Feeëriek gefezel en een macho-harp

De echte verrassingen van het Harpfestival in Amsterdam zitten bij de ‘rock stars’, die spelen zonder harpclichés...

Op het terras van het Muziekgebouw staan zo’n dertig harpen naast een draaiorgel. Het waait flink. Dan, opeens, is het net of er een klok begint te slaan: plong, plong. Zo klinkt dus een harpenorkest. Onder de klanken van Tulpen uit Amsterdam schieten twee toneelspelers tulpen af uit een met een harp versierde pvc-buis, en volgen er toespraakjes, waarna de schare belangstellenden zich naar binnen verplaatst. Daar gaat de opening van het Internationale Harpfestival verder met een uitvoering van een Canzona van Giovanni Gabrieli door vier koperblazers, quadrafonisch opgestelde harpen, en nog meer toespraken.

Harry Borghout, commissaris van de Koningin in Noord-Holland, zegt dat men bij de harp nog altijd denkt aan ‘gefortuneerde dames met lang blond haar’, maar dat dat beeld langzaam aan het veranderen is. Dat kan kloppen, maar dat geldt dan alleen voor het geld en het haar, want bij dit festival blijken mannen veruit in de minderheid – zowel op het podium als bij het publiek.

De Deense groep Harpcore (met twee harpistes) luistert zijn optreden op met beelden van een in de fik gestoken harp, die heel wat fascinerender zijn dan de wat schamele muziek. Enkele toespraken en vele knuffels later besluit het concert met een nieuw stuk van Chiel Meijering, Songs of the Witches, voor veertien harpen, strijkkwartet en sopraan. De harmonische en ritmische stuwkracht van het stuk laat weinig te wensen over en sopraan Marieke Steenhoek is zichtbaar in haar element met de griezeltremoli en hekserig hoge noten.

Uit het vervolg van het festival, dat komende woensdag wordt afgesloten met een in alle opzichten grensoverschrijdend concert, worden twee dingen overduidelijk. Het is nagenoeg onmogelijk om uit een harp een geluid te krijgen dat niet mooi is. En tegelijkertijd valt het niet mee om er goede muziek voor te schrijven. Ja, een componist als Claude Debussy wist er wel raad mee. Mindere goden als Arne Werkman, auteur van nieuw werk voor het Quatuor Harpège, of Konstantia Gourzi, die aan het werk is gegaan voor de niettemin verbluffende harpiste Lavinia Meijer, blijven steken in geploeter. Om nog maar te zwijgen van de snuisterijstukjes van componerende harpisten uit het verleden als Henriette Renié en Marcel Grandjany: zoetekoekmuziek vol arpeggio’s en feeëriek gefezel, die overigens fantastisch wordt uitgevoerd. Want aan de formidabele kwaliteiten van de verschillende concourswinnaressen die hier optreden hoeft niet te worden getwijfeld.

Met het experimentele werk van de Engelsman Rhodri Davies ligt dat anders. Samen met bassist Peter Jacquemyn produceert hij een soort klinkend elektronisch schroot dat bij nader inzien uit een liggend harpje afkomstig is, en inderdaad geen enkele aanspraak meer kan maken op zoiets als schoonheid. Spannender zijn de improvisaties van Hélène Breschand, die haar elektronisch vervormde harp bewerkt met een riem, een strijkstok en dempende plakkertjes, maar toch een uitgesproken emotionele muziektaal hanteert.

De echte verrassingen zitten bij de ‘rock stars’ onder de harpisten die in het zaterdagavondconcert aan bod komen. De Schotse singer-songwriter Maeve Gilchrist is een openbaring, met haar even ongedwongen als gedisciplineerde combinatie zang en spel op de grens van volksmuziek en jazz, waarbij de vaste harpclichés aangenaam afwezig zijn. En daarna overrompelt de Colombiaanse harpist Edmar Castañeda met het spervuur van noten dat hij oprakelt uit de snaren. Ergens in zijn harp lijkt een basgitaar verstopt te zitten. De meegebrachte fluitist en slagwerker zijn eigenlijk niet nodig, want ook als hij soleert ontleedt Castañeda zich als het ware in verschillende muzikanten, die zorg dragen voor harmonie, melodie en ritmesectie. In zijn handen wordt de harp voor één keer een macho-instrument; daar zouden die liflafjescomponisten eens naar moeten luisteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden