Fantastisch album, maar moet die geldklopperij nou echt?

Een meesterwerk is het, Stonesalbum Sticky Fingers. Dat valt weer te beluisteren op de nieuwe release, in liefst zes varianten. Maar waarom moet zo'n heruitgave zo uitgemolken worden?

The Stones live in de Londense Marquee-club, maart 1971. Links Mick Jagger, Mick Taylor, Keith Richards en Charlie Watts. De trompettist achterin is Jim Price.Beeld AP/Press Association Images

Een van de vele hoogtepunten tijdens het Rolling Stonesconcert een jaar geleden op Pinkpop was het nummer Midnight Rambler. Gitarist Mick Taylor, die in 1969 de overleden Brian Jones verving, was er weer even bij en het leverde een onvergetelijk beeld op. Keith Richards, Ron Wood en Taylor, die samen een partij blues speelden waar de koude rillingen van over de rug liepen.

Midnight Rambler verscheen op het album Let It Bleed (december 1969) en werd al snel een vaste waarde in de liveset. Ook tijdens de Britse concerten dus in maart 1971, waarvan opnamen terug te horen zijn op de nu verschenen heruitgaven van het album Sticky Fingers (uitgebracht in april 1971).

In de meest luxe editie van de zes verschillende formats waarop misschien wel het beste, in elk geval het meest coherente Stonesalbum is uitgebracht, komen we Midnight Rambler drie keer tegen. Live in Leeds (13 maart), in de Londense Roundhouse (14 maart) en in de Londense Marquee (25 maart). De laatste versie werd gefilmd en staat op dvd. Mick Jagger blaast zich op harmonica elke keer de keer de longen uit het lijf maar ook toen al was het het samenspel tussen Richards en Taylor dat de in wezen vrij eenvoudige blues tot zulke hoogten deed stijgen.

Turbulente tijd

In zekere zin is de nieuwe uitgave van Sticky Fingers ook een ode aan Taylor, die tot 1974 bij de Stones bleef. En aan saxofonist Bobby Keys, die eind vorig jaar overleed. Zijn vurige sax geeft Brown Sugar, het eerste liedje van de plaat, nog net het beetje extra's dat het nummer klassiek zou maken. Terwijl de lange latinachtige jam in Can't You Hear Me Knocking mede door zijn toedoen zo spannend blijft.

Eigenlijk staat er geen zwak nummer op Sticky Fingers, waaraan destijds behoorlijk lang is gewerkt. Begin 1969 werd met onder anderen Ry Cooder al begonnen met de opnamen voor Sister Morphine en pas bijna twee jaar later werd de eindmix van het album voltooid.

Maar het was dan ook een behoorlijk turbulente tijd voor de Stones. Ze wilden af van het platencontract met Decca (en van hun inhalige manager Allen Klein), en begonnen een eigen label, dat door het grotere Atlantic zou worden gedistribueerd. Duurde allemaal even. Er werd een logo besteld bij ontwerper John Pasche. De fameuze vuurrode, uitgestoken tong, een van de bekendste merklogo's ooit, die de Stones in totaal slechts enkele tienduizenden dollars kostte.

Andy Warhols hoes Sticky Fingers.Beeld .
Beeld .

En dan was er op 6 december 1969 nog het beruchte Altamont-concert. De Stones wilden hun eigen Woodstock en organiseerden een gratis concert op een racebaan bij San Francisco. Het liep uit op een hel met de door de 'ordedienst' Hell's Angels doodgestoken Meredith Hunter als dieptepunt.

Een dag eerder was het album Let It Bleed verschenen, twee dagen nadat in Muscle Shoals, Alabama al een belangrijke stap richting opvolger Sticky Fingers was gezet.

Nauwelijks bekomen van hun Amerikaanse tournee waren de Stones op 2 december in de later vermaarde, maar toen nog tamelijk onbekende Muscle Shoals-studio neergestreken. Lekker rustig, vonden ze.

In drie dagen tijd werd de basis gelegd voor drie liedjes die pas zestien maanden later op Sticky Fingers te horen waren: Brown Sugar, Wild Horses en You Gotta Move. Er is even overwogen Brown Sugar en Wild Horses als single uit te brengen, maar daar werd toch van afgezien.

Verschillende fasen

Wild Horses, misschien wel de mooiste ballad van de Stones, zou eerst door Gram Parsons, drugsmaatje van Richards, worden uitgebracht met zijn Flying Burrito Brothers. Vreemd genoeg deed het liedje weinig, tot genoegen van Jagger, die onlangs toegaf niet graag te hebben gezien dat hun eigen versie een jaar later als cover zou zijn beschouwd.

Het album werd in verschillende fasen opgenomen op diverse plekken (Olympic Studios in Londen en Micks buitenhuis Stargroves. Drie liedjes maken nog geen album. Dat Sticky Fingers toch als een geheel klinkt, meer dan welke andere Stonesplaat, mag een wonder heten. De opbouw is perfect. De twee plaatkanten beginnen met een stevige rocker (Brown Sugar en Bitch) hebben halverwege elk een lange ballad (Wild Horses en Sister Morphine) en sluiten met respectievelijk You Gotta Move en Moonlight Mile stemmig af.

Maar was er ook meer? Vielen er nummers af - die nu tot het nodige bonusmateriaal leiden om deze nieuwe (luxe) edities te rechtvaardigen? Eigenlijk niet. De nummers die niet op Sticky Fingers kwamen, zouden een jaar later op de dubbel-lp Exile On Main Street terechtkomen. Veel meer dan een paar zogeheten 'alternate takes', waaronder een net iets mindere Brown Sugar met Eric Clapton, was er niet.

Met een karrevracht aan live-opnamen wordt dit verdoezeld, terwijl de gewone albumversies identiek klinken aan de 'remasters' uit 2009.

Klassieke hoes

Het aardigst van de heruitgave is de dubbel-lp in zijn klassieke Andy Warholhoes met écht werkende rits. Of voor liefhebbers zonder draaitafel de dubbel-cd-versie (zonder rits). Het fotoboek met tekst van journalist Nick Kent in de duurste editie (ongeveer 140 euro) is mooi, maar voegt weinig toe.

Schandalig eigenlijk dat de dvd erin maar twee nummers bevat. Het hele Marquee-concert wordt namelijk ook apart uitgegeven, en die inkomsten willen de Stones blijkbaar niet missen. Fantastische muziek, maar net als bij eerdere luxe-uitgaven van de albums Exile On Main Street (1972) en Some Girls (1978) het geval was, neigt dit alles opnieuw naar geldklopperij.

Kwade genius lijkt Mick Jagger, altijd al de meest zakelijke van het stel. Aan de andere kant: het is ook aan Jagger te danken dat de Stones nog aan de top staan en zorgen voor onvergetelijke momenten. Zoals toen, een jaar geleden, op Pinkpop.

Rolling Stones: Sticky Fingers. Universal. (Zes formats, van circa 20 tot 140 euro).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden