Fien de la Mar liet lach achter met haar tragiek

Ze was de eerste echte ster in Nederland en leefde ook een societybestaan - voor zover dat hier kon. Bij de nieuwe film over haar leven: mateloos was Fien de la Mar, in haar talent én in haar zucht naar aandacht.

Fien de la Mar in 1922.Beeld Herrie Film & TV

Als actrice Fien de la Mar met haar toneelgezelschap op tournee was in de provincie, gooide ze in de hotelkamer waar ze 's nachts logeerde haar rode korset over de schemerlamp. In de broeierige sfeer die dan ontstond, brachten zij en haar mede-acteur en minnaar Jan van Ees de nacht door. Thuis zat weliswaar haar man, maar ach, dat was thuis. En Fien had aandacht nodig. Dus ging het korset over de schemerlamp.

De anekdote illustreert een beetje hoe het artiestenleven van Fien de la Mar er in die tijd, midden 20ste eeuw, uitzag. Op tournee door de provincie, een hachelijk avontuurtje in een gammel hotelbed en de volgende dag weer in de bus naar huis.

Diva

Ze geldt als een van de grootste diva's in de Nederlandse toneel- en filmwereld, van een haast Amerikaanse allure: Fien de la Mar (1895-1965). Op oude foto's doet ze een beetje denken aan Gloria Swanson en Bette Davis, maar dan wel op Hollandse leest geschoeid. Haar naam is nu vooral nog bekend door het DelaMar Theater aan de Amsterdamse Marnixstraat. Ooit werd dat theater speciaal voor Fien gebouwd door haar man: een eigen zaal voor een van de grootste Nederlandse actrices.

Ik wil gelukkig zijn is de titel van de documentaire die Annette Apon over Fien de la Mar heeft gemaakt en die vanaf vandaag in een aantal bioscoopzalen is te zien. De film zal naam en faam van de actrice weer onderstrepen. Voor even dan, want roem vervliegt, zeker als het theaterroem is. Maar Fien de la Mar heeft ook in veel films gespeeld en van dat materiaal heeft Apon dankbaar gebruikgemaakt. Haar documentaire is voor een groot deel opgebouwd uit filmbeelden van een wulpse, verleidelijke, intrigerende Fien, of Fientje, zoals ze in vakkringen werd genoemd. Daarnaast liet Apon allerlei anekdotes en herinneringen over De la Mar inspreken door acteurs van nu, onder wie Olga Zuiderhoek en Cas Enklaar. Want bijna alle mensen die haar goed hebben gekend, zijn intussen dood. Op Jenny Pisuisse na, haar collega-artieste, die in 1982 een biografie over haar schreef en nu 96 jaar oud is.

Ook dat boekje, Fien de la Mar - portret van een kunstenaar, leverde mooi materiaal op voor Apons film. Verder grasduinde ze in het archief van het Theater Instituut Nederland en filmmuseum EYE. Ik wil gelukkig zijn (de titel verwijst naar haar lijflied uit de film Bleeke Bet) portretteert Fien de la Mar als een actrice die lak had aan conventies, geen onderscheid maakte tussen hoge en lage kunst (ze zong in De Jantjes en speelde in een stuk van Marguerite Duras), alle genres moeiteloos aan kon (cabaret, revue, toneel, zang, film, operette) en een wanhopig, chaotisch en ten slotte diep tragisch leven had.

Annette Apon raakte in het fenomeen Fien geïnteresseerd toen ze een documentaire wilde maken over de Nederlandse filmindustrie midden vorige eeuw. Ze zag daarvoor ook de vele films waarin De la Mar had gespeeld en ze besloot dat dat haar onderwerp zou worden: Fien.

Fien de la Mar omstreeks 1960.Beeld Hollandse Hoogte

Iets buitensporigs

Apon: 'Er was niets over haar, behalve dat boekje van Pisuisse en de musical Fien uit 1982, met Jasperina de Jong. Terwijl zij een van de grote sterren uit die tijd was. Door al die films zag ik hoe uitzonderlijk ze was en hoe volkomen eigen haar manier van acteren. Ze steeg als het ware boven de rol, de scène en eigenlijk de hele film uit. Ze had iets buitensporigs in hoe ze was en hoe ze speelde. Daardoor kijk ik nu nog gefascineerd naar haar. Ik ging met mijn Fien-plan bij alle omroepen langs, maar niemand was geïnteresseerd. Met steun van onder meer het Filmfonds en EYE kon ik Ik wil gelukkig zijn ten slotte toch maken.'

Alles was mateloos aan Fien de la Mar: haar talent, haar passie, haar lust en onlust. Ze sarde, trok aandacht, pestte, sloeg, werd geslagen, was voortdurend recalcitrant, sloot zich op, kwam altijd te laat, had geheime minnaars, verstoorde huwelijken.

Maar dan stond ze weer op het podium van het Centraal Theater in Amsterdam of in de Haagse schouwburg en viel iedereen bijkans in katzwijm. Een diva van wereldformaat, veroordeeld tot een Hollands artiestenleven. Haar troost zocht ze in drank en gelag: haar huiskamers waren sociëteit De Kring en café Schiller op het Rembrandtplein. In haar Haagse periode deed ze chiquer: dan soupeerde (en zoop) ze met collega's, vrienden en minnaars in Hotel Des Indes.

Die onmatigheid komt zeker mede voort uit haar jeugd. 16 jaar was het revuemeisje Sientje Klopper toen ze een verhouding kreeg met de acteur Napoleon (roepnaam: Nap) de la Mar, een jaar later kregen ze een dochtertje: Fien. Die naam van haar vader illustreerde dat een zekere grootheidswaan in de familie zat: Fiens grootvader had de Franse keizer hoog zitten.

Beeld anp

Te weinig met haar talent bereikt

De familie De la Mar was een hechte theaterfamilie van rondreizende artiesten. Vader Nap haalde Fientje vlak voor haar hbs-eindexamen van school om haar meteen Het Vak in te duwen, allereerst bij zijn eigen operettegezelschap. Hij verwende haar schromelijk en wat dat voor haar karakter betekende, hebben velen daarna aan den lijve ondervonden. 'Een van de grootste actrices ooit, maar ook een ongedisciplineerd wezen. Ze heeft te weinig met haar talent bereikt', aldus haar collega Fred Sterneberg. Een ander zei: 'Keek je in haar ogen, dan zag je twee poelen van vuur, maar ook de hel.'

Vanaf 1917 speelde ze bijna 25 jaar onafgebroken bij allerlei toneelgroepen, operettegezelschappen en cabaretrevues. Met namen als Intieme Kunst, Hollandsch Operettegezelschap, Het Vroolijke Toneel en Vrolijke Kunst. Bij het Hofstad Tooneel in Rotterdam was ze onder meer te zien in stukken met geinige titels als Als 't kindje binnenkomt, De man zonder handen en Vogeltjes die vroeg zingen. Een paar jaar lang had ze ook haar eigen groep: Ensemble Fientje de la Mar.

In die tijd waren er wel dertig theaters en theatertjes in Amsterdam. Een normaal mens ging minstens een keer per week uit, er was geen televisie en nog maar net radio. Theater was amusement, vertier.

Vanaf 1934 kwam daar voor De la Mar een filmcarrière bij: tot aan de oorlog speelde ze in een groot aantal films zoals De Jantjes, Bleeke Bet, Klokslag Twaalf en De Spooktrein.

Haar repertoire was veelomvattend: van Hopla met de beentjes tot De Getemde Feeks. Kom daar nog maar eens om: Elsie de Brauw zal niet zo snel Bleke Bet spelen en Linda de Mol niet Medea. Fien deed het, omdat ze het kon.

Publicist en cabaretkenner Jaques Klöters daarover: 'Dat ze zong, cabaret deed, serieus toneel en film, was in die tijd niet zo bijzonder - dat indelen in genres zijn we pas later gaan doen. De artiesten van toen moesten wel, ze hadden vaak geen vast contract. Zomers doorspelen in een showtje op Scheveningen was heel normaal. Het was ook noodzaak: daar was het geld te halen.'

Een ongrijpbare carrière

Al met al was haar hele artistieke carrière even grillig als ongrijpbaar. Werken, werken, spelen en nog eens spelen, en intussen van haar leven een puinhoop maken. Ze werd evenzeer bewonderd als verguisd. Haar wispelturige gedrag maakte ze goed door onontkoombaar lief te hebben. En met haar talent natuurlijk.

Klöters: 'Ze was promiscue en onhandelbaar, ze beledigde en was daarna poeslief. Nu zouden we het een gevalletje borderline noemen. Haar aanwezigheid op het podium moet iets magisch hebben gehad. In die tijd was er niet zoveel grandeur en sterrenstatus, dus als je er eentje had als Fien, viel het meteen op. Het grote verschil tussen Fien en andere grote actrices uit die tijd, zoals Else Mauhs en Rika Hopper, was... ik zal het maar onomwonden zeggen: Fien was geil. Ze had geiligheid om zich heen, ze wilde mannen verslinden. Dat zie je vooral aan die films waarin ze met een Mae West-achtige allure speelde. Een beetje zoals Adèle Bloemendaal in de jaren zestig en zeventig - een grote, gevaarlijke vrouw. Mannen die haar zagen, dachten: jeetje, wat ik thuis niet voor elkaar krijg, zou ik wel bij haar kunnen krijgen.'

Ivo de Wijs schreef in 1982 de liedteksten voor de musical Fien: 'Fien gooide alles eruit, in haar acteren zat geen psychologische inleving of zo. Nu denken acteurs eerst na voordat ze iets doen, Fien niet. Zij speelde met een soort oerkracht. Mensen kwamen op haar af. Want ja, er stónd daar wel iemand.'

Fien de la Mar in 1933.Beeld Herrie Film & TV

Recensie

Lees hier de recensie van Ik wil gelukkig zijn hier.

Werk binnenhalen door flirten

Fien de la Mar was in haar glorietijd vast onderdeel van het artiestenleven, dat voornamelijk bestond uit dronken worden in sociëteit De Kring of in het barretje van Hotel Americain en daarna doorzakken in café Schiller aan het Rembrandtplein. Schiller was in die tijd belangrijk als centrum van het Hollands-mondaine artiestenleven. De plek bij uitstek waar artiesten elkaar ontmoetten. Dat kwam mede doordat eigenaar Frits Schiller zelf graag beroemd artiest wilde worden, en zich graag met hen omringde. Op maandag werd bovendien de zogeheten Artiestenbeurs gehouden: als je als acteur werk zocht, moest je daar wezen. Ook Fien zat er regelmatig en zal met een knipoogje hier en een flirt daar heel wat werk hebben binnengehaald.

Veel glamour was er verder niet - er waren geen roddelbladen, geen krant was nog geïnteresseerd in de privélevens van acteurs en rode lopers en galapremières waren nagenoeg onbekend. Als Fien een première had in Amsterdam, kreeg ze een bos bloemen die ze na afloop meteen weer moest inleveren. De dag daarna ging de voorstelling vervolgens in première in Den Haag en kreeg ze hetzelfde boeket. En de dag daarna in Rotterdam weer.

Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam ook een eind aan die tijd van hopla, de beentjes omhoog. Fien weigerde te tekenen voor de Kultuurkamer en pas in 1945 ging ze weer spelen. Ze was intussen getrouwd met Piet Grossouw, architect, aannemer en ondernemer. In 1947 bouwde hij een eigen theater voor haar, in de voormalige Spieghelschool aan de Marnixstraat in Amsterdam: dit werd het Theater De la Mar. Fien was actrice en directrice tegelijk, maar van zaken had ze geen verstand. En man Piet niet van theater. Na drie jaar ging de zaak failliet en werd overgenomen door Wim Sonneveld en bioscoopexploitant Piet Meerburg. Totaal gedesillusioneerd heeft Fien daarna bijna tien jaar niet meer gespeeld. In die stille periode overleed ook haar man. In 1957 ondernam ze haar eerste zelfmoordpoging: in haar etagewoning in de Amsterdamse Beethovenstraat zette ze de gaskraan open en sneed haar polsen door. Ze werd net op tijd gevonden. Opname in een psychiatrische kliniek in Santpoort volgde.

De rentree van Fien de la Mar

Op zeker moment krabbelde ze toch weer op en vanaf 1960 speelde ze nog in twee producties bij Ensemble, waaronder een volgens recensenten mooie moederrol in Dam tegen de oceaan naar de roman van Marguerite Duras. Telegraaf-criticus Jan Spierdijk daarover: 'Verheugend was vooral de rentree van Fien de la Mar, die men na lange afwezigheid terugzag in een sterk gespeelde rol, een manifestatie welke onweerlegbaar bewees dat van haar buitengewone speeltalent niets verloren is gegaan.'

Het mocht niet baten: Fien had de spelvreugde niet meer, de schwung was weg, ze kon geen aansluiting vinden bij de nieuwe generatie.

Na 1962 ging het bergafwaarts met haar. Ze kreeg geen 'engagement' meer, ze solliciteerde bij aftandse cabaretgroepjes, vereenzaamde en voerde ellenlange telefoongesprekken met vrienden en familie om aandacht te krijgen. Haar gedrag nam pathetische vormen aan: vrienden verzochten de PTT zelfs haar telefoon af te sluiten. Schrijver-columnist Simon Carmiggelt zei daarover: 'Ze belde me op uit een telefooncel: Simon, kun je daar niks aan laten doen? Het is toch te gek dat ik hier in een koude telefooncel moet staan!'

Carmiggelt nam vervolgens contact op met de directeur van de telefoondienst die hem beloofde dat Fien haar telefoonaansluiting zou terugkrijgen zodra ze 's nachts niet meer allerlei mensen uit bed belde.

Kwetsbaar als de hel

Cabaretpaus en presentator Wim Ibo ontfermde zich nog enige tijd over haar, een paar keer was Fien de la Mar in zijn tv-programma's te gast en in eenakters bij de KRO. 'Ze was kwetsbaar als de hel, maar ze heeft eroverheen geleefd, eroverheen gedronken', zei acteur Henk Rigters ooit over haar.

Maar het lukte haar niet meer - de tijd schreed voort, Fien bleef steeds meer in het verleden hangen: financieel aan de grond, artistiek uitgeteld. In 1964 gaf ze een interview aan Het Vrije Volk. 'Wat is geluk? Je denkt dat je het hebt en dan... pffft, is het weg.'

Op 18 april 1965, het was Eerste Paasdag, sprong ze uit het raam van haar bovenwoning. Ze was niet meteen dood en heeft nog enkele dagen in het Wilhelmina Gasthuis gelegen. Toen haar werd gevraagd waarom ze die noodsprong had gemaakt, was haar antwoord: 'Om alles'.

Om alles is ook de titel van een liedje (zie inzet) van Ivo de Wijs en Joop Stokkermans uit de musical Fien, met Jasperina de Jong in de titelrol.

Onder grote belangstelling wordt Fien de la Mar op 28 april 1965 begraven. Die middag trekt de rouwstoet van het Nieuwe de la Mar Theater naar begraafplaats Zorgvlied aan de Amstel.

Simon Carmiggelt haalt later nog herinneringen op aan die dag: 'Als je het over Fien had, was 't altijd lachen geblazen: iedereen wist wel een verhaal. Met al haar tragiek liet ze erg veel lach achter. En dat 't met haar gelopen is, zoals 't gelopen is, dat kwam omdat ze was zoals ze was.'

Om alles

Het was om alles

Breng me zonder al die vragen

naar mijn graf

Als ik 'om alles' zeg, dan ben ik er

vanaf

Ik geef geen stille wenken of terzijdes

Zodat niemand hoeft te denken:

't Was om mij dus

Schud het stof maar van je jas

En weet wat ik gedaan heb, was

Om alles.


Jasperina de Jong gaf Fien de la Mar gestalte in de musical Fien

Jasperina de Jong zag haar nooit acteren, althans niet op toneel. Ze is trots dat ze haar op de planken mocht eren.

Jasperina de Jong (78) speelde in de jaren tachtig de hoofdrol in de musical Fien (1982), geschreven door haar man Eric Herfst (script), Ivo de Wijs (liedteksten) en Joop Stokkermans (muziek). De Jong was voor het laatst te zien in Marlene, een onewoman-musical over Marlene Dietrich uit 2002. De artieste leeft al een aantal jaren een teruggetrokken bestaan en blijft bewust buiten de openbaarheid. Maar over Fien de la Mar en de aan haar gewijde musical wil ze wel het een en ander kwijt.

'Ik had in die tijd al zoveel verschillende dingen gedaan en er moest iets nieuws voor mij worden gezocht, en dan met name iets bijzonders voor in het theater. Toen kwam Eric met het idee voor Fien. Ik was al een tijdje niet op televisie geweest en ja, dan ben je voordat je het weet vergeten. Ik stond een keer bij een tankstation, toen iemand mij aansprak: 'Ach, mevrouw De Jong, werkt u niet meer?' Men ging in die tijd niet zo vaak meer naar het theater en je bent kennelijk dood als je niet meer op televisie bent.

'Fien de la Mar was in 1965 op tragische wijze overleden, maar ook toen al bijna vergeten. Zelf heb ik haar één keer in het echt gezien. Ze zat samen met Lily Bouwmeester in de foyer van het Nieuwe de la Mar Theater koffie te drinken en knikte me vriendelijk toe - twee dames van in de zestig met hoeden op. Ik knikte vriendelijk terug maar hoorde achteraf pas wie het was. Daar heb later ik zo'n spijt van gehad!

'Ik ken haar werk alleen uit haar films en zag meteen hoe modern haar manier van acteren eigenlijk was. Heel naturel, bijna als zichzelf - dat deed in die tijd niemand. En ze speelde natuurlijk met haar verleidelijkheid. Volgens mij was ze een beetje nymfomaan, nou ja, daar weet ik verder niet zoveel van. Ik weet wel dat ze een affaire had met een acteur van De Nederlandse Comedie, die ze na afloop van de voorstelling in een portiek opwachtte.

'De rode draad in onze musical waren de ellenlange telefoongesprekken die ze aan het eind van haar leven voerde, enkel en alleen om aandacht te krijgen. Dan belde ze iemand op en zei: 'Met Fien', en meteen daarachteraan: 'waarom moet je nou zo zuchten?'. Dus ze wist ook dat ze de mensen soms vermoeide.

Jasperina de Jong speelt de rol van Marlene Dietrich in gelijknamige musical.Beeld anp

'Ja, Fien was een groot succes, kreeg schitterende kritieken en het zat altijd vol in de provincie. Maar in Carré liep het gek genoeg helemaal niet, alleen af en toe in het weekend. Dat kwam omdat de tramconducteur niet meer wist wie Fien was, zei men toen.

'Jazeker, ik ben trots op die rol. Ik moest de kar trekken en Fien van allerlei leeftijden spelen. In de telefoongesprekken was ik de oude Fien, tussendoor de jongere. Ik had haar ook wel door, en vond haar leuk: dat ontzettend bijdehante, dat onafhankelijke van haar. Of ik op haar lijk? Nou, wel in die nuchterheid van haar: als de voorstelling klaar is, is het klaar. Als er na afloop iemand op haar afkwam met: 'O mevrouw, het was prachtig!' zei ze steevast: 'Dank u wel, maar nu heb ik honger.'

'Bijdehand en onafhankelijk - ik ook? Nou ja, als jij het zegt. Maar ik ben op tijd gestopt. Ik zeg op alles nee, ik vind het heerlijk zo. Ik heb een heel fijne oude dag, hoor. Schrijf dat maar op.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden