InterviewDirecteur Museum van Loon

Familie Van Loon verdiende aan de plantages in Suriname. Het museum wijdt er een tentoonstelling aan

Museum Van Loon wijdt nu een tentoonstelling aan deze pijnlijke geschiedenis; een koerswijziging.

Huwelijksfoto van het echtpaar Dirk Andreas Ralf en Hendrina 1894.Beeld Privé verzameling

Er bestaat geen verband tussen de hardnekkigheid van een geschiedenis en haar juistheid. Over Jan van Loon (1677-1763), bewindhebber van de West-Indische Compagnie en directeur van de Sociëteit van Suriname, ging bijvoorbeeld lang het verhaal dat hij geld verdiende in de cacaohandel. Onterecht. Recent onderzoek door Museum Van Loon leerde dat de bronnen hierover in een keurig kringetje naar elkaar verwezen. Wel bleek uit datzelfde onderzoek dat Van Loons zoon Willem betrokken was bij plantages in Suriname; betrokkenheid die door zijn nabestaanden werd voortgezet totdat de bedrijven in 1863 van de hand werden gedaan – niet toevallig het jaar waarin slavernij werd afgeschaft. Museum Van Loon wijdt aan deze periode uit de familiegeschiedenis nu een tentoonstelling, voor het museum de eerste in zijn soort, een samenwerking met Marian Duff van MAFB en erfgoedorganisatie Imagine IC in de Bijlmer.

Gijs Schunselaar (42), sinds anderhalf jaar directeur van het museum, licht het project toe in de tuin van het museum. Hij formuleert omzichtig, want hij weet dat zijn woorden onder een vergrootglas zullen worden gelegd. Evengoed is hij rotsvast overtuigd van het belang van dit project; van de oprechtheid ervan ook.

Wat behelsde de rol van de Van Loons in de Surinaamse plantage-economie?

‘Ze waren betrokken als investeerders. Men stopte geld in een negotiatie-fonds, dat enkele plantages beheerde, zoals Beekvliet, Bleyendaal en Zorg & Hoop. Aanvankelijk bezaten ze zelf geen plantages. Later, toen de plantages niet het beloofde rendement opleverden, en de leningen default gingen, werden de plantages eigendom van de beleggers en werden  de Van Loons wél mede-eigenaar. Jan Willem was in de 19de eeuw commissaris bij zo’n fonds van eigendom.’

Reisden de Van Loons zelf ooit naar Suriname?

‘Voor zover we weten niet. Dit illustreert de grote fysieke- en ook mentale afstand tussen de investeerders en de mensen die de investering rendabel moesten maken, de slaafgemaakten. In Amsterdam groef men grachten om luxe producten aan te kunnen leveren; in Suriname om koffie en hout af te voeren die de luxe Amsterdamse levensstijl bekostigden. Een wrang gegeven, zeker als je je realiseert dat de wrede werking van het systeem gewoon bekend was.’

Schilderijen uit de collectie van het Museum van Loon in Amsterdam.Beeld Bert Muller

Wat was voor u de directe aanleiding om deze tentoonstelling te maken?

‘Kijk, het verleden kun je niet uitwissen. En de ongelijkheden van dat verleden evenmin. Wat je kunt doen, is die geschiedenis in al haar ongelijkheid erkennen. Men heeft het vaak over de ‘andere kant’ van de geschiedenis, een ongelukkige term. Het is onze geschiedenis – het hoort erbij. Als museum willen wij bijdragen aan dat besef.’

Uw voorganger noemde Museum Van Loon ooit een exposé van ‘Hollandse koopmansgeest’, geen educatief centrum. Is deze tentoonstelling een koerswijziging?

‘Ja. Wij gaan  ruim baan geven aan makers, onderwerpen, esthetiek en curatoren die hun inspiratie en oorsprong niet vinden in een witte monocultuur en verrijking leveren vanuit een niet-eurocentrisch frame. Een nieuwe balans, passend bij onze  veelkleurige samenleving.’

Het ingewikkelde aan dit project lijkt me de eenzijdigheid van het bronnen-materiaal: de machtigen hebben veel meer sporen nagelaten dan de armen en onderworpenen.

‘Het vat van de geschiedenis is inderdaad ongelijk gevuld. Van de familie Van Loon hebben we archieven, een kunstcollectie; van de slaafgemaakten op de plantages bezitten we vaak enkel hun verhalen. Hun geschiedenissen leven voort via de orale traditie. Daarom hebben wij een tijdje terug een oproep gedaan: heeft u Surinaamse roots, deel uw verhalen met ons.’

Wat heeft dat opgeleverd?

‘Om te beginnen enkele bijzondere objecten. Zo zit er in de tentoonstelling een fotoreproductie uit 1894 van een pasgetrouwd stel, Dirk Andreas Ralf en Hendrina Heirath, beiden geboren in slavernij op verschillende plantages waarin de familie Van Loon belegde – we mogen het van de nabestaanden tonen. Verder heeft het veel verhalen opgeleverd uit de Nederlands-Surinaamse gemeenschap. Over de verbondenheid met de plantagegronden, bijvoorbeeld; dat wanneer je afstamt van slaafgemaakten van de Plantage Overtoom in Suriname bent, je naar die grond wilt, no matter what. Maar eigenlijk vind ik het mooier wanneer geïnteresseerden die verhalen straks horen uit de monden van de nabestaanden zelf.’

U vindt het aanmatigend om ze na te vertellen?

‘Wij zijn veel te wit om deze geschiedenissen in volledigheid te kunnen vertellen. Wij hebben die andere zienswijzen nodig om deze episode überhaupt op geloofwaardige wijze te kunnen overbrengen. Ik denk dat wij vaak niet eens doorhebben hoeveel blinde vlekken wij hebben. Het samen vertellen van de verhalen maakt de geschiedenis completer; je vult elkaars kennis en kunde aan.’

De tentoonstelling staat in het koetshuis. Hoe gaat ze eruit zien?

‘Ze bestaat uit drie lijnen. De eerste, gecureerd door Willem te Slaa, is historisch: aan de hand van acht personen uit de 18de en 19de eeuw, allen verbonden aan de familie Van Loon, leert men over wat ik noem ‘de cirkel van betrokkenheid in ongelijkheid’. De familie zelf, maar ook een bevriende gouverneur uit Elmina en slaafgemaakten. Een tweede laag, gecureerd door Marian Duff, bestaat uit videoregistraties van gesprekken tussen nazaten van deze historische personen. Die film belicht vragen als: wat vind je ervan dat je hier nu zit met iemand die dezelfde geschiedenis heeft als jij, maar dan vanuit een totaal andere positie. Een derde lijn, fashion fest, is ontwikkeld in samenwerking met MAFB (een community voor jonge kunstenaars en ontwerpers), en bestaat uit creaties van jonge modeontwerpers die halverwege de tentoonstelling zullen worden toegevoegd. Hierbij baseren twintigers van nu zich op de tentoonstelling: raakt het hen, putten ze er inspiratie uit? Het is een pijnlijke geschiedenis. Hoe geeft hun blik ons inzicht in verleden en toekomst?’

Gijs Schunselaar: ‘Het verleden kun je niet uitwissen. En de ongelijkheden van dat verleden evenmin. Wat je kunt doen, is die geschiedenis in al haar ongelijkheid erkennen.’

Aan Surinaamse grachten – Van Loon & Suriname 1728-1863, Museum Van Loon, te zien van: 5 oktober 2019 t/m 13 januari 2020

Familie Van Loon

De familie Van Loon maakte fortuin in de graan- en haringhandel. Door strategische huwelijken klom de familie in de 17de eeuw razendsnel op in de Amsterdamse burgerij. De Van Loons namen hoge posities in binnen de VOC, en leverden als familie die oorspronkelijk van buiten Amsterdam kwam, relatief snel leden voor de vroedschap, het toenmalige college van bestuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden