Fenomenaal verhaal over de redding van Husserls werk

***** Toon Horsten: De pater en de filosoof – De redding van het Husserl-archief. Uitgeverij Vrijdag; 294 pagina’s; € 22,50. 

null Beeld null

Het begint allemaal met een foto uit de jaren zestig: de grootmoeder van schrijver Toon Horsten met een lachende en rokende pater. Het blijkt de franciscaan Leo Van Breda te zijn. Horstens familie weet weinig van hem. Maar in het overlijdensbericht wordt een indrukwekkende opsomming gegeven van officiële eretekens uit West-Duitsland, Nederland, België en Israël. Wie was deze man? Horsten haalt de onderste steen boven. Deze franciscaanse pater blijkt een sleutelfiguur te zijn in de filosofiegeschiedenis van de 20ste eeuw.

Aan het eind van de jaren dertig verdiept de dan nog jonge Van Breda zich als student aan de universiteit van Leuven in de filosofie van de fenomenoloog Edmund Husserl (1859-1938). Husserl verwijst in zijn gepubliceerde werk naar duizenden pagina’s onuitgegeven aantekeningen. Van Breda trekt de stoute schoenen aan en reist naar Freiburg om Husserl toegang tot zijn archief te vragen en zelfs om de ongepubliceerde teksten in België te laten uitgeven. Husserl blijkt overleden te zijn en Duitsland is in de ban van het opkomende nazisme, en vanwege zijn Joodse achtergrond wordt Husserl doodgezwegen.

Van Breda spreekt met Husserls weduwe, wint al gauw haar vertrouwen en krijgt inzage in de bibliotheek en de manuscripten: veertigduizend pagina’s aantekeningen, geschreven in Husserls eigen steno. Van Breda vreest dat de bibliotheek en de manuscripten verloren zullen gaan als er oorlog uitbreekt. Hij moet en zal de manuscripten naar België krijgen. Wat volgt is het boeiende, ontroerende, aangrijpende en bij vlagen spectaculaire verhaal over hoe één bevlogen pater in de Tweede Wereldoorlog Husserls archief van de ondergang weet te redden.

Het archief wordt ondergebracht bij het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de Katholieke Universiteit Leuven, met als doel om alle manuscripten te transcriberen en te publiceren. Op eigen kosten laat hij bovendien de weduwe van Husserl jarenlang in Leuven onderduiken. Door zijn inspanningen wordt Van Breda een begrip onder filosofen in heel Europa. Hij gaat om met denkers als Merleau-Ponty, Sartre en Ricoeur, en velen komen naar Leuven om de Husserl-archieven te raadplegen. Het boek bevat prachtige anekdotes.

Zo smeekt Levinas Van Breda om zijn hoofdwerk Totaliteit en oneindigheid uit te geven, nadat alle uitgevers het manuscript hebben geweigerd. Van Breda is niet erg onder de indruk van het boek, maar geeft het op aanraden van zijn medewerkers toch uit. Zelfs Heidegger roemt Van Breda en spreekt zelfs de intentie uit om zijn eigen archief in Leuven te laten onderbrengen, iets wat Van Breda uiteindelijk afhoudt omdat hij zich vanwege Heideggers nazisympathieën niet in een wespennest wil begeven.

Horstens boek vertelt het verhaal van ‘een held, een opportunist, een ijdeltuit, een regelaar en een ritselaar, een uiteindelijk diepgelovig priester, een netwerker en een academisch manager’. Het is een verhaal vol spanning en tragiek, van heldenmoed en opoffering, een verhaal dat niet onderdoet voor een roman van Umberto Eco of Dan Brown, behalve dan dat het ‘echt gebeurd’ is. Fenomenaal verteld en boeiend geschreven tot de laatste regel.

En als je het boek uit hebt, dringt de vraag zich op: wat als deze ene pater er niet was geweest? Wellicht dat de filosoof Edmund Husserl vandaag de dag vergeten zou zijn en dat de geschiedenis van de westerse filosofie na 1945 totaal anders zou zijn verlopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden