Feitenbrij

De journalistiek gaat niet zozeer gebukt onder een overdaad aan meningen, zoals sommige vakbroeders menen, als wel onder het verdwijnen van de feiten....

Sinds twee weken geef ik praktijkles aan studenten journalistiek in Amsterdam. Wie durft er nog journalist te worden? Nog niet zo lang geleden trad je als letterknecht in dienst van de koningin der aarde - tegenwoordig regeert de leugen. Het vertrouwen van lezers en kijkers holt achteruit. Zichzelf kastijdende vakbroeders komen tot de slotsom dat er te veel meningen zijn, en te weinig feiten. We moeten weer op zoek naar de goudeerlijke, ouderwetse, vertrouwde feiten.

Nu de praktijk. Een van de dappere studenten probeerde vorige week uit te zoeken hoe het zit met de te bouwen supertelevisiezendmast in Amsterdam-Noord. Het ontwerp wordt 'het zwevende toverstafje' genoemd, vanwege de nachtelijke verlichting, en het moet het hoogste gebouw van Amsterdam worden. Niet zo moeilijk uit te vinden wie, wat, waar, hoe en waarom, zou je denken.

Na anderhalve dag tussen kastje en gemeente, tussen uitbater Nozema, beheermaatschappij Nozec en het bedrijf Digitenne dat er ook iets mee van doen heeft, duizelde het de journalist-in-spe en is nog allerminst duidelijk of de bewoners van Amsterdam-Noord zich zorgen moeten gaan maken over een reuzenantenne.

Je kunt zeggen: die student moet nog even doorpakken en er nog anderhalve dag tegenaan bellen. En zo is het ook gegaan. Tegelijk raakte hij aan iets wezenlijkers: waar zijn in Nederland de feiten gebleven?

Het is in de mode om te klagen over het teveel aan meningen in de krant, in het kielzog van de bewierookte Britse journalist John Lloyd (Forum, 30 november). In Groot-Brittannië spreekt men tegenwoordig van 'viewspapers'. In Nederland valt het met dat meningenoverschot enorm mee. Vergelijk een krant van nu met die van een kwarteeuw geleden. Vandaag worden oneindig veel professioneler, minder vooringenomen, met opener vizier geschreven kranten gemaakt dan in de bewierookte tijden van weleer. Aan de meningen ligt het niet.

Probeer nu eens wat feiten boven water te halen. Wie dat wil, is in Nederland nog niet jarig. Lees het stuk in de krant van dinsdag over de asielzoeker die bij wijze van spreken al op het vliegtuig naar huis zat, maar nog steeds niet wist wat zijn status was. Dan dezelfde dinsdag, op de radio. Een mevrouw met een AAW-uitkering had half december een brief gekregen waarin stond dat ze via een nieuw systeem recht had op een persoonsgebonden budget om zich van huishoudelijke hulp te voorzien. Op 2 januari kreeg ze van de uitkerende instantie te horen dat het feest niet doorging. Het geld was op. Er kwam een strenge vrouw uitleggen dat die brief van december weliswaar een indicatiestelling was, maar dat de cliënte hem niet goed had gelezen. Dat de cliënte verder moest begrijpen dat dit systeem nieuw was. Dat er nu eenmaal tegenwoordig een scheiding was gemaakt tussen de verschillende organisaties - ongeveer net zo als bij Nozec, Nozema en Digitenne, maar dan voor de zorg. Ook die kregelige, paternalistische toon hoort erbij. Wie het niet snapt, loopt hopeloos achter.

In het struikgewas van instanties, organisaties en publieksvoorlichters lijkt het wel alsof er alleen nog halffabrikaten van feiten worden geleverd. Dat is in Nederland erger dan elders. Hier was het immers altijd al moeilijk iemand te vinden die aansprakelijk was. Tegenwoordig spreekt men van 'de lege plek van de macht'. De overheid heeft zichzelf blijmoedig op afstand gezet en dus de verantwoordelijkheid bij het oud vuil. Op papier zijn de dingen pico bello geregeld. Maar wie weet precies hoe het zit, behoudens een zeer beperkte club van experts, ingewijden en overige deskundigen die misschien nog net in Buitenhof de gang van zaken kunnen uitleggen?

Het netto gevolg voor de consument van de feitenbrij is: wantrouwen. De stap naar het complot is dan nog maar een kleine. Als je hoort over het gehannes met zo'n televisiezendmast, is de eerste gedachte: hier valt wat te verbergen. Als ik Nozec, Nozema of Digitenne was, zou ik die enorme mast ook maar liever een beetje stilhouden. Als hij er eenmaal is, spreken we van voldongen feiten.

Politiek en journalistiek mogen het wantrouwen eerlijk delen. Politici horen te weten aan welke touwtjes ze moeten trekken. In de praktijk hebben ze vaak geen benul. Ed. van Thijn schreef er vorig jaar een belangrijk, te weinig opgemerkt, boek over: De informatieparadox. Volgens Van Thijn zijn er niet te weinig feiten, maar juist te veel. Ministers worden overspoeld door informatie. Maar wat zijn hoofdzaken, en wat details? Journalisten worstelen met dezelfde onoverzichtelijkheid.

De verlegenheidsoplossing is de 'poppetjespolitiek' die we nu kennen. Serieuzere suggesties: minder hijgerigheid in de politiek, schreef Ed. van Thijn. 'Slow journalism', is het antwoord van John Lloyd. Meer tijd besteden om uit te vinden hoe de vork in de steel zit. Een mooi idee, maar ik vrees wel tegen de bierkaai. Als je er drie dagen over doet om uit te zoeken wie de eigenaar is van een zendmast in Amsterdam-Noord, wordt journalistiek wel een heel langzame aangelegenheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden