Fascinerend spiegelspel met Orson Welles in het middelpunt

Me and Orson Welles..

Een tromroffel en een leugen: méér heeft de zeventienjarige Richard niet nodig om zijn droomwereld te kunnen betreden. Het is 1937, en Orson Welles probeert zich met zijn moderne Shakespeare-opvoeringen in het New Yorkse Mercury Theatre als genie te bewijzen. In de cast van het naar fascistisch Italië vertaalde Julius Ceasar ontbreekt nog de jongen die Brutus een slaapliedje toezingt, spelend op zijn luit; toevallig staat de door het theater geobsedeerde Richard naast Welles op de stoep. ‘Meneer Welles, u heeft de beste luitist van New York gevonden’, verzekert het groentje de meester, op een toon die van elke leugen de waarheid maakt.

Me and Orson Welles, de eerste kostuumfilm van de altijd weer verrassende Richard Linklater (Before Sunrise, Waking Life, School of Rock), is net als Robert Kaplows oorspronkelijke roman een mix van feiten en fictie; een coming of age-verhaal in de coulissen, met grondige research en veel theaterromantiek als basis. Natuurlijk zit de film vol met zenuwinzinkingen, ruzies, intriges en seks achter de schermen, terwijl de galapremière als kookpunt ras nadert.

Welles is het oog van de draaikolk. Hij is ook het middelpunt van de film, perfect gespeeld door tv-acteur Christian McKay, die in dictie, gebaren en blikken vaak nauwelijks van zijn voorbeeld is te onderscheiden. Als personage lijkt de briljante narcist Welles bovendien sterk op de de megalomane figuren die hij later zou spelen, van Citizen Kane (1941) tot Macbeth (1948) en The Third Man (1949). Dat levert tussen al die acteurs en personages een fascinerend spiegelspel op, zeker als je ook films van of met Welles gezien hebt.

Knap dat het andere hoofdpersonage, beginneling Richard, allerminst naast Welles verbleekt. Dat is ongetwijfeld te danken aan Zac Efron, wiens ontspannen optreden aantoont dat hij veel meer in zijn mars heeft dan High School Musical 3. Het klikt ook duidelijk tussen hem en Claire Danes, die met elegante nonchalance de Lauren Bacall-achtige secretaresse speelt met wie hij een verhouding krijgt.

Zo bewijst Linklater zich met zijn vijftiende film opnieuw als een begaafd acteursregisseur, die zijn cast ook in ouderwetse kleren volkomen naturel laat spelen. Het Isle of Man functioneert al net zo vanzelfsprekend als jarendertig-New York, terwijl de vloeiende camerabewegingen vaak direct uit een klassieke Hollywoodfilm lijken te komen.

Op een gegeven moment legt Joseph Cotten, een van Welles’ vaste acteurs, aan Richard uit wat in het theater of de film de ‘viervoudige ruimte’ is: die ruimte ontstaat in het hoofd van de toeschouwer wanneer bijvoorbeeld een verliefd stel begint te zoenen, en de camera fatsoenshalve wegkijkt naar het nachtkastje. Reken maar dat ook Linklater de enige vrijscène van zijn film wijselijk buiten beeld houdt: een shot van de slaapkamer, en Richard huppelt fluitend over straat. Ook zulke subtiele vormspelletjes maken van Me and Orson Welles een fijne, aangename film, perfect vakantievoer voor cinefielen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden