Film over weduwen doelwit van hindoefundamentalisten

Hindoefundamentalisten vernielden de set voor de film Water in Varanasi, India's heilige stad aan de Ganges. De film zou de hindoecultuur bezoedelen en een westers-imperialistisch product zijn....

Varanasi, heilige stad aan de even heilige Ganges. Pelgrims baden er in de rivier en drinken het water, om hun ziel te zuiveren. Aan de oever verbranden hindoes hun overleden familieleden en werpen de overblijfselen in het heilige water.

Varanasi was ook een toevluchtsoord voor weduwen die door hun familie zijn verstoten. Met kaalgeschoren hoofd en gehuld in een witte sari wachtten ze er op verlossing. Deepa Mehta (48), een Indiaas-Canadese filmmaakster, situeerde niet toevallig hier haar film over weduwen in het India van de jaren dertig.

'Mijn film Water gaat over drie weduwen in Varanasi. Een van hen wordt gedwongen tot prostitutie. Dat gebeurde toen, en gebeurt trouwens nog steeds. Het hindoeïsme is op zich een heel tolerante religie. Maar Water laat zien hoe de religie ook is misbruikt.'

Al tijdens de productie werd de film onder vuur genomen door groepen hindoefundamentalisten. Delen van het script waren uitgelekt. Mehta: 'Er was een grote demonstratie in Varanasi. Een deel van de filmset werd vernield. De film zou antihindoe zijn, een christelijke samenzwering.'

Begin februari ontvluchtte de filmploeg de heilige stad aan de Ganges, op dringend verzoek van de regering van de deelstaat Uttar Pradesh. De film veroorzaakt ordeproblemen doordat hij gewelddadige protesten oproept, oordeelde de deelstaatregering die wordt geleid door de BJP, een partij van hindoenationalisten.

De tegenstanders vinden dat de film het heilige imago van Varanasi bezoedelt. De 'weduwenhuizen' worden voorgesteld als bordelen, menen zij. De film vinden ze beledigend voor de hindoecultuur en de Indiase traditie.

Om het project van Deepa Mehta te steunen, gingen eind februari in Calcutta prostituees de straat op. 'De weduwen in deze film worden net zo uitgebuit als wij', zegt een van hen, zelf ook weduwe. De positie van weduwen is weinig benijdenswaardig in conservatieve delen van India. Verbanning naar heilige steden komt nog steeds voor.

Het is vreemd dat het conflict zo hoog is opgelaaid terwijl het script was goedgekeurd door het ministerie van Informatie en Omroep van de nationale regering, die eveneens wordt geleid door de BJP. Na de eerste protesten heeft Mehta een aantal passages aangepast. Voor de extremisten was dat niet genoeg. Enkele andere Indiase deelstaten boden de filmmaakster een alternatieve lokatie aan, maar de hindoefundamentalisten dreigen ook elders in actie te komen.

Bovendien bedreigt een andere kwestie de realisering van Water. Een West-Bengaalse schrijver heeft Mehta in maart van plagiaat beticht. Zij heeft hem vervolgens van smaad beschuldigd en een klacht ingediend bij justitie. 'Ze willen kennelijk niet dat ik de film maak. Maar ik ben vast van plan het project te voltooien.'

Deepa Mehta is al eerder in aanvaring gekomen met hindoefundamentalisten. In haar in 1997 uitgekomen film Fire was het een lesbische relatie tussen twee schoonzussen die aanstoot gaf.

'Ruiten van bioscopen werden ingegooid, molotov-cocktails naar binnen geworpen. Het verhaal zou indruisen tegen de Indiase cultuur. In New Delhi en Bombay moest de vertoning van de film worden gestaakt. Maar de film is in heel India te zien geweest, en later ook in Bombay en Delhi.'

Fire en Water zijn het eerste en het laatste deel van een trilogie van Mehtas hand. Het tweede deel heet Earth en handelt over het geweld tussen hindoes en moslims bij de scheiding tussen India en Pakistan in 1947. Earth ging vorig jaar zonder problemen in première.

In de Indiase media en politiek woedt de discussie over Water en de acties ertegen voort. Tegenstanders van de film spreken over 'gekwetste gevoelens' van hindoes, 'een neo-koloniaal product', een 'westers-imperialistische' film. Verdedigers van het project noemen de acties een aanslag op de vrijheid van meningsuiting, 'cultureel terrorisme' of zelfs 'cultureel fascisme'.

Volgens Deepa Mehta is het hindoe-extremisme de afgelopen jaren toegenomen - 'sinds 1992, toen de Babri-moskee in Ayodhya werd vernield. De achtergrond is dat India een periode van grote veranderingen doormaakt. Internet en satelliet-televisie versterken andere, westerse invloeden. Deze ontwikkeling veroorzaakt angst voor het verlies van wat als echt Indiaas wordt beschouwd. Bij sommigen leidt die angst zelfs tot het propageren van een ''India voor de hindoes''.'

Het zijn organisaties als de RSS (Nationaal Vrijwilligerskorps) en de VHP (Wereldraad van Hindoes) die zich opwerpen als fanatieke beschermheren van de hindoecultuur. De BJP, momenteel de grootste politieke partij in India, is aan deze groeperingen verwant.

In de huidige coalitieregering is de BJP gedwongen haar hindoenationalistische agenda te matigen. Sterker nog, zij lijkt een moderne, niet antiwesterse agenda te voeren. Maar sinds begin 1998, toen de BJP aan de macht kwam, roeren de hindoefundamentalistische groepen zich heftiger.

VHP, RSS en lokale BJP-leiders worden verantwoordelijk gehouden voor de campagne tegen Water, hoewel zij dat zelf ontkennen. De RSS zegt dat het 'het volk' was dat in opstand kwam tegen de film.

Deepa Mehta wil niet uitwijden over de politieke context. 'Ik ben filmmaakster, geen politiek deskundige. Maar wat ik beangstigend vind, is dat er veel steun voor de campagne lijkt te bestaan onder de bevolking.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden