Reportage Componeren voor Pim de la Parra

Filmcomponist Kevin Toma over zijn muziek bij Pim de la Parra’s Dirty Picture

Beeld uit de zwart-wit film Dirty Picture van Pim de la Parra. Beeld EYE Film Instituut Nederland

Toen Pim de la Parra in 1979 zijn hermetische stille film Dirty Picture maakte, had hij vast niet gedacht dat de film 40 jaar later alsnog muziek zou krijgen. Filmjournalist en -componist Kevin Toma over het maken van de onmogelijke soundtrack.

De laatste tijd zie ik steeds dezelfde beelden voor me. Amsterdam in zwart-wit. Mysterieuze vrouwen, flanerend over de Dam. Een reusachtige Heinekenfles, wiebelend door de straten. Een duimzuigend heertje in een luier.

Die beelden heb ik niet zelf verzonnen, maar komen uit een van de merkwaardigste films uit de Nederlandse filmgeschiedenis. Pim de la Parra’s Dirty Picture (1980) is het licht surrealistische en speels erotische relaas van de Colombiaanse oogarts Ignacio Cosso (vertolkt door De la Parra zelf), op vrijersvoeten in Amsterdam. 

Dirty Picture is een film zonder budget, zonder kleur, zonder helder verhaal en, nog het radicaalst van alles: zonder geluid. Er zitten geen gesproken dialogen, klanken of muziek in de film. Dat was door de eigengereide cineast bedoeld als ode aan de stomme film, maar ketste bruut af op publiek en pers. Terwijl andere producties van De la Parra inmiddels als klassiekers gelden, zoals zijn onlangs gerestaureerde regiedebuut Obsessions (1969) en het prachtige Surinaamse drama Wan Pipel (1976), verdween Dirty Picture na één week in de bioscopen geruisloos in de archieven.

Dat heeft De la Parra (79) altijd dwars gezeten. De film had zijn comeback moeten worden, na het floppen van Wan Pipel en het faillissement van Scorpio Films, het productiebedrijf dat De la Parra samen met Wim Verstappen had opgericht. Daarom krijgt Dirty Picture aanstaande zaterdag nog één herkansing: de film wordt dan voor het eerst in bijna veertig jaar vertoond, tijdens Parra Odyssee, het retrospectief dat het Amsterdamse filmmuseum Eye aan het werk van De la Parra wijdt. En dit keer is de film niet geluidloos, maar voer ik er live muziek bij uit, in opdracht van de meester zelf. De afgelopen maanden was ik volop aan het componeren; ik denk dat ik de film inmiddels vaker heb gezien dan alle bezoekers uit 1980 bij elkaar. Vandaar die alsmaar door mijn hoofd gonzende beelden, vandaar dat ik met de film opsta en naar bed ga. 

Inmiddels ben ik echt fan van Dirty Picture, maar die liefde kwam niet vanzelf.

Twee jaar geleden kreeg ik het verzoek van De la Parra. We hadden al mailcontact vanwege een krantenartikel dat ik wilde schrijven. Was ik bereid zijn lang vergeten experiment Dirty Picture te bekijken, met het oog op een eventuele soundtrack? De la Parra, die al langer vergeefs naar een componist voor zijn film had gezocht, wist blijkbaar dat ik niet alleen filmjournalist ben, maar ook muziek maak voor zwijgende films uit de jaren twintig. En al had hij nog nooit iets van mijn werk gehoord, toch geloofde hij dat ik met mijn aanpak – samples, beats en live pianospel – Dirty Picture aan de vergetelheid kon ontrukken. ‘Alsof deze film nog in een coma verkeert en wacht op zijn geboorte’, schreef hij, in een van de vele, typisch parriaanse brieven die hij me vanuit zijn woonplaats Paramaribo zou sturen, en die eerder zwierige epistels in groot-lettertype zijn dan conventionele e-mails.

Regisseur Pim de la Parra: ‘Alsof deze film nog in een coma verkeert en wacht op zijn geboorte.’ Beeld Daniel Cohen

Allicht voelde ik me zeer vereerd, maar door slepende privé-omstandigheden vergat ik te antwoorden. De la Parra hield vol: ‘Nogmaals wil ik betonen dat mijn voorstel aan u toch een tamelijk unieke gelegenheid inhoudt. Ik denk niet dat er veel filmcomponisten op aarde zijn die dit meemaken, daar het ook vrij zeldzaam is dat er een cineast leeft die doelbewust zo’n stomme film heeft weten te realiseren.’

De la Parra had gelijk. Ik keek de film. Voor het eerst zag ik hoe held Cosso per riksja door Amsterdam wordt gevoerd, hoe hij allerlei dames bejegent en geobsedeerd raakt door naaktdanseres Rubia (De la Parra’s toenmalige minnares Karina Keuchenius). Rubia is overal en nergens, in een stad die aan alle kanten lijkt te worden afgebroken: steeds weer stuit Dirty Picture op graafmachines en slooppanden, op bouwputten en betonvlakten. Misschien speelt de film zich vooral af in Cosso’s overkokende hoofd. Plompverloren schakelt De la Parra van de straatbeelden over op Cosso, die naar zijn dubbelganger zwaait terwijl hij bloot op een hobbelpaard zit of negen schone slaapsters wekt met een klik op zijn fotocamera.

Dirty Picture. Beeld EYE Film Instituut Nederland

Om eerlijk te zijn: ik snapte er geen snars van. Ook niet van de opbouw en flow van de film; de overgangen tussen de scènes kwamen vaak volkomen willekeurig op me over. Niettemin sprak de maffe ongedwongenheid van Dirty Picture me zozeer aan dat ik toezegde.

Vervolgens zette De la Parra een team van medewerkers in beweging. Eye-conservator Rommy Albers werd verantwoordelijk voor de projectie in Eye, mecenas Bessel Kok ging mijn gage betalen en De la Parra’s assistent Olivia Buning zorgde ervoor dat het hele project op rolletjes zou lopen. Nu alleen nog de soundtrack.

De la Parra gaf me carte blanche. Nooit drong hij erop aan dat ik hem muziek zou sturen. Dat zegt veel over de vrijheid die De la Parra’s geest nog altijd heeft. Dat hij enorm snakt naar de herwaardering van zijn vergeten film, maar hem in goed vertrouwen uit handen durft te geven.

Was ik dat vertrouwen wel waard? Ook toen ik Dirty Picture opnieuw zag, vond ik het een ondoordringbaar geheel. Ik vroeg me af of ik muziek kon maken voor een film waarop ik geen vat kreeg. Tot ik na oeverloos geklooi mijn eerste probeersels onder de beelden zette en besefte dat Dirty Picture veel strakker in elkaar zit dan ik dacht.

Neem de openingsscène: voeg een passend ritme toe en Cosso verlaat zijn hotel opeens met de schwung van John Travolta, terwijl de shots bijna op de maat in elkaar haken. Dat was altijd al zo, maar met de juiste muziek en het juiste tempo – in dit geval een simpele drumpartij op 100 beats per minuut – wordt dat zichtbaarder en voelbaarder. Alsof een film een organisme is waarvan je als componist de hartslag moet vinden.

Maar dan nog: wat gebeurt er toch allemaal met Cosso? Vanwaar die dubbelganger op het hobbelpaard? Gelukkig hielp De la Parra me op weg. Het gros van wat zich in ons leven afspeelt is ondoorzichtig en duister. ‘Dus bezie de vertelling van Dirty Picture als een droom en die kent geen logica!’

Toch kon ik de toeschouwer houvast bieden, aldus De la Parra. Zo diende de soundtrack de destructieve spanning te suggereren die ontstaat wanneer Cosso, als traditioneel denkende Colombiaan, de vrijgevochten vrouwen van Amsterdam treft. Volgens De la Parra loopt Cosso zelfs gevaar zodra hij zich in Rubia’s buurt waagt. Daarom heeft de danseres haar eigen leidmotief gekregen, in de vorm van een sinistere saxofoonsample: muziek die zich als een slang om het hoofdpersonage wurmt.

Het zwart-witte Amsterdam uit Dirty Picture. Beeld EYE Film Instituut Nederland

Lastiger vond ik de setting van de film. De la Parra stelde in zijn mails dat het Amsterdam van 1979 de eigenlijke protagonist is. Ik was 4 toen Dirty Picture werd opgenomen. Ik heb nooit in Amsterdam gewoond en heb geen persoonlijke band met de plekken waar de film zich afspeelt. Diskwalificeerde me dat niet als componist? Hoe moest ik de ziel van het Amsterdam in de jaren zeventig ooit treffen? Misschien kon ik het muzikale geluid van die tijd imiteren, al was het maar in de finale, waar vrijwel alle personages samenkomen in de – naar ik begrijp – legendarische studentendiscotheek Dansen bij Jansen. Ik overwoog of ik de scène een discoklank zou meegeven tot ik zag wat er op een van de muren van stond gekrast: ‘Disco is dead.’

Een duidelijkere boodschap kon de film mij niet geven. Ik moest me op de psychologie van de personages richten, niet op de uiterlijkheden van hun wereld. Daarom laat ik de mensen in Dansen bij Jansen swingen op cumbia: typische feestmuziek uit Cosso’s vaderland. Die klinkt hier opzettelijk duisterder dan je in een club zou verwachten. En soms, wanneer Cosso als een buitenstaander naar de dansende menigte kijkt, loopt de cumbia ook helemaal leeg. Zo betrekt de muziek zich consequent op de droomtoestand waarin Cosso – en met hem de film – zich lijkt te bevinden. En intussen wordt hopelijk heel Amsterdam een droomstad.

Zodoende baande ik me al componerend een pad door de film. Sterker nog: gaandeweg ben ik verliefd geworden op Dirty Picture. Ik hou nu erg van het gemak waarmee droom en werkelijkheid stuivertje wisselen. Van de parkeermeter die zomaar verandert in een peepshow en van de elegante klungeligheid die De la Parra zijn held meegeeft.

Hopelijk slaat die vonk over op het publiek, zaterdag in Eye. De la Parra reageerde in elk geval verheugd, toen ik hem eindelijk de muziek durfde te sturen. ‘Ik ben ervan overtuigd dat het bioscooppubliek getuige zal zijn van een onvergetelijke muzikale en cinematografische blending’, schreef hij. ‘Een happening die ik met groot vertrouwen tegemoetzie.’

Ik mag het hopen. Ik krijg al zenuwen als ik dit opschrijf. Dat hoort er ongetwijfeld bij, wanneer je de kraamverzorger wordt van iemands geesteskind.

Pim de la Parra (rechts) en Kevin Toma. Beeld Daniel Cohen

Wie is Pim de la Parra?

De Surinaams-Nederlandse regisseur Pim de la Parra (79) geldt als een van de eigenzinnigste figuren van de Nederlandse cinema. In zijn bijna veertig films omvattende oeuvre toonde hij zich nooit bang voor het experiment – ook niet voor krappe draaiperioden en budgetten. De la Parra, een groot voorbeeld voor vele filmmakers na hem, gooide hoge ogen met de films die hij regisseerde en produceerde met Wim Verstappen. Onder de kap van hun legendarische productiebedrijf Scorpio draaide De la Parra zijn speelfilmdebuut Obsessions (1969), dat onlangs digitaal werd gerestaureerd en vanaf vandaag weer in de Nederlandse filmtheaters te zien is. 

De la Parra en Verstappen werden miljonairs dankzij het roemruchte, zeer succesvolle seksdrama Blue Movie (1971, regie Verstappen). Het publiek bleef echter weg bij Wan Pipel (1976), De la Parra’s hommage aan vaderland Suriname. De veel te dure film betekende het einde van Scorpio. 

Toen ook het vreemdsoortige, geluidloze Dirty Picture (1980) flopte, werd De la Parra’s leven er een van de nodige omzwervingen. Van Nederland naar Aruba en weer terug, en van Nederland naar Paramaribo, waar hij nog altijd woont en in 2005 aan de wieg stond van de Surinaamse Filmacademie. Zo duur als Wan Pipel bleek te zijn, zo non-existent was het budget van de vele minimal movies die De la Parra in Nederland én Suriname realiseerde. Tegenwoordig houdt hij zich voornamelijk bezig met nietsdoen en zijn nog te voltooien roman De schaamte van H.W. Bogt.

Sylvia Kristel

In 1974 vroeg Pim de la Parra actrice Sylvia Kristel, die toen net de opnames van de erotische film Emanuelle (1974) erop had zitten, voor de vrouwelijke hoofdrol van zijn zwijgende film Dirty Picture. Kristel weigerde gedecideerd, zoals is terug te lezen in het boek Van Fanfare tot Spetters van filmhistoricus Hans Schoots. Niet omdat ze het scenario slecht vond, integendeel, maar omdat ze zichzelf had beloofd ‘niet meer nakend te verschijnen, geen naai- of zuigscènes meer te doen’ en ‘zeer veel geld te verdienen’. In plaats van Kristel castte De la Parra uiteindelijk zijn eigen minnares Karina Keuchenius.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden