Filmfestival Cannes verklaart oorlog aan de selfiemens, Netflix én de pers

Beekman over film

Stelling: Cannes gaat de oorlog winnen

Actrice Elle Fanning maakt een selfie op de rode loper in Cannes. Foto AFP

’s Werelds belangrijkste filmfestival begon deze week een oorlog, op drie fronten. Tegen de selfiemens. Tegen Netflix. En tegen de pers.

De eerste strijd in Cannes wordt geleverd op de rode loper. Daar mogen sterren en overige genodigden zich tijdens de aanstaande festivaleditie in mei niet meer met de eigen telefoon vastleggen. Want dat is toch geen gezicht, besloot artistiek directeur en gastheer Thierry Frémaux. Sterren wórden gefotografeerd, door het daartoe gerechtigde bataljon fotografen en de tegen de dranghekken gepropte dagjesmens. Dit heet cultuur.

De tweede veldslag voert Cannes tegen Netflix. De speelfilms van het betaalkanaal zijn, anders dan vorig jaar, niet meer welkom in de competitie voor de Palme d’Or, zolang Netflix weigert zijn films in de Franse bioscopen uit te brengen. De zender zou kunnen tegenwerpen dat de prehistorische wet die bepaalt dat een VOD-release (video on demand) in Frankrijk pas 36 (zes-en-dertig!) maanden na de bioscooprelease is toegestaan, anno 2018 ietwat onwerkbaar is. Maar Netflix blies hoog van de toren en bood de Fransen aan de Netflixfilms slechts één weekje voorafgaand aan de VOD-première vrij te geven voor zaalvertoning. ‘Amerikaans imperialisme!’, gilde de Franse bioscoopbond.

Het is hard tegen hard, nu. Mocht Frémaux kolos Netflix op de knieën krijgen, dan zal menig cinefiel pleiten voor de oprichting van een standbeeld voor de kleine Fransman.

En dan is er het derde gevecht, met de pers: het drieduizend man (en vrouw) sterke legioen van internationale critici dat gewend was competitiefilms op de ochtend vóór de galapremière te zien. Je zag de film, sprak een filmmaker, spoedde je naar je hotel en tikte het stukje, dat een dag later in de krant stond.

Dat was ooit. Tegenwoordig durven regisseurs en acteurs, terwijl ze zich te Cannes in jurk of smoking hijsen voor de feestelijke filmdoop, niet meer op hun telefoons te kijken uit vrees voor het dan al digitaal wereldkundig gemaakte oordeel. De pers kan in Cannes, gevoed door torenhoge verwachtingen, nogal veeleisend zijn. Soms ook ontoerekeningsvatbaar.

En dan sta je, zoals regisseur Sean Penn en zijn acteurskliek overkwam bij The Last Face (2016), op die rode loper te glimlachen voor de flitsende camera’s terwijl heel het Cannes-journaille al spuugt op je zo nobel bedoelde romantische oorlogsdrama over blanke hulpverleners te Afrika (‘beledigende vluchtelingenporno’ – en dat wás het).

Dit nooit meer, besloot Frémaux. Voortaan zien de critici de films gelijktijdig of zelfs ná de galapremière. Onwerkbaar, stellen diverse verenigingen van filmjournalisten nu, per brandbrief aan de festivalleiding. Bovenal de Franse critici zijn furieus.

Veldheer Frémaux zal niet zomaar bijdraaien: daarvoor is hij te veel Fransman. Ik reken alvast op een staking van de Franse pers tijdens de openingsfilm, die nog moet worden bekendgemaakt. Een voorspelling: dat wordt geen Netflixtitel. 

Maar mocht Cannes erin slagen de selfiedrift te beteugelen, dan betreft de 71ste editie van het festival een culturele omwenteling van het kaliber #MeToo. Laat iemand alvast een gepaste hashtag bedenken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.