Filmer die liever schnabbelde in de marge dan slijmde met machthebbers

De Tsjechische cineast Jan Nemec deed altijd het onverwachte. Door die houding strandde hij als banneling in de VS. Zijn oeuvre versplinterde tussen continenten en tijd. Maar juist die vrijgevochtenheid maakt zijn werk zo bijzonder, blijkt tijdens het retrospectief op het IFFR.

Jan Nemec (1936-2016)

Zomaar een bruiloft, ergens in jaren-zeventig-Californië. Jan Nemec, de meest recalcitrante Tsjechische cineast van zijn generatie, banneling in Amerika, is ingehuurd om het feest vast te leggen. Hij neemt zijn huidige broodwinning bloedserieus; alsof zijn huwelijksreportages net zo belangrijk zijn als de briljante, opstandige films die hij ooit maakte - tijdens een eerder leven, in het Tsjechoslowakije van vóór de Russische bezetting.

Dezelfde Nemec, een paar jaar later, nu als gast op een receptie in Hollywood, waar hij wordt voorgesteld aan actrice Shirley MacLaine. Krijgt Nemec de filmster gestrikt voor zijn volgende project, dan zal de financiering een stuk makkelijker worden. De kennismaking ontspoort echter wanneer MacLaine, net teruggekeerd uit Cuba, Fidel Castro en diens bewind ophemelt. 'U slaat hypocriete propagandapraat uit', blaft Nemec tegen MacLaine. 'Gaat u maar eens terug naar Cuba om de gevangenissen te bezoeken, om de lijken te zien van de mensen die in zee verdronken toen ze dat land probeerden te ontvluchten.'

MacLaine druipt zwaar beledigd af; Nemec' glazen in Hollywood zijn ingegooid. 'Ik dacht dat het beter was om mijn integriteit en vrijheid te verdedigen, dan dat ik geld had en de joker uithing', aldus Nemec in 2001.

A Report on the Party and the Guests (1966).

Rebels

Liever schnabbelen in de marge dan slijmen met de machthebbers: Nemec (1936-2016) had het aan die rebelse houding te danken dat hij als banneling in Amerika strandde en dat zijn werk versplinterde tussen de continenten en tijdperken. Maar het is ook die consequent verdedigde vrijgevochtenheid die zijn oeuvre zo bijzonder maakt, zoals blijkt nu het International Film Festival Rotterdam (IFFR) Nemec met een uitgebreid retrospectief in de schijnwerpers zet, een dik jaar na zijn dood.

Van zijn speelfilmdebuut Diamonds of the Night (1964) tot zijn autobiografische zwanenzang The Wolf from Royal Vineyard Street (2016) heeft Nemec nooit naar iemands pijpen gedanst: de toeschouwer, de overheid, de censor, niemand die hem kon bevelen hoe hij films moest maken. Graag haakte hij aan bij woorden van regisseur Jean Renoir, die het maken van een film met keramiek vergeleek. 'Wat ík vervolgens doe, als ik die elegante vaas uit de oven heb gehaald, is dat ik hem met een hamer stuksla en alle scherven ietwat anders aan elkaar plak', schreef hij in 1995 in het Praagse filmblad Film a doba.

Nemec, die in Praag filmlessen ging volgen toen de Tsjechische cinema voornamelijk propaganda produceerde, bewees zich van het begin af aan als filmradicaal. Zijn internationaal gelauwerde speelfilmdebuut Diamonds of the Night (Démanty noci), over twee jongens die aan een transport naar het concentratiekamp ontsnappen, weekt zich constant los van zijn historische setting: het verhaal lijkt zich af te spelen tijdens de Duitse bezetting van Tsjechoslowakije, maar concrete verwijzingen naar WOII ontbreken nagenoeg, zodat het een tijdloze vertelling wordt over angst en vervolging. Niet de historische werkelijkheid telt, maar die van het rennen tot je niet meer kunt, die van de alles overwoekerende honger, de totale ontreddering.

Het tegenwoordig veel te onbekende Diamonds of the Night is een van de indringendste, onvergelijkbare oorlogsdrama's ooit. Onder een bijna tastbare laag drek, bloed, vuil en vocht klopt een surrealistisch hart dat van de film een koortsdroom maakt.

Klein zwart raam

Jan Nemec had altijd filmplannen liggen. Of het nu ging om een in Praag gesitueerde bewerking van Dostojewski's roman Aantekeningen uit het ondergrondse of om een met minimale middelen gemaakte gangsterfilm à la Godards À bout de souffle. Films waar het nooit van kwam, net zo min als de meest pure film die Nemec zich kon voorstellen: eentje gemaakt met een budget van 3 dollar, waarbij de toeschouwer een uur lang in totale stilte en duisternis zat. 'Gewoon, een klein zwart raam en verder niets. Alles zou plaatsvinden in de fantasie van de kijker.' Nemec dacht dat er voor zo'n film een publiek bestond. 'En als ze vervolgens naar buiten komen zullen ze denken: wat een fantastische ervaring was dat.'

Onverschrokken

Diamonds of the Night transformeerde Nemec in één klap tot frontman van de Tsjechische nouvelle vague, naast generatiegenoten als Jiri Menzel en Milos Forman. Hij zou ook al snel de meest onverschrokken criticaster van het stel blijken. 'Wanneer men leeft in een in essentie onvrije maatschappij, is het de plicht van ieder weldenkend mens om de obstakels die de vrijheid verhinderen, te bestrijden op elke mogelijke manier', luidde een van Nemec' motto's.

Voorzichtigheid was wel geboden. Vandaar ook dat abstraheren van de historische context in zijn films: het moest ervoor zorgen dat de censuur er lastiger grip op kon krijgen.

Dat liep echter al meteen mis bij zijn tweede film, het nog steeds zeer onbehaaglijke A Report on the Party and Its Guests (O slavnosti a hostech, 1966). Centraal staat een groepje bourgeois recreanten in een bos, dat zich opvallend passief door een stel bureaucratische griezels laat gijzelen, om vervolgens tijdens een bizar feestbanket al net zo willoos deel te nemen aan een klopjacht.

Dat levert een zwartgallige parabel op over conformisme, waarin Nemec zijn abstraherende methode uiterst inventief toepaste. Zo werd het gigantische banket in het bos gemodelleerd naar de diners van de Nobelprijs-uitreiking, zij het met stoelen die elk een andere stijl en periode vertegenwoordigden. 'We hadden de film nooit kunnen maken als hij concreter was geweest', zei Nemec in 2001. 'We gebruikten over-stilering om de censoren te verwarren zodat ze niet direct zouden begrijpen dat de film tegen hen was gericht.'

Het was minder slim om alle personages te laten spelen door bekende hoofden uit de culturele en intellectuele elite van Praag, die allen bekendstonden als tegenstanders van het socialistische regime. 'Het was een virtueel foto-album van de contra-revolutie', aldus Nemec.

Diamonds of the Night (1964)

Censuur

Dat ontging de censuur niet. A Report werd verboden, Nemec kwam als filmmaker op de zwarte lijst en kon enkel nog in de televisie-industrie aan de slag. Hier en daar probeerde hij deuren te openen naar een internationale carrière; zo hoopte hij dat A Report de Gouden Palm zou winnen op het festival van Cannes, waar ook The Firemen's Ball (1967) en Capricious Summer (1968) van geestverwanten Forman en Menzel waren genomineerd. Uiteindelijk won geen van de films de prijs, omdat het festival door relschoppers Godard en Truffaut voortijdig werd lamgelegd.

Nemec bleef altijd geloven dat zijn carrière een flinke vlucht had kunnen nemen als de zaken in Cannes anders waren gelopen. 'Ik had het tot de internationale eredivisie van filmregisseurs kunnen schoppen', zegt hij in zijn laatste film, de licht absurdistische memoires The Wolf from Royal Vineyard Street (Vlk z Královských Vinohrad).

Die Verwandlung (1975)

En zo laten zich steeds weer momenten aanwijzen die keerpunten in Nemec' carrière hadden kunnen zijn, maar anders uitpakten. Wat als hij uit betrokkenheid niet zo lang mogelijk in Tsjechoslowakije was gebleven, en zijn heil eerder elders had gezocht? Had hij dan de Tsjechische Roman Polanski kunnen worden?

In elk geval had hij dan niet als enige kunnen filmen hoe in 1968 Russische tanks Praag binnenrolden. Clandestiene, nog steeds zeer aangrijpende beelden die hij verwerkte in zijn (allicht) verboden documentaire Oratorio for Prague (Oratorium pro Prahu, 1968), en die hij in zijn Fiat naar Oostenrijk smokkelde zodat het buitenland kon zien wat er in Praag gebeurde.

Die smokkelactie zou later het onderwerp worden van zijn film The Ferrari Dino Girl (Holka Ferrari Dino, 2009), terwijl er ook een rechtstreeks lijntje naar The Unbearable Lightness of Being (1988) loopt: voor Philip Kaufmans beroemde Milan Kundera-bewerking trad Nemec op als inhoudelijk adviseur, terwijl zijn beelden van het bezette Praag ook in de film zijn opgenomen - kundig versneden met shots van hoofdrolspelers Daniel Day-Lewis en Juliette Binoche. Nemec is zelf even te zien als de verslaggever die wordt ondervraagd vanwege zijn opnamen van de invasie.

Orotarium pro Prahu (1968).

Verbanning

Die wereldwijd vertoonde beelden zijn vooralsnog Nemec' voornaamste claim to fame, maar deden zijn carrière in het door de Sovjets bezette Tsjechoslowakije geen goed. In 1974 mocht hij kiezen: het land uit of de gevangenis in. Dus vertrok hij, zijn paspoort nog twee jaar geldig, wetende dat hij bij terugkeer onmiddellijk zou worden gearresteerd. De verbanning luidde een lange periode in waarin hij overal en nergens zijn heil zocht en uiteindelijk neerstreek aan de Californische kust. Behalve met huwelijksreportages - hij zou er zo'n vijftig maken - kwam hij rond door af en toe les te geven en documentaires te draaien.

Filmplannen had hij genoeg, maar door zijn allergie voor netwerken ('Ik ben er de mens niet naar om een producent quasi-geïnteresseerd te vragen of zijn hond al beter is') hield Nemec aan Amerika voornamelijk smakelijke anekdotes over. Zo mocht hij graag vertellen hoe hij in 1989 de VS wist uit te reizen toen in Tsjechoslowakije de Fluwelen Revolutie uitbrak. Zijn Tsjechoslowaakse paspoort was reeds lang verlopen; de man van de Amerikaanse immigratiedienst zei dat hij hem niet aan een geldig reisdocument kon helpen, tenzij hij een begrafenis wilde bijwonen. 'Ik wil naar de begrafenis van het communisme', zei Nemec, waarna hij binnen een handomdraai de benodigde papieren kreeg.

In zijn vaderland hoopte Nemec op een nieuwe start als cineast. Maar al draaide hij er nog negen films, een comeback zat er niet echt in. Stond hem vroeger de censuur in de weg, dan nu de publieksbehoefte aan gemakkelijke kost. Niks voor Nemec, die met zijn werk alsmaar van het geijkte pad van het realisme bleef wijken; als het publiek van begin af aan begrijpt dat een film niet om oppervlakkige gelijkenissen met de werkelijkheid draait, redeneerde hij, dan zal het zich makkelijker concentreren op wat de regisseur te zeggen heeft.

De praktijk pakte anders uit. Een overkokend sprookje als Flames of Royal Love (V záru královské lásky, 1991), over een gestoord koningspaar dat elkaar op cartoonesk-hysterische wijze naar het leven staat, was zowel pers als publiek te gortig. 'Ik ga altijd tegen de mode in', schreef Nemec in 1997 in filmblad Film a doba. 'Ik doe dat niet opzettelijk, het gebeurt me gewoon. Ik maak exact de tegenovergestelde films van dat wat de mensen willen zien.'

Gelukkig schatte Nemec zijn oeuvre tenminste zelf nog op waarde. In The Wolf from Royal Vineyard Street laat de 79-jarige meester zichzelf een ere-Oscar voor zijn gehele oeuvre in ontvangst nemen. 'Nou, beter laat dan nooit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.