Feministisch kopstuk Ariel Levy had alles, verloor alles en leerde: je hebt niets in de hand

'Je krijgt teleurstelling, en een paar mooie dingen - maar je krijgt niet alles'

Het feminisme leek vrouwen te beloven dat ze alles in eigen hand hadden: liefde, gezin, carrière. Maar feministisch kopstuk Ariel Levy verloor haar geloof in die maakbaarheid, met het plotselinge verlies van haar kind, vrouw en huis.

Ariel Levy 'Feminisme heeft gezegd dat je als vrouw een volwaardig mens bent. En mens zijn betekent dat je niet alles krijgt wat je wilt.' Foto Lenny Oosterwijk

De Amerikaanse journalist en schrijver Ariel Levy dacht dat ze alles kon worden wat ze wilde. Ze was een kind van de jaren zeventig, opgevoed zoals veel vrouwen in haar generatie: met de gedachte dat regels er zijn om gebroken te worden, zeker als je een vrouw was. Dankzij feministische golven één en twee hoefde je niet meer te trouwen, je kon carrière maken en zelf uitmaken of en wanneer je kinderen kreeg.

Dus Levy maakte carrière bij New York Magazine. Ze schreef een boek getiteld Female Chauvinist Pigs waarin ze de Amerikaanse sekscultuur bekritiseert omdat deze - kortgezegd - vrouwen doet geloven dat Paris Hilton een toonbeeld van emancipatie is en een cursus paaldansen een daad van feminisme omdat je er je zogenoemde inner slut mee wakker schudt. Het was intelligent, satirisch, boos en precies wat het feminisme nodig had om modern te worden. Levy werd er een feministisch boegbeeld mee. Niet veel later vond ze haar droombaan bij The New Yorker, waar ze nog altijd geestige stukken schrijft over seksualiteit, gender, Hillary Clinton en aanverwante modern feministische zaken. Ze wachtte met trouwen en deed het uiteindelijk met een vrouw. Ze wachtte met kinderen en werd uiteindelijk zwanger van een spermadonor. En toen was ze een vrouw die alles had.

Tot ze in een vliegtuig naar Mongolië stapte. Het was winter, begin 2013, en ze was vijf maanden zwanger. Een maand later was ze 38 en kinderloos. Ze had haar kind verloren op de badkamervloer van een Mongoolse hotelkamer. Bij terugkomst raakte ze haar vrouw kwijt en door plotse schulden ook nog eens haar huis. De vrouw die dacht dat ze alles had, had niets meer. Ze schreef er haar tweede boek over, memoires getiteld De regels gelden niet. Een boek dat haar vooral één ding heeft geleerd, zegt ze via Skype: we hebben helemaal niets in de hand. Ook niet als vrijgevochten moderne vrouw. 'In Amerika heerst nog steeds het idee dat feminisme vrouwen heeft verteld dat je alles kunt hebben. Maar feminisme heeft dat nooit gezegd. Feminisme heeft gezegd dat je als vrouw een volwaardig mens bent. En mens zijn betekent dat je niet alles krijgt wat je wilt. Je krijgt teleurstelling. En een paar mooie dingen. Maar je krijgt niet alles.'

Levy is niet de eerste die opmerkt dat er grenzen zijn aan de vrijheid die het feminisme belooft. Dankzij alle doorgebroken glazen plafonds en alle geloof in autonomie, stellen vrouwen traditionele beslissingen als huwelijk en kinderen krijgen steeds langer uit. Vorig jaar wees onderzoek uit dat steeds meer vrouwen pas een gezin stichten als ze begin dertig zijn; dat is tien jaar later dan dertig jaar geleden.

Sommige feministen zien dat als een goed teken. Kate Bolick schreef onlangs een boek getiteld Spinster, over de nieuwe moderne vrouw die huwelijk en gezin vaak uitstelt tot het moment dat het simpelweg geen optie meer is - hetzij biologisch gezien niet, hetzij omdat de juiste meneer zich niet meer aandient.

Hanna Rosin, auteur van The End of Men, signaleerde deze nieuwe vrouw in 2012 al in The Atlantic. De jonge vrouwen van nu, schreef ze, zijn single en willen dat graag zo houden tot ze hun carrière goed op de rails hebben. Rosin ziet de nieuwe 'scharrelcultuur' als feministische vooruitgang, omdat ze vrouwen de gelegenheid geeft om het huwelijk uit te stellen en tijdelijke relaties te hebben die niet in de weg van hun ambities zouden komen.

Maar in hetzelfde jaar schreef Anne-Marie Slaughter een alarmerend essay over de onmogelijkheid om 'alles te hebben'. Slaughter, onder andere professor, internationaal advocaat en voormalig directeur beleidsplanning bij Obama's ministerie van Buitenlandse Zaken, stelt dat we onszelf niet langer voor de gek moeten houden. Ze was zelf jarenlang degene die jonge vrouwen voorhield dat ze wel degelijk alles konden hebben en doen. Tot ze besefte dat ze daarmee ook degene was die, zij het onbewust, miljoenen vrouwen het gevoel gaf dat het hun eigen schuld was wanneer het ze niet lukte om de ladder te beklimmen én daarnaast een gelukkig gezin te hebben (en ook nog dun en mooi en sexy te zijn). Terwijl, schrijft Slaughter in The Atlantic: dat is niet hun schuld. Dat is de schuld van alle eisen die ambitie met zich brengt in het huidige economische model. Wrang genoeg, schrijft ze ook, realiseerde ze zich dat al heel vroeg in haar carrière. Toen al speelde ze met het idee om dit essay te schrijven, getiteld Why Women Still Can't Have It All. Een vrouwelijke collega wist haar ervan te overtuigen het niet te doen, want het zou 'een vreselijk signaal afgeven naar jonge vrouwen' en dan konden we feminisme net zo goed meteen opdoeken.

Foto Lenny Oosterwijk

Maar misschien, is de vraag die Ariel Levy opwerpt met haar boek, heeft deze worsteling niet zoveel met feminisme te maken. Misschien hebben we het hier eerder over de illusie van maakbaarheid. Een van de mooiste passages in De regels gelden niet is die waarin ze beschrijft hoe haar zoon wordt geboren. Hij kwam vier maanden te vroeg en leefde maar even. Tien seconden, tien minuten misschien - Levy was te zeer in shock om de tijd te registreren. Lang genoeg in elk geval om te zien hoe prachtig hij was, hoe zijn hoofdje en schouders in haar hand pasten en zijn voetjes tot haar elleboog kwamen. Lang genoeg om een kus op zijn volmaakte voorhoofdje te drukken en te merken hoe het voelt om moeder te zijn. Het heeft haar voorgoed veranderd. 'Eerlijk', zegt ze met een geestdrift alsof ze terstond terug wil naar die hotelkamer, die badkamervloer waarvan ze de koelte waarschijnlijk nog kan voelen, 'als iemand me toen had gezegd: je kunt nu kiezen, of jij gaat dood of het kind, dan was ik zonder twijfel zelf doodgegaan.'

Ariel Levy is in Nederland dit weekend, onder andere om op te treden op het Geen Daden Maar Woorden-festival in Rotterdam. Maar begin deze week zat ze nog in New York, en was er Skype. En dus zit Levy erbij zoals een feministische intellectueel uit Manhattan erbij zit als ze gewoon thuis zit en net wakker is: in pyjama, haar donkere haar in een slordige knot, haar knie opgetrokken, haar markante gezicht zonder make-up. Maar haar ogen zijn zo fel als lichtbruine ogen kunnen zijn.

Waarom heeft u dit boek geschreven?

'Ik denk dat we hierover moeten praten. Vrouwen moeten hierover praten. Over miskramen. Over hoe het is om je ongeboren kind te verliezen. Sinds mijn boek uit is, komen vrouwen constant naar me toe om te vertellen: ik had een baby die doodging. Ik ben altijd blij dat ze naar me toe komen, want ik denk dat het belangrijk is dat vrouwen hierover vertellen. Ik begrijp waarom ze dat willen. Iemand moet erkennen dat het is gebeurd. Ik heb dat ook nodig, dat anderen zeggen: ja, dit is gebeurd bij jou. Ik weet waar je doorheen bent gegaan. Dat was nog een reden om dit boek te schrijven: ik wilde vertellen dat deze baby bestaan heeft. Hij bestond, hij leefde, ik heb hem gezien met mijn eigen ogen. Niemand anders heeft hem zien ademen, maar dat wil niet zeggen dat het niet waar is. Het is waar, ik was erbij. Hij is dood, het heeft niet gewerkt, maar hij is geboren, en ik was trots.'

Kon u daarover praten?

'Moeilijk. Om de een of andere reden is het een taboe om te praten over een miskraam. Dat botst ook met de idee van maakbaarheid. Vriendinnen om mij heen worstelden met zwanger worden en ik bespeurde bij hen het gevoel dat ze een soort recht op een optimale zwangerschap hadden. Het idee dat het ook weleens mis kan gaan of niet lukt, lijkt moeilijk te accepteren. Zodra ik mijn verhaal vertelde, kapten mensen het af. Of ze barstten in huilen uit, of ze kwamen onmiddellijk met een troostend bedoelde dooddoener als: ach, je krijgt er nog wel een.'

Want kinderen krijgen is, alle feminisme ten spijt, nog steeds de ultieme vervulling van vrouwelijkheid. Rebecca Solnit vernoemde haar nieuwe essaybundel ernaar: The Mother of All Questions, oftewel: de uiterst suggestieve vraag die vrouwen krijgen wanneer ze geen kinderen hebben. Te weten: waarom heb jij geen kinderen? Levy's antwoord op die vraag is hard: omdat ze ze niet meer kan krijgen.

'Dat wist ik nog niet toen ik dit boek schreef. Goddank, anders zat ik nu in een psychiatrische inrichting. Maar nu weet ik het wel: dit is het. Ik zal nooit kinderen krijgen. Ik heb de afgelopen vier jaar al mijn tijd, geld en energie gespendeerd aan pogingen om zwanger te worden. Ik kan het niet.'

Dat is nog een verlies - het verlies van een droom.

'Precies. Het is een ding om je kind te verliezen, het is een ander ding om het moederschap te moeten opgeven. Het eerste verlies bracht me in een identiteitscrisis. Letterlijk. Ik voelde me een moeder - er kwam melk uit mijn borsten, maar niemand zag dat natuurlijk en ik had geen kind, dus ik was een moeder zonder kind. Het voelde alsof ik krankzinnig werd. Het was zo vreselijk. Maar uiteindelijk, toen het zwanger worden niet lukte, realiseerde ik me ook: ik moet dit accepteren. Ik moet me overgeven en loslaten.'

Hielp uw eerste verlies u daarbij?

'Ja. Mijn boek is niet alleen mijn verhaal. Het heeft ook een punt. Het punt is dat we niet zo veel controle hebben als we denken. Iedereen komt daar vroeg of laat achter, dat we niet de leiding hebben. Uiteindelijk niet.'

Het is niet wat feminisme ons heeft doen geloven. En ook niet wat de maakbaarheidscultuur ons influistert. Zoals Levy omschrijft in De regels gelden niet zijn we opgevoed met het idee dat regels er zijn om gebroken te worden. Zo is ze zelf ook opgegroeid. Haar vader werkte voor Planned Parenthood en Naral, Amerikaanse nonprofitorganisaties die de barricaden opgingen voor het recht op abortus en seksuele gezondheid van vrouwen. Haar moeder was een geëmancipeerde leraar zonder sieraden en make-up, die een eigen kinderopvang opende en er een openlijke affaire op nahield met een jeugdliefde die van tijd tot tijd op bezoek kwam en dan logeerde op een stapel dekens in de woonkamer. 'Word nooit afhankelijk van een man', bezwoer ze haar dochter, die in die zin haar tijd mee had.

Tegen de tijd dat Levy afstudeerde begonnen de jaren negentig, internet kwam op en daarmee een onaantastbaar geloof in een nieuw soort maakbaarheid. De Amerikaanse droom bereikte een hoogtepunt nu jonge mensen niet alleen vrij waren en alles konden doen wat ze wilden, maar ook nog eens bakken met geld verdienden. Manhattan was 'glamoureus, hebzuchtig, spijkerhard'. Het kon Levy weinig deren. Ze plukte de vruchten van haar vrijheid, werkte hard, had geen tijd voor doorsnee aangelegenheden als trouwen en een gezin stichten. 'Ik zou afstompende huiselijke genoegens links laten liggen', schrijft ze. 'Ik zou ontdekkingsreiziger worden, ik zou me niet laten mummificeren.' Toen ze uiteindelijk met een vrouw trouwde, trok haar moeder alsnog een wenkbrauw op. Haar enige dochter liet zich toch vrijwillig inlijven in het instituut huwelijk.

Het is de visie van sixties-feministen als Gloria Steinem, die ooit zei dat het huwelijk vrouwen veranderde in half-mensen. Ergens is feminisme synoniem geworden aan de bevrijding van mannen, huwelijk en moederschap, schreef Joanna Hyatt eind vorig jaar op Huffington Post in een stuk getiteld Why Did Feminism Become So Anti-Motherhood. Het gevolg is dat je je alleen nog feminist mag noemen wanneer je je kinderwens ondergeschikt maakt aan je individuele ontwikkeling en ambitie. Maar daar kun je als vrouw lelijk van terugkomen. Haarscherp omschrijft Levy de frustratie van vrouwen die zich vrijgevochten en oppermachtig wanen, tot de dag dat ze kinderen willen krijgen en stuiten op de enige wet waar het feminisme niet aan kan tornen: de wet van Moeder Natuur. 'Vrouwen van mijn generatie kregen dankzij het feminisme de macht over ons handelen in de schoot geworpen: de overtuiging dat we zelf mochten uitmaken hoe we ons leven wilden leiden. Er werd met geen woord gerept van de mogelijkheid dat we ook de boot konden missen en níet meer zwanger konden worden.'

Sommige recensenten werpen de vraag op of uw boek kan worden gelezen als een waarschuwingsverhaal. Heeft u dat zo bedoeld?

'Nee. Als dit een moraalsprookje was, dan zou ik zeggen tegen jongere vrouwen: pas op, anders eindig je net als ik. Maar ik denk dat het okay is om te eindigen als ik. Ik ben graag ik. Ik wou dat ik een kind had, ik wou dat ik dát kind had, of een ander had kunnen krijgen. Maar dat kan ik niet. Los daarvan heb ik geluk. Ik leid een behoorlijk goed leven. Ik heb liefde - ik ga in december trouwen met John, de dokter die me opving in het ziekenhuis in Mongolië. We wonen de helft van de tijd in New York en de andere helft in Zuid-Afrika, waar hij een paardenranch heeft en zijn twee zoons. En ik heb mijn werk. Ik mag schrijver zijn - dat is alles wat ik wilde worden. Ik denk dat als je een Syrische vluchteling zou vragen of ze met mij zou willen ruilen, dat ze ja zou zeggen.'

Als het niet een moraalsprookje is, wat is het dan?

'Het is een coming-of-age-verhaal. Denk ik. Het moment waarop je je realiseert: o, wacht eens, ik krijg niet alles, dat is het moment waarop je volwassen wordt.'

Voelt u zich nog steeds vrij, als vrouw?

'Ja, ik ben nog steeds de vrouw die ik wilde worden, de vrouw die alles kan zijn wat ze wil. Als ik kon kiezen, dan zou ik moederschap kiezen. Absoluut. Maar ik heb die keuze niet. Ik heb daarentegen nu wel de keuze om te zeggen: tot kijk, ik ben een halfjaar naar Zuid-Afrika en ga daar lekker paardrijden op het strand. Dat is best cool.'

Is het mogelijk dat je je vrijer voelt naarmate je minder keuze hebt?

'Ja, dat denk ik wel. Absoluut.'

'De ervaring had ook iets zuivers', schrijft ze in De regels gelden niet. 'Ik hoefde niet zelf te besluiten of ik moeder wilde worden. Ik hoefde me niet het hoofd te breken over vrijheid of seksualiteit, huwelijk of monogamie. Alle informatie was bekend en alles was vreselijk en er was helemaal niets aan te doen. Mijn competente ik, zo sterk sinds mijn kindertijd, altijd op zoek naar kansen, avonturen, roem, was in rook opgegaan.'

Wat over is, is een vrouw die lijkt veranderd door het moederschap, ook al duurde het maar tien minuten.

'Toen ik eenmaal die onvoorwaardelijke liefde had gevoeld, wist ik: ik ben toch niet zo'n slecht persoon. Ik ben niet zo narcistisch als ik dacht. Dat is volgens mij de echte reden waarom ik zo lang heb gewacht. Niet omdat ik carrière wilde maken. Ik wachtte omdat ik dacht: ik ben er niet klaar voor. Ik ben het moederschap niet waard. Ik zal niet een goede moeder zijn. Niet goed genoeg als mens. Ik zal een affaire hebben en mensen pijn doen van wie ik echt houd. Ik zal mijn vrijheid niet willen opgeven, ik zal bang zijn dat ik niet meer de hoofdrol in mijn eigen leven speel.'

Het is zoals u schrijft: denken dat de regels niet voor jou gelden, is een vorm van narcisme.

'Ja, en ik was daar klaar mee, om zo geobsedeerd te zijn door mezelf. Toen ik mijn zoon in mijn armen had, wist ik dat ik in staat ben om mezelf opzij te zetten. Het is nogal ironisch dat precies op het moment waarop je dat ontdekt, Moeder Natuur tegen je zegt: guess what, je zult dat nooit kunnen. Dat is verdrietig. Dat is dit verhaal. Maar ik weet nu ook: je hebt geen kind nodig om een goed mens te zijn. Natuurlijk, ik kan de rest van mijn leven klagen dat het niet liep zoals ik had gehoopt. Maar ik heb daar geen zin in. Het is een keuze, denk ik: geef je het op, of wil je groeien? Ik koos ervoor te groeien.'

Ariel Levy
De regels gelden niet

Atlas Contact
208 pagina's
€19,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.