Twee lama’s bij de Tsagaanheuvel, Ulaanbaatar, Mongolië, 1913.

Beschouwing De collectie-Kahn

Filantroop Albert Kahn ging met een camera op zoek naar wereldvrede

Twee lama’s bij de Tsagaanheuvel, Ulaanbaatar, Mongolië, 1913. Foto Stéphane Passet/Musée Albert-Kahn

Met zijn collectie foto’s van culturen uit alle windstreken hoopte filantroop Albert Kahn een betere wereld te bewerkstelligen. Het zou een vergeefse missie blijken.

Hij hoopte met het aanleggen van een fotocollectie vrede op aarde te bereiken. Maar nu is hij terechtgekomen in een museum met mummies en beelden uit de oudheid als voornaamste attractie. Het lot dat de fotografiecollectie van de idealistische Franse bankier Albert Kahn is beschoren, stemt enigszins bitter  welke idealist ziet zijn levenswerk graag eindigen als historisch artefact? Een uitzonderlijk mooie erfenis is het wel, zo valt vast te stellen in het Allard Pierson Museum in Amsterdam, waar een deel van Kahns collectie wordt geëxposeerd. Hij kon het onheil van zijn tijd, begin 20ste eeuw, weliswaar niet ­afwenden – zijn droom van ­broederschap en vrede werd ruw ­verstoord door wereldoorlogen en economische depressie – maar de ­foto’s blijven getuigen van een tijdperk waarin oorlog ver weg lijkt.

Een wondere, kleurrijke wereld van meer dan een eeuw oud ontvouwt zich aan de muren van het Allard Pierson. Een lichtelijk verschoten foto van een pasgetrouwd boerenechtpaar in Zweden, stokstijf gezeten op een houten bank, in een eenvoudig interieur, waar de staande klok in de hoek van de kamer enige welstand verraadt. Drie werklieden in een smederij in Kosovo, de hamers geheven in een poging te suggereren dat hier werkelijk de vonken spatten, terwijl best te zien is dat de mannen doodstil moeten staan zodat ze de opname met hun beweging niet bederven. Een vader met rode tulband en zijn dochters in groen-bruine gewaden, poserend tegen een muur in de volle zon van Bombay. Vrouwen in klederdracht in Algerije. Gelige sfinx en piramides in Egypte. Monniken in Mongolië, op hun gemak gezeten in de eindeloze steppe, met de rug naar de camera toe.

Jonggehuwden in het atelier van een fotograaf, Käringberget, Zweden, 1910 Foto Auguste Léon/Musée Albert-Kahn

Wellicht stonden deze vertegenwoordigers van de uiteenlopende culturen die de wereld rijk was, die op hun paasbest werden gefotografeerd, model voor een veel groter ideaal dan zijzelf hebben beseft. In hun welwillendheid tot poseren zouden ze nooit hebben vermoed dat ze meer waren dan onderwerp van nieuwsgierige (en misschien ook bewonderende) westerse blikken, dat ze en passant ook de wereldvrede dienden. Deelgenoot van een vroeg-20ste-eeuwse Family of Man, de optimistische, aan de mensheid gewijde fototentoonstelling die fotograaf Edward Steichen in 1955 samenstelde. Ook het project Archives de la Planète dat Albert Kahn initieerde was groots, inspirerend, uiterst modern en tragisch ineen.

Kahn (1860-1940) was een in de Elzas geboren wonderkind, dat als 19-jarige in zijn eentje naar Parijs trok om bankbediende te worden. Naast zijn werk voltooide hij drie universitaire studies. Bij de (kleine) bank verliep zijn carrière meer dan voorspoedig. Hij stelde de eigenaren voor aandelen te gaan verkopen van De Beers, het Zuid-Afrikaanse diamantbedrijf van Cecil Rhodes. Een gouden zet: het leverde de bank overvloedige winsten op, in ruil waarvoor Kahn 50 procent van de aandelen van de bank in bezit kreeg. Enkele jaren erna kreeg Kahn de bank in zijn geheel in eigendom. Op zijn 33ste was hij schatrijk.

Bombay, 1913. Foto Stéphane Passet/Musée Albert-Kahn

Kahn ontpopte zich als een zakenman met een sociaal hart, die zijn vermogen ten dienste stelde van de mensheid. Vanuit de gedachte dat kennis van en ontmoetingen met andere culturen zouden leiden tot internationale broederschap en vrede tussen de volkeren, richtte hij een fonds op dat reisbeurzen ter beschikking stelde voor jonge idealisten met een open geest: afgestudeerden uit Frankrijk, Japan, Duitsland, Amerika, Rusland. Vanuit eenzelfde filantropische instelling verzamelde Kahn op zijn landgoed in de buurt van Parijs intellectuelen en notabelen om zich heen: van Albert Einstein tot de sultan van Marokko, Nobelprijswinnaars en schrijvers, wier creativiteit en inzichten, zo veronderstelde hij, eveneens zouden bijdragen tot een betere wereld.

Kahns initiatief voor de Archives de la Planète haakte in op de jongste technische ontwikkelingen in de fotografie. Na de uitvinding van het zwart-witprocedé in 1839 voltrok zich rond 1903 een tweede revolutie, die van de kleurenfotografie. Met gebruik van aardappelzetmeel als filter, dat werd aangebracht op glasplaatjes, konden kleurenopnamen worden gemaakt. Beperking van wat de autochrome ging heten, was dat voor elk compleet kleurenbeeld drie opnamen moesten worden gemaakt, gedurende welke een model stokstijf stil moest staan of zitten, om bewegingsonscherpte te voorkomen. De drie opnamen over elkaar heen gelegd vormden de complete kleurenafbeelding. Aan de wieg van de autochrome stonden de gebroeders Lumière, die in 1895 de cinematografie hadden uitgevonden.

Broodverkopers op de markt in Sarajevo, Bosnië-Herzegovina, 1912. Foto Auguste Léon / Musée Albert-Kahn

In opdracht van Kahn zwermden talrijke fotografen vanaf 1909 de wereld over  Europa, Azië, Noord-Amerika en Afrika  om landschappen, stadsgezichten, religieuze en culturele schatten en volkeren vast te leggen. Een multinationale onderneming, opgericht vanuit de in retrospectief naïeve veronderstelling dat wederzijds begrip – en begrijpen begint met kijken – oorlog kan uitbannen. De foto’s in het Allard Pierson Museum, digitale reproducties van de voor expositie te kwetsbare autochromen, veroorzaken bij de toeschouwer een schokje: zo gewend zijn we om historische beelden in zwart-wit of sepia te zien, dat ze in deze verschijningsvorm een verrassende actualiteitswaarde krijgen. Alsof kleuren alleen in onze tijd van leven zouden thuishoren.

Hoe dan ook, het is op veel van de afbeeldingen alsof de wereldwonderen  de piramide en sfinx in Gizeh, de Taj Mahal in India, de boogbrug van Mostar, al die hedendaagse trekpleisters – plotseling uit hun toeristische wurggreep zijn bevrijd en naar hun kalme ongereptheid teruggebracht. Mooi is ook te zien hoe in sommige culturen (zoals de Mongoolse) het fenomeen fotografie nog nauwelijks lijkt doorgedrongen – en dus ook de kunst van het bevroren model staan nog geen hoge vlucht heeft genomen. Dat terwijl op andere plekken in de wereld de camera een vertrouwde verschijning is, zoals te zien op de markt van Sarajevo in Bosnië, waar broodhandelaren bijna routineus in de lens staren. Nomaden in Azië, onervaren, staan voor de duur van de opnamen lang niet altijd stil, en veranderen aldus in geestvlekken op de foto. Maar een jonge Parisienne, dochter uit een eenvoudig gezin, kijkt zelfbewust, zinnelijk bijna, naar de fotograaf. Reeds een ervaren model, in de hoofdstad van de fotografie.

Vrouwen van de Ouled Naïl-stam, Bou Saada, Algerije, 1909/1911. Foto Jules Gervais-Courtellemont/Musée Albert-Kahn

Duizenden van dergelijke cultureel-antropologische autochromen werden verzameld door Kahn en gearchiveerd. Hij vertoonde ze aan zijn kennissenkring van hooggeplaatste personen , die hopelijk geïnspireerd zouden raken door de vredelievende uitstraling van de volkeren uit alle windstreken. Een machtige collectie, maar ze bleek krachteloos toen in 1914 kroonprins Frans Ferdinand in Sarajevo werd doodgeschoten en de geschiedenis met de Eerste Wereldoorlog een tragische wending nam. Het moet een ontgoocheling zijn geweest voor Kahn dat de oorlogszucht niet te beteugelen was, maar het betekende geenszins het einde van zijn project. In plaats van de diversiteit van de volkeren te vieren, moesten zijn fotografen nu de loopgraven in om de verschrikkelijke gevolgen van de strijd vast te leggen. De resultaten zijn statisch, vergeleken met de hedendaagse oorlogsfotografie, maar evengoed indrukwekkend. De gewonden met geamputeerde ledematen en in verband gewikkelde gezichten, hun diepe vleeswonden en verbrandingen. De verwoestingen van steden, de chaos in de loopgraven: merkwaardig verstilde taferelen zijn het, vastgelegd met die lichtelijk gebleekte kleuren, met het ragfijne raster van het aardappelzetmeel.

Nog tot in de jaren twintig bleven fotografen in opdracht van Kahn de wereld bereizen  in toenemende mate ook voor filmopnamen ten behoeve van het archief. Maar de beurskrach in 1929 luidde het einde in van de filantropische onderneming die resulteerde in een ongeëvenaarde collectie van 72 duizend autochromen. Kahns imperium werd meegesleurd in de economische depressie en in 1932 werd hij failliet verklaard. Zijn huis bij Parijs en bezittingen werden geveild, maar de gewezen bankier mocht er blijven wonen tot zijn dood, die kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zou komen. In 1940 stierf Kahn, 80 jaar oud, in het besef dat de wereldvrede verder weg was dan ooit.

De autochrome was toen al een verouderd procedé geworden, omdat Kodak in 1935 het eerste kleurenfilmrolletje op de markt had gebracht  eenvoudiger in gebruik, licht in gewicht, goedkoper en minder kwetsbaar. De tegenstelling met de lompe, kwetsbare glasplaatjes die lange reizen, klimaatschommelingen en vette vingers moesten trotseren, kon niet groter zijn. En juist dat besef geeft Kahns beroepslegertje fotografen op hun vergeefse missie iets tijdloos heroïsch. Wat een hopeloze onderneming. Maar wat een schitterende mislukking.

De wereld in kleur. Kleurenfotografie voor 1918. De collectie-Kahn. T/m 6/1 in het Allard Pierson Museum in Amsterdam.

Bij de tentoonstelling is een publicatie verschenen van De Boekenwereld (€ 12,50). Informatie in dit artikel is onder meer afkomstig uit het verhaal van Sytze van der Veen voor De Boekenwereld.

Lia Tilon heeft een roman geschreven over Albert Kahn: Archivaris van de wereld (Cossee, 2017. €18,99) 

Behalve aan de collectie-Kahn besteedt het Allard Pierson Museum ook ruimschoots aandacht aan de autochromen van de Rus Sergej Prokoedin-Gorsky. Die fotografeerde van 1909 tot 1915 volkeren tot in de uithoeken van het Russische rijk, in opdracht van tsaar Nicolaas II. Zijn nalatenschap telt zo’n 2.500 kleurenopnamen. Ook Nederlandse autochromen zijn in het museum te zien: een deel van deze prachtige, zij het wat brave burgermansfoto’s (Nederland betoont zich een oase van rust in de in politiek en militair opzicht woelige jaren tien van de vorige eeuw) was in 2016 al eens te zien op een tentoonstelling in het Amsterdams Stadsarchief. Ze zijn gepubliceerd in het boekje Nederland in kleur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.