INTERVIEW

Filmdino's weinig realistisch, maar wat geeft het?

Dinosaurus-expert zaagt Jurassic World door

Goed: de mosasaurus had dus een andere tong, en die mug in hars ís helemaal geen mug. Maar doet dat ertoe? Jurassic Park is terug. En paleontoloog Anne Schulp kan best genieten van al die filmdino's.

Beeld uit Jurassic World.

Een voor het songfestival geprepareerde sierkip. Zo ongeveer zou de velociraptor in Jurassic World eruit hebben gezien als producent Steven Spielberg zich bij de herstart van zijn spektakelfilmreeks had laten leiden door de jongste wetenschappelijke inzichten. De 66 miljoen jaar geleden uitgestorven dinosauriërs waren namelijk lang niet kaal, doch gevederde en donzige, mogelijk zelfs bontgekleurde monsters. 'Een soort lenige Pino', preciseert Anne Schulp (41), als paleontoloog verbonden aan natuurhistorisch museum Naturalis te Leiden.

Enkele van zijn buitenlandse collega's protesteerden luidkeels toen eerder dit jaar de trailer van Jurassic World werd vrijgegeven. De prehistorische dieren bleken een dinosaurushuid-oude-stijl te hebben: zonder dons of veren, in schutkleur.

(Tekst loopt door onder video)

Paleontoloog Anne Schulp. Beeld ANP

De consternatie was voorstelbaar, vindt Schulp. 'Die kleinere roofdino's, daar moeten gewoon veren op. Of het er nou uitbundig veel zijn of wat dons: er zijn veerafdrukken gevonden. Daarnaast zijn er fossielen bekend van roofdinosaurussen met kleine putjes in hun poten. Daar moeten grote veren in hebben gezeten, echte slagpennen.'

Afgelopen herfst, tijdens een congres in de VS, nuttigde Schulp een maaltijd met de vermaarde paleontoloog Jack Horner, die als adviseur betrokken was bij alle vier de Jurassic Park-films. De Amerikaan stelde zijn Nederlandse collega gerust. 'De film zit slim in elkaar - dat was alles wat hij tegen me zei. Ik vermoed dat hij een geheimhoudingsplicht had getekend en verder niks kwijt mocht. Maar hij had gelijk.'

Schulp zag Jurassic World deze maandag al, in een voorvertoning. De blockbuster, vanaf vandaag wereldwijd te zien, speelt opnieuw op het mystieke fantasie-eiland voor de kust van Costa Rica. Waar de uitgebroken dino's in 1993 voor het eerst huishielden, is nu een compleet en drukbezocht dinopretpark opgetrokken. Omdat de dagjesmensen een beetje uitgekeken raken op de ordinaire dinosauriërs, kweken de wetenschappers en parksponsoren nieuwe soorten door dino-dna te mengen.

Voilà. Daar sta je dan, als zeurende wetenschapper. Álle biologische kritiek valt kinderlijk eenvoudig te pareren door de filmmakers: hoho, die aberratie is bedacht door de personages, of door hen per ongeluk bijeengekweekt in een petrischaaltje.

Zoals de tong van de mosasaurus, bijvoorbeeld. Het prehistorische zeemonster slokt in Jurassic World een witte haai op in een door joelend publiek omgeven bassin - de overtreffende trap van de orka's die kunstjes doen in Sea World. Laat paleontoloog Schulp nu net zijn gepromoveerd op die mosasaurus, de sterk met Nederland verbonden 'maashagedis'. Een soort waarvan de eerste werd uitgehakt in de mergelgrotten bij Maastricht, in 1766.

Beeld Cigdem Yuksel

Een van de hoofdstukken van Schulps proefschrift uit 2006 is getiteld: 'Did mosasaurs have forked tongues?' 'Het antwoord luidde ja, zeer waarschijnlijk. In de bek van deze film-mosasaurus zie je een dikke lap tong zonder spleet. Dat was even schrikken.'

Schulp werkte een paar jaar geleden nog mee aan de opgraving van een exemplaar van 13 meter, aangetroffen in een Nederlandse steengroeve. 'De grootste die ooit is gevonden, schampt aan de 20 meter. Die in Jurassic World meet er zo'n 60.'

Ook de pukkelige krokodillenhuid van het filmdier is passé, stelt de paleontoloog. 'Uit meer recent gevonden fossielen weten we dat mosasaurussen mooie gladde schubjes hadden, zowat een zeeslangachtige huid.'

Nu we toch kritisch kijken, wil Schulp ook iets kwijt over de grote kam achter op de rug van de filmdino. Die lijkt geïnspireerd door een wel héél gedateerde reconstructie, nog van voor de Eerste Wereldoorlog. Toen wist een Amerikaanse paleontoloog niet wat hij aan moest met de stukjes luchtpijp bij zijn mosasaurusfossiel; hij plakte de resten achter op het skelet. En - laatste dingetje - ook de staartflap is anatomisch incorrect.

Moeten er veren op de T. rex?

Niet voor de isolatie, stelt paleontoloog Anne Schulp. 'Als je zo groot bent, is lichaamstemperatuur geen probleem. Voor aandachttrekkerij omwille van seksuele selectie, het pronken, zijn veren mogelijk wel nodig. Bij sommige, fossiele voorlopers van de Tyrannosaurus rex zijn veerafdrukken aangetroffen. De meeste T. rex fossielen zijn echter gevonden in zanderige afzettingen, die zich niet goed lenen voor het bewaren voor veerresten. Dus dan is de vraag: zou de soort ze zijn kwijtgeraakt, of zijn ze niet geconserveerd? Dat het dier in elk geval iets van pluis had, lijkt gezien de voorlopers aannemelijk.'

Schulp neemt het producent Spielberg en diens team niet kwalijk. 'Hun mosasaurus is zelf geknutseld. Dus op zich kan dat allemaal, binnen de logica van de film. Als de parkwachters een grotere willen, komt er een grotere.'

Behalve de paleontologen waren ook de entomologen verbolgen. De insectendeskundigen hadden een valide punt. De miljoenen jaren geleden in hars gevangen mug, als verstrekker van het eerste dino-dna cruciaal voor de plot, was in de eerste Jurassic Park al van de verkeerde, want niet-stekende soort. En is nu dus ineens een vlieg, wederom van de niet-stekende soort. Die kón dus helemaal geen dinosauriërsbloed opzuigen.

Beeld uit Jurassic World. Beeld Filmdepot

Dat wetenschappers een Hollywoodblockbuster toetsen op historische juistheid, is misschien wat mal, maar niet echt vreemd. Binnen de paleontologie is er een periode voor Jurassic Park en een periode na. Generaties raakten aan de dinosauriërs verknocht dankzij de film, die het beeld van de oerfauna meer dan alle eerdere afbeeldingen kleurde.

Schulp was 21 toen hij hem zag in de bioscoop. 'Ik studeerde toen al, maar ik heb verschillende collega's die door de film een duwtje kregen om voor de paleontologie te kiezen.'

Door de populariteit van de filmreeks kwam er ook makkelijker geld vrij voor opgravingen. Tegelijk was Spielbergs film directe aanleiding voor wetenschappelijk onderzoek. De bekende achtervolgingsscène, waarbij een T. rex achter een jeep aanzit, maakte dat paleontologen gingen puzzelen: wat was nu een realistische snelheid? Niet die 60 à 70 kilometer per uur uit de film, zo bleek. Schulp: 'Op de fiets heb je goeie kans een Tyrannosaurus voor te blijven, lopend zou ik het niet proberen.'

Spielberg permitteerde zich ook bij de eerste deel heel wat vrijheden. Zo werden de banaanvormige tanden van de T. rex op verzoek van de filmstudio aangescherpt, om ze vervaarlijker te doen lijken. Niettemin oogden de oerdieren, met de kennis van toen, behoorlijk accuraat.

Jurassic Park betrof ook een mijlpaal in het gebruik van computeranimatie, goed voor het grootste commerciële succes ooit. Tot Titanic dat record weer brak. Volgens marktanalisten zal Jurassic World aanstaand weekend al 300 miljoen dollar (266 miljoen euro) verdienen, waarmee het budget al ruim voor de helft is terugverdiend.

Het Hollywoodsucces betekent veel voor de naamsbekendheid van met name Noord-Amerikaanse dinosauriërs; de soorten die rond het einde van het Krijt in het sediment bij de Rocky Mountains verzonken. Er bestonden zo veel meer interessante varianten, zegt Schulp. De dieren uit de steengroeve bij Winterswijk, bijvoorbeeld. 'Prachtige, ontroerend maffe beestjes. Doodlopende routes uit de evolutie, dieren die het niet zijn geworden.'

De nothosaurus bijvoorbeeld, of de placodus, met z'n schelpenkraakgebit. Maar dat zijn zeesauriërs, op huisdierformaat. Daar kun je geen woeste achtervolgingsscènes bij verzinnen, zoals in Jurassic World. 'Je hebt geen raketwerper nodig om ze tot de orde te roepen.

Komt die dino er nog?

Voor wie hoopt dat gekweekte dinosauriërs al wat minder science fiction zijn dan in 1993, toen de eerste Jurassic Park-film uitkwam, heeft paleontoloog Anne Schulp slecht nieuws. Uit in bot aangetroffen scherfjes eiwit, dat verhoudingsgewijs beter bestand is tegen afbraak dan dna, vallen volgens Schulp 'hooguit hele kleine details bijeen te puzzelen van hele kleine stukjes dino-dna'. Dat is alles. En dat is veel te weinig.

Onlangs meldden onderzoekers van de Yale-universiteit dat men daar de evolutie kon omdraaien door een kip weer een bek te geven in plaats van een snavel, door een aanpassing in het genoom. Schulp: 'Vogels hebben al zeker 66 miljoen jaar geen tanden meer, maar de dna-instructie om tanden te kúnnen maken, is al die tijd wel mee gekopieerd. Als je die eerste aanloop activeert, zou je in principe tandbeginnetjes kunnen maken bij kippen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.