F. Starik dicht een tragikomische wereld

F. Starik heeft een vaas met 'gevangeniswater' waarin hij vlooien, garnalen en ander waterleven kweekt. De slakken trekken traag langs het glas, schrijft hij. Wanneer het glas aangekoekt raakt, prikt de dichter een spons aan een vork en begint te boenen: Je water is weer helder. Om daar in een volgend gedeelte van het gedicht aan toe te voegen:

Een vork met een schuurspons eraan
dat eet voor een man niet lekker.

Starik zet in zijn tiende, omvangrijke dichtbundel STAAT een wereld neer door zichzelf en de lezer te verlossen van vertroebeld zicht. Hij observeert zijn omgeving en vindt daarin zijn onderwerpen, die hij met minimale middelen beschrijft.

Een Thomas

Starik schept en is zich daar steeds ongemakkelijk van bewust. In het openingsgedicht kruipt de dichter in de huid van een allesoverheersend systeem dat van een individu een nummer, een inlogcode, een Thomas maakt.

Ik ga voor jou in mijn dossier kijken. Weet je wat?

Ik ontbreek je. Ik geef je een nummer, een naam: Thomas.

Ik maak je opnieuw en compleet van buiten af aan.

Mooi ben je zo. Prachtig.

Thomas verschijnt in wisselende gedaantes, als ambtenaar, dode, vriend, alter ego, konijn. De gedichten drijven op de kracht en de onmacht van wat de dichter te doen staat: benoemen. Zodra je een konijn Thomas noemt, heeft het alle namen behalve Thomas niet gekregen. Benoemen is niet alleen een scheppende, maar ook een inperkende daad.

Het tragikomische aspect van de dingen almaar willen verwoorden, wordt tot een hoogtepunt gedreven in Konijn. Het dier, meegekregen van een kinderboerderij, ontsnapt dikwijls uit zijn hok: Het was niet leuk om telkens 'Thomas! Thomas!' roepend/ door de buurt te lopen. Wist dat beest veel dat hij zo heette.

Talig universum


Starik ontrafelt de drang om zich met woorden een omgeving eigen te maken. De vraag of de werkelijkheid uit woorden bestaat, ligt steeds aan de oppervlakte. De dichter zet dit talige universum schijnbaar moeiteloos onder spanning, of hij nu schrijft over een huisdier, een geliefde of zijn moeder die haar geheugen verliest.

De wereld lost op met elke letter die zijn dementerende moeder ziet. Wat zij leest, verdwijnt - als slagschaduw van de dichter die juist steeds meer letters opeenhoopt en haar met woorden doet verschijnen.

Stariks moeder zit in de tuin een verkleurde streekroman te lezen wanneer hij haar opzoekt. Ze vraagt wat hij komt doen.

'Het is deel één van een trilogie', vertelt ze.

'En er staat niets in.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden