Feestslingers, fanfares en een gedeukte trompet Gert-Jan Blom en The Beau Hunks herontdekken de 'klassieke amusementsmuziek' van deze eeuw

'The best thing from Holland since the tulips', schreef Newsweek over het Nederlandse sextet The Beau Hunks, dat werd opgericht om de muziek uit Laurel & Hardy-films te spelen....

THE BEAU HUNKS, dat betekent zoiets als: de Mooie Stukken of Brokken. 'Maar wie ons op het podium ziet, begrijpt vanzelf dat die naam níet op de bandleden kan slaan', zegt Gert-Jan Blom, de bassist en muzikaal leider van de groep, die de komende weken als het Beau Hunks Sextette op tournee is.

The Beau Hunks, gespecialiseerd in zelden gehoorde schatten uit de Amerikaanse amusementsgeschiedenis, danken hun ontstaan aan een bijzonder verjaardagsfeest. De groep kwam in 1992 bijeen om de viering van Oliver Hardy's honderdste geboortedag in het Amsterdamse Tuschinski met vrolijke noten op te fleuren. Blom ontleende de groepsnaam aan de speelfilm waarin Stan en Ollie vergetelheid zoeken in het Vreemdelingenlegioen. Een inside-grap, bekent de muzikant: Beau Hunks is uitgerekend de enige film van het komische duo waarin geen noot muziek klinkt, afgezien dan van het befaamde koekoekswiseerde dat in dit genre nog veel meer moois op herontdekking wacht.

Het hek was van de dam. In nauwe samenwerking met de Leroy Shield-onderzoeker Piet Schreuders zetten The Beau Hunks na twee cd's met muziek voor de Dikke en de Dunne hun tanden in Shields geraffineerde composities voor The Little Rascals (alias Our Gang), een comedy-serie uit de jaren dertig met een stel hartveroverende boefjes in de hoofdrol. The Little Rascals hebben in Nederland misschien geen bijzondere reputatie, maar de avonturen van Spanky, Alfalfa en Buckwheat horen tot de gekoesterde jeugdherinneringen van zowat elke volwassen Amerikaan.

Geen wonder dat de Amerikaanse pers twee jaar geleden euforisch reageerde op de Little Rascals-cd's, die bewezen dat Leroy Shield's muziek het ook los van de filmbeelden heel goed doet. Dank zij de gretige belangstelling in Amerika zijn er inmiddels zo'n 35 duizend exemplaren van verkocht. 'In Billboard en The New York Times werden we zo ongeveer de hemel ingeschreven', zegt Blom, 'veel meer dan in de Nederlandse pers. Maar dat is ook logisch, het is hún cultuur tenslotte'. Verbaasde reacties ontbraken evenmin: 'Veel critici vonden het merkwaardig dat uitgerekend een groep uit Nederland, ergens bij Denemarken, dit Amerikaanse repertoire had herontdekt.'

Het weekblad Newswoevoegt dat de tulp bij zijn weten uit klein-Azië komt. Een ander periodiek introduceerde het voltooid deelwoord beauhunxed, als waarmerk van kwaliteit.

Gert-Jan Blom hoefde niet lang na te denken wat zijn volgende project zou worden. Geen filmmuziek ditmaal, maar de inventieve small band-composities van Raymond Scott, net als Shield een ooit buitengewoon productieve componist aan wie de herinnering in de Verenigde Staten nagenoeg was weggewist. In 1994 brachten de Beau Hunks met de cd Celebration on the Planet Mars daar verandering in. Veel Amerikaanse luisteraars klonk de muziek bij nader inzien verrassend bekend in de oren. Niet verwonderlijk, want Carl Stalling, de huiscomponist van Warner Brothers, putte in de jaren veertig vaak uit Scotts composities voor de begeleiding van populaire cartoons als Bugs Bunny, het brutale, wortels kauwende konijn.

De deze week verschenen tweede Raymond Scott-cd, Manhattan Minuet, klinkt nog net een fractie hechter en overrompelender dan zijn voorganger. Dat is ook het oordeel van Elvis Costello, een grote fan van de Nederlanders, die in het cd-boekje schrijft: 'This is surely the beauty of the group: to faithfully bring music from hidden corners and make it part of our lives. No dusty scholarship! Hear how they swan de stukken bleek niet te bestaan. Scott creëerde zijn muziek tijdens intensieve repetities, waarbij de thema's uit improvisaties van de bandleden ontstonden, een procédé dat ook Duke Ellington graag toepaste. Beau Hunks-saxofonist Robert Veen en -trompettist Menno Daams hebben Scotts muziek daarom noot voor noot van schaars beschikbare 78-toerenplaten en radio-opnamen gekopieerd en vervolgens wederom noot voor noot met het sextet ingestudeerd. Een repetitieproces waarbij naast zuchten van bewondering ook menige verwensing over de talrijke halsbrekende passages moet zijn geuit.

In de hoestekst van Celebration on the Planet Mars bekent Blom dat The Beau Hunks in de studio een diepe haat jegens de componist begonnen te koesteren, gecombineerd met een groeiend medeleven voor zijn toenmalige bandleden. Wie het titelstuk van Manhattan Minuet hoort, kan zich er iets bij voorstellen.

Raymond Scott (1910-1994) hield van gecompliceerde muziek, die hij vermomde als Spielerei. Hij excelleerde in humoristische miniaturen, die onder hun speelse oppervlak de geniepigste verwikkelingen verbergen. Abrupte overgangen, vervaarlijke acceleraties en melodische haarspeldbochten typeren zijn werk, evenals de flonkerende, vederlichte toets, die zowel herinnert aan de instrumentale perfectie van Benny Goodmans Swing-groepen, als aan het briljante koloriet van Tsjaikovsky's sprookjesballet De Notenkraker.

De titels getuigen van Raymond Scotts levendige fantasie: New Years' Eve in a Haunted House, War Dance for Wooden Indians, Dinner Music for a Pack of Hungry Cannibals en het onvolprezen Dedicatory Piece to the Crew and Passengers of the First Experimental Rocket Express to the Moon, een stuk uit de late jaren veertig, dat nog een ondertitel meekreeg: 'An instrumental Fantasy depicting the excitement of travelling 25.000 Mph in an atomic powered rocket - and the terrifying experiences encountered on the moon'.

Ook aardsere zaken prikkelden Raymond Scotts fantasie, zoals zijn Tobacco Auctioneer bewijst: een imitatie op trompet van een op volle toeren draaiende veilingmeester. Dat beeldende aspect maakt dat Raymond Scott ook bij kinderen aanslaat, gevoegd natuurlijk bij die onverminderd vrolijk-elegante toonzetting. Een stuk als The Toy Trumpet - met een dapper, maar wat gedeukt trompetje in de hoofdrol - schudt vanzelf associaties wakker met feestslingers, fanfares en knalserpentines.

Maar vergis je niet, zegt Gert-Jan Blom, 'een hommage aan Raymond Scott heeft geen enkele zin als ons orkest niet minstens even goed speelt als Scotts eigen band. Je moet het origineel naar de kroon willen steken, en dat vereist een aparte speeltrant die veel studie en voorbereiding vraagt. Dit project had bijvoorbeeld niet plaats kunnen vinden als onze slagwerker Louis Debij niet bereid was geweest zich anderhalf jaar te verdiepen in de stijl van Johnny Williams, een kruising van een jazz-man en een geniale circusdrummer.'

Het streven naar perfectie spreekt uit alles in de Beau Hunks-muziek: de verzorgde vormgeving van de cd-boekjes (met illustraties van tekenaars als Ever Meulen en Crumb), de uitputtende achtergrondinformatie, en ook de opnamekwaliteit, waarin Blom zoveel mogelijk trouw blijft aan het origineel. 'Newly recorded in authentic Lo-Fi', staat er op de Rascals-cd's. Niet voor niets typeert Blom zijn ensemble als een documentair orkest, en ziet hij een parallel met de authentieke-uitvoeringspraktijk in de klassieke muziek: 'Wij spelen bij voorkeur op authentieke instrumenten uit die jaren, en we repeteren eindeloos op de juiste tempi en dynamiek. Als de trompet bijvoorbeeld in acht maten de melodie met demper speelt, dan neemt de band precies zoveel terug dat de trompet inderdaad het hardst klinkt. In moderne studio's is het gebruikelijk zoiets achteraf in de mix te regelen, maar dat doen wij niet, omdat je dan ook de klankkleur een beetje verandert. Wij maken minimaal gebruik van studio-electronica en dat bevalt goed. Amerikaanse recensenten schrijven dat onze platen zo mooi naturel klinken.'

Voor de vaste Beau Hunks is het dagelijkse praktijk, maar volgens Blom geven ook gastmusici zich gewonnen voor het procédé. 'Op een dergelijke manier spelen doet een beroep op hun ambachtelijkheid, en dat faalt nooit. Na een plaatopname hoor ik wel eens zeggen dat ze er als bétere muzikanten uitkwamen.'

Voor het completeren van zijn Raymond Scott-verzameling verricht Gert-Jan Blom regelmatig speurderswerk in archieven in de Verenigde Staten, iets dat hij gemeen heeft met de hoboïst Werner Herbers, die voor zijn Ebony Band ook niet zonder muzikaal recherchewerk in obscure archieven kan. 'We doen in feite hetzelfde werk. De Ebony Band speelt de vergeten namen van de moderne gecomponeerde muziek, wij doen dat in de klassieke amusementsmuziek. Ik hoop dat we nog eens een gezamenlijk project kunnen doen.'

Blom bezocht deze zomer het geluidsarchief van de University of Missouri in Kansas City, waar het grootste deel van Scotts muzikale nalatenschap is ondergebracht. De reis was niet vergeefs. Niet alleen trof hij banden aan met repetitie-opnamen van Raymond Scotts sextet uit de jaren dertig ('grappig, ze bleven in precies dezelfde passages steken als wij, alsof ik onze eigen repetities hoorde'), Blom stuitte ook op radio-transcripties van de big band waarmee Raymond Scott in de jaren veertig optrad.

'Die big band begint me te intrigeren. Het was geen succesvol orkest. Scott was om onduidelijke redenen een Glenn Miller-adept geworden, en dat leverde weinig bijzonders op. Maar ik heb ook fascinerende opnamen ontdekt, experimentele dingen uit het midden van de jaren veertig, die sterk aan het latere werk van Mingus en Zappa herinneren. De weirdste stukken wil ik in een grote bezetting van de Beau Hunks met veel blazers gaan uitvoeren.'

VOOR Gert-Jan Blom staat het vast: Raymond Scott was zijn tijd vaak jaren vooruit. Ook zijn in de obscuriteit gebleven experimenten met zelfbouw-elektronica wijzen in die richting. Een van zijn intrigerendste scheppingen op dat terrein was een 'componeermachine', het Electronium; een elektronisch apparaat ter grootte van een flink dressoir. Het Electronium was uitsluitend geschikt voor 'instantaneous composition/performance'. Bestaande muziek zoals bijvoorbeeld een Bach-prelude kon er niet op worden uitgevoerd.

Over het geheimzinnige apparaat, dat nu bij de weduwe Scott in half gedemonteerde staat verschimmelt, is weinig meer bekend dan dat Motown-baas Barry Gordy er begin jaren zeventig hevig in geïnteresseerd raakte. Gordy nam de 62-jarige Scott inclusief zijn apparaat in dienst, maar wat Scott tussen 1972 en 1977 als Motowns Director of Research and Development heeft uitgespookt is tot dusver in nevelen gehuld. Gordy zelf heeft er zich nooit in het openbaar over uitgelaten.

Gert-Jan Blom heeft wél een idee. De Electronium-opnamen die hij in Kansas City hoorde, sterken hem in de overtuiging dat Gordy vermoedde dat soul en funk het veld zouden ruimen voor commerciële 'machinemuziek'. 'Wat Scott op het Electronium doet, lijkt sprekend op house en techno, alleen twintig jaar eerder.' Zet er een drummer onder, maak er een tekst bij, en je hebt uitstekende techno - mijmert Blom.

Misschien komt het er van; Mark Mothersbaugh van de popgroep Devo heeft te kennen gegeven dat hij zich over de restauratie van het Electronicum wil ontfermen. Dat kan geen loze belofte zijn, gezien Mothersbaughs voorzitterschap van de recent opgerichte Raymond Scott Archives, die de illustere namen verenigt van Irwin Chusid, Henry Rollins, Andy Partridge, Hal Willner, Don Byron, Robert Moog, Piet Schreuders en Gert-Jan Blom. De belangenclub is een teken van de herwaardering van Raymond Scott, die nu in de Verenigde Staten flink op gang begint te komen.

Het aanstaande optreden in Amsterdam van The Beau Hunks in de 'serieuze' concertserie Rumori, in één programma met pianomuziek van Henry Cowell, wijst volgens Blom in dezelfde richting: 'Over de hele wereld beginnen mensen te onderkennen dat er naast Kagel, Nono en Stockhausen nog een andere traditie bestaat, die van de klassieke amusementsmuziek van deze eeuw.'

Tournee Beau Hunks Sextette: Dommelhof, Neerpelt (25 oktober); Concertserie Rumori in Frascati, Amsterdam (27 oktober, 15 uur); Minnepoort, Leuven (29 oktober); Vredeberg, Lier (31 oktober), Theater a/d Parade, Den Bosch (3 november, 15.30 uur); Cultureel Centrum, Berchem (6 november); Cultureel Centrum, Hasselt (7 november).

Cd's:

Manhattan Minuet. Basta 30-90362 (1996).

Celebration on the Planet Mars. Basta 30-90562 (1994).

The Original Laurel & Hardy Music Vol 1 & 2. MSA 99003/ 99025 (1992/93).

The Original Little Rascals Music. Koch Screen 3-8702-2 (1994).

The Original Little Rascals Music Vol 2: On to the Show. Koch Screen 3-8705-2 (1995).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden