals het er staat, hadden er duizend andere kunnen staan, net zo werkelijk en vanzelfsprekend. We moeten ons voorstellen dat er tulpen of lelies hadden kunnen zijn waar we nu rozen zien.’

Bergala oppert in L'hypothèse cinéma verschillende tactieken die in de klas bij zo'n ‘creatieve’ kijkhouding kunnen helpen. Laat bijvoorbeeld scholieren terugkeren naar het moment waarop de regisseur de set betrad en moest bepalen hoe hij de scène zou vastleggen. Je kunt hen ook de dialoog laten lezen en ze vragen hoe ze die zouden verfilmen, zonder dat ze iets van de stijl van de uiteindelijk film afweten. Of toon in het geval van Ruben Östlunds Turist eerst de scène voor die met de lawine, zodat ze kunnen gissen naar het pad dat de film vervolgens zal nemen.

Als je het goed aanpakt, stel ik me zo voor, kun je met zulke strategieën zomaar het kwartje laten vallen. Opeens begint de fantasie van de scholieren te sprankelen: in gedachten verzinnen ze de ene virtuele remake na de andere. Zetten ze in Turist de camera dichterbij de tafel van het gezin in het skirestaurant. Verdelen ze de scène, die door Östlund zo zorgvuldig in één shot gegoten werd, in een precieze afwisseling van close-ups en totaalshots. En als de vader in paniek voor de lawine wegrent, rent de film opeens schokkerig met hem mee.

Foto Renate Beense

In het ideale geval is filmeducatie precies dat: de leerling in een scherpzinniger kijker veranderen, door de cineast in hem of haar wakker te schudden.

Een ochtend in april. Opperste concentratie in de filmklas van Het 4e Gymnasium te Amsterdam. De scholieren, vijfde klassers, kijken de eerste scènes van Fritz Langs sciencefictionklassieker Metropolis (1927). Willoze arbeiders, die in lange rijen hun ondergrondse fabriek in- en uit schuifelen. En even later het bestaan van de rijken, bovengronds lanterfantend in decadente weelde.

Docent Malu Sanders zet de film op pauze. Welke regiekeuzen maakte Fritz Lang, wil ze weten. Hoe bracht hij arm en rijk in beeld, en wat zegt dat over hun klassenonderscheid? Kamille Schreuder-Goedheijt (16) steekt haar vinger op. ‘De arbeiders worden alleen op een afstand getoond, terwijl de rijke mensen ook close-ups krijgen. Die worden daarmee tot individuen gemaakt, terwijl de arbeiders een anonieme massa blijven.’

Raak geobserveerd, ik word er zelfs een beetje jaloers van: al heb ik Metropolis al -tig keer gezien, dat verschil in cameravoering tussen arm en rijk was mij nog nooit opgevallen. Maar ik vind het vooral bemoedigend dat een 16-jarige zo scherp kan kijken. Precies wat de grote Franse regisseur Jean Renoir bedoelde, toen hij zei dat iedere filmtoeschouwer zelf films moet kunnen maken. ‘Al is het maar alleen in je hoofd.’

Vijf geknipte filmeducatie-scènes

De restaurant-scène uit The Godfather (Francis Ford Coppola, 1972)

In een Italiaans restaurant vermoordt maffioso Michael Corleone zijn rivaal Sollozzo en een corrupte politieagent.

Huiswerk: Kijk de scène vier keer, en richt je aandacht achtereenvolgens op het camerawerk, de montage, het acteerwerk en het geluid. Hoe dragen al die elementen bij aan de spanningsopbouw? Hoe wordt Corleone het hoofdpersonage van de scène? Welke functie heeft het terugkerende geluid van een voorbijrijdende trein?

De tankstation-scène uit Spoorloos (George Sluizer, 1988)

In een Frans tankstation raakt vakantieganger Rex zijn vriendin Saskia kwijt.

Huiswerk: Hoe bouwt regisseur Sluizer de spanning op? Hoe laat hij ons delen in Rex' angst? Op welke punten wijkt de film af van de dezelfde scène in Tim Krabbé's oorspronkelijke roman Het gouden ei (1984)?

De metroscène uit Code inconnu (Michael Haneke, 2000)

Parisienne Anne wordt in de metro lastig gevallen door enkele jongens.

Huiswerk: Waarom filmt Haneke de scène in één lang, grotendeels statisch shot? Wat als hij hem in kleinere segmenten had verdeeld, bijvoorbeeld close-ups en totaalshots? In hoeverre stuurt hij de blik van de toeschouwer? Is het een afstandelijke, of juist heel intense scène?

La vie en rose uit WALL-E (Andrew Stanton, 2008)

WALL-E, een opruimrobot die als enige op de zwaar vervuilde aarde is achtergebleven, valt voor de charmes van onderzoeksrobot EVE.

Huiswerk: Waarom kiest deze animatiefilm voor een heel realistische, bijna documentaire cameravoering, compleet met zooms en schokkerig beeld? Hoe verhoudt die stijl zich tot het gegeven van een robot die als enige op aarde is achtergebleven? Wat doet het liedje op de soundtrack, Louis Armstrongs La vie en rose, met de beelden en andersom?

De openingsscène uit Baby Driver (Edgar Wright, 2017)

Chauffeur Baby bestuurt tijdens een wilde achtervolging de ontsnappingsauto van drie bankovervallers.

Huiswerk: Hoe sluiten de beelden aan op het ritme en de dynamiek van het liedje op de soundtrack? Hoe speelt de scène met de conventies van de bankovervalfilm (bijvoorbeeld wat het vertelperspectief betreft)? Hoe krijg je het hoofdpersonage al een beetje te kennen, terwijl er geen woord wordt gezegd?

Meer over