Filmer van de rafelranden

Weinig filmmakers zijn zo vaak gekopieerd als John Cassavetes (1929-1989). Maar maakte hij nou eigenlijk goede films, of slechte?..

Iedereen rende zich de benen uit het lijf voor John Cassavetes. Had hij acteurs nodig om in een film te spelen? Prima, ze deden gratis mee. Was er niemand om de camera te bedienen? Dan zocht een vriend wel uit hoe de apparatuur werkte. En kwam hij geld te kort? Er was altijd wel iemand bereid hem een cheque te overhandigen.

Charme was het voornaamste wapen van Cassavetes (1929-1989), de acteur en regisseur die met zijn werk de Amerikaanse filmwereld wakker schudde. Hij was de gangmaker en wegbereider van de onafhankelijke cinema. Zijn debuutfilm Shadows (1959), met een groep vrienden voor een appel en een ei gemaakt, was een sensatie. Niet omdat de film zo goed was, of omdat veel mensen hem zagen. Het was de stijl die grenzeloos tot de verbeelding sprak. Zomaar een film opnemen, buiten de filmstudio’s van Hollywood om, niet gehinderd door kennis van zaken – het was zelden vertoond.

Een halve eeuw later is het lastig te zien wat Shadows zo bijzonder maakt. In de tussentijd moeten er duizenden films zijn gemaakt die er sterk op lijken. Wat toen revolutionair was, is nu heel gewoon: de beweeglijke camera, het filmen op straat, de natuurlijk klinkende gesprekken en de losse, haast plotloze opbouw. Ook het onderwerp – jonge mensen op zoek naar vertier, liefde, identiteit – is vertrouwd.

Weinig filmmakers zijn zo vaak gekopieerd als Cassavetes, en dat geeft zijn belang goed aan. Als pionier van een persoonlijke manier van filmmaken kan zijn invloed nauwelijks worden overschat. Volgens het Filmmuseum, dat een retrospectief en een tentoonstelling aan hem wijdt, was hij ‘Rebel en inspirator.’ Het programma is een mooie kans om zijn belangrijkste films te zien, die ondanks hun status zelden worden vertoond. Bovendien biedt het de gelegenheid inzicht te krijgen in een gevoelige kwestie. Want maakte Cassavetes nou eigenlijk goede films, of slechte?

Het lijkt misschien een oneerbiedige vraag, maar al sinds zijn debuut zijn de meningen heftig verdeeld. Cassavetes is verguisd en op een voetstuk geplaatst. Films als Faces, Husbands, Minnie and Moskowitz en Love Streams kregen zowel jubelende als vernietigende kritieken. De nestor van de onafhankelijke cinema, held van regisseurs als Martin Scorsese, Abel Ferrara en Sean Penn, bakte er volgens de meest toonaangevende filmjournalisten niets van.

Dat er in technisch opzicht van alles op zijn films aan te merken viel, kon Cassavetes zelf alleen maar beamen. Toen hij begon aan Shadows was hij een acteur met veel praatjes en een weinig indrukwekkend cv. Later zou hij bekend worden door zijn rollen in Rosemary’s Baby en The Dirty Dozen, maar in de jaren vijftig speelde hij vooral in televisiefilms. Dat weerhield hem er niet van vol bravoure een acteerwerkplaats op te richten in New York, en met de daar aangewaaide jonge talenten een film op te nemen.

Het was een project dat jaren kostte, omdat niemand kaas had gegeten van zaken als geluid, continuïteit of montage. Shadows is een slordige film, soms onverstaanbaar, vaak onscherp.

In een aflevering van de Franse documentaireserie Cinéastes de notre temps uit 1968 zei Cassavetes daarover: ‘We maakten acht miljoen fouten, maar het was spannend en leuk.’ Hoe een scène eruitzag, interesseerde hem niet. ‘Kunstzinnige films draaien niet per definitie om mooi camerawerk. Het gaat om het vangen van een bepaald gevoel, een manier van leven.’

Na Shadows werd Cassavetes gekaapt door Hollywood. Hij regisseerde twee films binnen het studiosysteem, maar dat was geen succes. Cassavetes was eigenwijs, opvliegend en niet van plan zich door iemand de wet te laten voorschrijven. Voor hem telde maar één ding: zichzelf uiten. Hij besloot weer films in eigen beheer te maken. Vaak stopte hij er zijn eigen geld in, dat hij verdiende met acteerwerk. Vrienden en familie werkten mee, en zijn eigen huis was de belangrijkste filmlocatie.

Er is vaak gesteld dat al zijn films een reflectie waren van zijn persoonlijkheid. Of hij er nu zelf in acteerde of niet, zijn films toonden zijn zwakke en sterke kanten. Hij was, volgens degenen die hem kenden, enthousiasmerend, impulsief, ambitieus en altijd vol plannen. Een groepsmens, met een hang naar discussies die vaak uitmondden in ruzie. Hij dronk en rookte mateloos, haalde streken uit, was vervelend. Maar hij was ook loyaal: telkens opnieuw bood hij vrienden als Peter Falk, Ben Gazzara en Seymour Cassel rollen aan in zijn films – naast zijn eigen vrouw Gena Rowlands. En nooit sprak hij in de ik-vorm als het over zijn werk ging. Filmmaken deed je samen.

Aan Faces (1968), een van zijn beste films, werkten meer dan driehonderd mensen mee. Ze behoedden hem voor al te grote missers, stuurden hem bij als hij de mist in dreigde te gaan. Cassavetes gaf zijn medewerkers alle ruimte, niet in de laatste plaats de acteurs. Zij improviseerden niet, zoals vaak werd gedacht, maar waren vrij in het invullen van hun rol. Als ze twijfelden, liet Cassavetes de camera gewoon draaien.

Nog meer dan Shadows legde Faces, een schrijnend drama over de onttakeling van een huwelijk, de basis voor Cassavetes’ latere stijl. De camera zit de acteurs dicht op de huid, in scènes waaraan geen eind lijkt te komen. Aanstellerij en wanhoop worden genadeloos blootgelegd. Er wordt veel gepraat, gelachen, geruzied en gevochten, zonder de interne logica van een doorsnee Hollywoodfilm. In Cassavetes’ films ontploffen de personages uit het niets.

Voor het eerst was de zoektocht van de makers van een film – naar wat filmmaken kon zijn, wat acteren was – voor het publiek zichtbaar. De fouten, de versprekingen en de probeersels verleenden Cassavetes’ films hun levendigheid. Het maakte ze ook zo radicaal anders dan alles wat er in die tijd uit Hollywood kwam. Studioproducties waren gepolijst en voorspelbaar, Cassavetes liet de rafelranden zien.

Het was, vertelde hij in interviews, de enige manier om films te maken over het leven zoals het is. In Husbands (1970) ging hij nog een stap verder. Het is een drama over drie vrienden van middelbare leeftijd die, na de dood van een vierde, op de vlucht slaan voor hun verantwoordelijkheden. De aaneenschakeling van pijnlijke scènes, waarin de mannen zich misdragen in een café en verschrikkelijk overgeven, leverde Cassavetes veel kritiek op. Hij vond het prima. ‘Husbands is soms onderhoudend, soms traag en deprimerend. Net als het leven’, zei hij. ‘Ik weiger voor de hand liggende films te maken, want ik wil het publiek niet manipuleren met voorgekookte waarheden.’

Het filmvakblad Variety noemde Husbands ‘tot vervelens toe zelfgenoegzaam, en minstens een half uur te lang’. Vincent Canby van The New York Times vergeleek het kijken naar Cassavetes’ films met ‘te lang op een feestje blijven hangen waar niemand de puf heeft om weg te gaan, terwijl de drank allang op is.’ En de beruchte filmcritica Pauline Kael vond zijn werk, door zijn weigering een coherent verhaal te vertellen, getuigen van minachting voor het publiek.

Ze hadden een punt. Vrijwel al Cassavetes’ films beginnen sterk, om vervolgens af te dwalen in een moeras van repetitieve scènes waarin oeverloos wordt gepraat en geschreeuwd. De gekte, het gesomber en de abrupte stemmingswisselingen van de personages putten de kijker uit. In latere films als Opening Night (1977) en Love Streams (1984) kwamen daar surrealistische intermezzo’s bij, die het begrip van het verhaal nog verder in de weg staan.

Hoewel Cassavetes het vak steeds beter in de vingers kreeg, bleven zijn films rammelen. Ook in zijn meest succesvolle drama, A Woman Under the Influence (1974), zitten scènes die zichzelf in de staart lijken te bijten, alsof de regisseur niet weet waar het naartoe moet. Toch zijn het ook de onvolkomenheden die de film kracht geven. Net als de hoofdpersoon Mabel, een labiele moeder van drie jonge kinderen, wordt de kijker stapelgek van de bemoeienissen van haar man, ouders en schoonouders. In die warboel van emoties maken sommige beelden een ongelooflijke indruk. Wanneer Mabel zenuwachtig over straat loopt, wachtend op de schoolbus met haar kinderen, is haar gekte betoverend.

A Woman Under the Influence maakte een ster van Gena Rowlands – ze kreeg een Oscarnominatie voor haar rol – en was de eerste film in Cassavetes’ carrière die commercieel succes kende. Alleen de toegankelijke genrefilm Gloria (1980) zou later nog wat publiek trekken. Opening Night en Love Streams werden nauwelijks in de Amerikaanse bioscopen uitgebracht.

Tot hij op 59-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van levercirrose, bleef Cassavetes strijden tegen de eenvormigheid van Hollywood. Volgens hem moesten films niet vermaken, ze moesten irriteren, schuren, wakker schudden. Anders durven zijn, dat was de taak van de regisseur. Wat gaf het als je daarbij wel eens de mist in ging? ‘Filmmakers zouden zich moeten realiseren dat ze niets weten.’

Of zijn films goed of slecht zijn – het is een vraag die eigenlijk geen antwoord nodig heeft. Cassavetes maakte films vol fouten, maar met een hart. Dieptepunten van langdradigheid worden gecompenseerd door indrukwekkende hoogtepunten, en zelfs in de meest onduidelijke scène glinstert wel een helder moment. Kwaliteit speelde in Cassavetes’ denken geen enkele rol. Gevoel en gedrag, dat was waar alles om draaide. ‘Ik ben misschien wel de slechtste regisseur die er is’, zei hij in 1968. ‘Ik vind film niet zo belangrijk. Mensen zijn belangrijk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden