Muziekrecensie Festival Oude Muziek

Festival Oude Muziek in Utrecht trekt muzikale schatkamers open en bewijst opnieuw zijn waarde

De 37ste festivaleditie brengt Bourgondische klaagzangen zonder knellende conventies. Maar de ruwharige klank dreigt al een nieuw cliché worden.

Druk verkeer in de Utrechtse binnenstad, bij de opening van het 37ste Festival Oude Muziek Foto Marieke Wijntjes

Leg het maar eens uit. Zit je tijdens het openingsweekend van het Festival Oude Muziek op een hard kerkbankje te luisteren naar 550 jaar oude muziek van Guillaume Dufay, worden je ogen warm en vochtig. Je wilt vloeken, zo mooi! Maar in de Utrechtse Catharinakathedraal doe je dat liever niet, dus pieker je in stilte. Hoe kan het dat één zinderend ‘amen’, uit de keel van negen Italiaanse zangers, bijgekleurd met een klein orgel, vedels en trombones, een volle kerk ontroert?

Op dit soort momenten, en ze komen elk jaar voorbij, bewijst ’s werelds grootste oudemuziekfestival z’n waarde. Want wanneer hoor je nou Dufay, de grootste componist van zijn tijd? Hij glipte het programma binnen via het thema van de 37ste festivaleditie: Bourgondië, het Franse hertogdom dat in z’n glorietijd heerste tot aan onze Noordzeekust. Tien dagen lang gaan in Utrecht de muzikale schatkamers open en wie niet oppast raakt bedolven onder de overdaad.

Nijdige fietskoeriers zullen het beamen. Vrijdagavond, bij de opening, reden ze zich vast in lange muziekprocessies. Het was het bezoekersverkeer tussen vier simultane miniconcertjes. De Blijde Intrede heette het experiment, dat de plechtige opening-met-toespraak in TivoliVredenburg verving. Een vrolijke chaos werd het, toen halverwege de Lange Nieuwstraat, tussen Dom en Centraal Museum, de massa achter een balkanorkest de meute met het draaiorgel kruiste.

Het spektakel in de Dom in Utrecht. Foto Marieke Wijntjes

De 20-minutenconcertjes zelf hapten weg als liflafjes: weinig substantie, amper nasmaak. Wel werd meteen duidelijk dat het Bourgondische thema diepe kloven overbrugt. Er ligt nu eenmaal een wereld van verschil tussen de 15de-eeuwse vroomheid van Guillaume Dufay en de 18de-eeuwse esprit van Jean-Philippe Rameau.

Met een beetje goede wil kun je Rameau zelfs modern noemen.  Zijn muziek barst van de akkoorden en ritmes die zich laten herschikken tot dansbare popmuziek. Niet voor niets komen Rameaus opera’s de laatste jaren weer op de planken. Bovendien draagt zijn levensverhaal bij aan de heldenstatus. De man uit Dijon liep al tegen de vijftig toen hij in Parijs zijn eerste, briljante opera schreef. 

Tot die tijd, bleek in Utrecht, was Rameau eerder een krabbelaar. Veel jeu zat er althans niet in de zangstukjes die het ensemble Gli Angeli uit Genève had meegebracht. Het waren cantates voor een of twee stemmen, die braver dan braaf kweelden over de liefde. Dan had de in België wortelende groep Vox Luminis iets stevigers in handen: religieuze koormuziek uit Rameaus tijd als organist in de Franse provincie.

Hierin schemerde al iets van de Rameau die kan overrompelen met een grap of een gril. Jammer alleen dat Vox Luminis zonder dirigent speelde, dus zonder man of vrouw die het theatrale karakter van de muziek kon oppeppen. Verder was de toegift onhandig gekozen. Nu werd meteen duidelijk dat de kerk-Rameau niet opkan tegen de sublieme klaagkoor-Rameau van de opera Castor et Pollux.

Björn Schmelzer, curator in residence, mocht de Janskerk inrichten als akoestische vrijplaats. Tot en met woensdag haalt hij er renaissancezang uit het korset van conservatorium en conventie. Met zijn groep Graindelavoix, specialisten in ongepolijste stemmen, vulde hij zaterdag een programma met Bourgondische klaagzangen.  

Op z’n best, in het programma rond de oude meesters Ockeghem en Josquin, klonk Graindelavoix als de eigenwijze stemmen opflakkerden: niet per se mooi, wel expressief. Toch dreigt de ruwharige klank die Schmelzer een jaar of tien geleden introduceerde uit te monden in een nieuw cliché: dat van traag wentelende, esoterische klanksferen.

Dan liever de puurheid van Cantica Symphonia, de club die in de Catharinakathedraal ontroerde met het ‘amen’ van Dufay's Missa 'Ave Regina Caelorum'. Als levend weefsel spanden de Italianen hun stemmen rond de notenbalk. Voortaan meer goed doorbloede, lenige Dufay graag.

Foto Marieke Wijntjes

Wetenschappelijk tintje

Vanaf de herleving in de jaren 1960 kleeft aan muziek uit Middeleeuwen, Renaissance en Barok een wetenschappelijk tintje. Gek is dat niet: er valt rond oude klanken nu eenmaal een hoop op te graven en uit te spitten, denk aan partituren, instrumenten en speelwijzen. Het Festival Oude Muziek heeft een naam hoog te houden in wetenschappelijke symposia, maar dit jaar spant de kroon. Er zijn er liefst drie : twee rond componisten (Josquin en Rameau) en een rond de luit. Wie wil tankt tussendoor bij op het Internationaal Van Wassenaer Concours, dat speurt naar jong talent. Het Festival Oude Muziek duurt tot en met zondag 2 september.

Gli Angeli Genève 

Cantates van Rameau (twee sterren)

TivoliVredenburg, 25/8

Vox Luminis 

Motetten van Rameau (drie sterren)

TivoliVredenburg, 25/8

Graindelavoix 

Bourgondische klaagzangen (drie sterren)

Janskerk, 25/8

Cantica Symphonia 

Guillaume Dufay: Missa 'Ave Regina Caelorum' (vier sterren)

Catharinakathedraal, 25/8

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.