Faam als interviewer maar geen beter mens

De interviews van Frénk van der Linden, nu gebundeld, tonen de ontwikkeling van zijn interesse: van scoren naar ziel en zaligheid....

OMDAT HIJ 'minder schuim op z'n bek' wilde, besloot Frénk van der Linden een jaar geleden dat hij 'geen interviewer' meer was. Bijna twintig jaar lang had hij in opdracht van De Tijd, Nieuwe Revu en NRC obstinate vragen gesteld aan wankelmoedige politici en portretterende interviews gemaakt met kunstenaars, voetballers, journalisten, ondernemers en nog meer politici. Hij had er zoveel faam mee verworven als een journalist zich maar wensen kan, maar was er, vond hij, geen beter mens van geworden. Integendeel.

Joseph Luns, bij leven secretaris-generaal van de NAVO, vond hem een betweterig kereltje, een vooringenomen kwelgeest die zonder enig respect impertinente vragen stelde - en maar niet van ophouden wist. Frans Nypels, bij het Haarlems Dagblad ooit zijn hoofdredacteur, noemt Van der Linden een narcistisch haantje. En bij Arie Kuiper, die zich er als ex-hoofdredacteur van De Tijd op kan beroepen hem te hebben 'ontdekt', is Van der Linden ook al arrogant, lastig en verwaten - zij het vooral in zijn jongere jaren.

Allemaal geen woord van overdreven, wist Frénk van der Linden toen hij vorig jaar de prijs van de Nederlandse dagbladjournalistiek in ontvangst nam en prompt besloot dat het welletjes was. Het moest maar eens wat minder. Minder bijterig, minder hanig, minder schuim. Merkwaardigerwijs begrepen veel van zijn vakgenoten de ommezwaai nauwelijks: eens een ettertje, altijd een ettertje. Aan die perceptie zal weinig veranderen met het verschijnen van Tot op het bot, een bijna onfatsoenlijk dikke baksteen van een boek met een keuze uit Van der Lindens interviews sinds 1981.

Luns staat erin. En Neelie Smit-Kroes. Maar ook Freek de Jonge, Frits Bolkestein, Stanley Menzo, Renate Rubinstein, Freddy Heineken, Herman Brood. Bij wijze van ondertitel noemt Van der Linden de interviews 'gesprekken over ziel en zaligheid', maar dat is wat kort door de bocht omdat hij er jaren over heeft gedaan om te veranderen van een heetgebakerde en confronterende journalist ('Wat is de ergste schoftenstreek die u ooit hebt uitgehaald?') in een luisteraar die meer geïnteresseerd was in oncontroleerbare zieleroerselen dan in een objectieve waarheid.

Met die laatste interviews, veelal gepubliceerd in de NRC-serie Geloof, Dood & Liefde, is Van der Linden de gelijke geworden van legendarische interviewers als Bibeb en Ischa Meijer. Omdat hij mensen dingen laat zeggen die ze niet wilden zeggen, en soms niet eens kónden zeggen: hij komt er rond voor uit zijn geïnterviewden al schrijvend hele stukken tekst in de mond te leggen, waarna de geportretteerde bij het 'samen doornemen van de tekst' moet ontdekken dat het er warempel allemaal precies zo staat als hij of zij bedoelde.

Die methode, vaak resulterend in een heel effectieve monoloog, zal de preciezen onder zijn vakgenoten tegen de borst stuiten, maar heeft prachtige portretten opgeleverd, stukken waarvan je nog steeds ongemakkelijk gaat verzitten. Zoals dat met actrice Tatjana ('Mijn borsten zie ik als werkkapitaal') Simic, of D66'er Hubert Fermina, of Dirk Jan Bakker, medisch directeur van het AMC. Zwakke portretten bevat het boek nauwelijks, al hebben sommigen voetballers (Cruyff, Wouters) voor zo'n bundeling allicht onvoldoende te melden.

Naast de interviews zijn twintig 'columns' opgenomen van geïnterviewden of collega-journalisten. Daarmee moet Tot op het bot kennelijk nog iets meer een 'leerboek' worden: het wordt verspreid onder studenten journalistiek. De stukjes willen iets beweren over interview-methodiek, maar blijven steken in genante plichtplegingen en loftuitingen, op enkele uitzonderingen na, zoals de analyse die Renate Dorrestein schreef over Van der Lindens behendige wijze van componeren.

Er zijn journalisten die weinig op hebben met het typisch Nederlandse, breed uitgesponnen interview. Omdat het te vaak zou leiden tot gemakzuchtige en kritiekloze lappen tekst of nietszeggende soundbytes op radio en televisie. Helemaal ongelijk hebben ze niet, omdat het genre inderdaad nogal toegetakeld is en misbruikt voor plat amusement in wat-ging-er-door-je-heen-gesprekjes. Maar het zou doodzonde zijn als de uitputtende interviews zoals Van der Linden die maakte - al dan niet met het schuim op de bek - niet meer de ruimte krijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden