Expositieruimtes sluiten, maar fel protest blijft uit

Reconstructie sluiting exporuimten

Musea en galeries genoeg in de hoofdstad, maar amper plek voor jonge makers. De een na de andere toonaangevende expositieruimte valt om en verzet is er amper. Wat gaat er mis?

Beeld Eline van Strien

'Ik krijg het idee dat we hier zitten te huilen bij een overledene. Het is te laat', zei een bezoekster. Plaats van handeling was de volgepakte expositieruimte van Stedelijk Museum Bureau Amsterdam (SMBA) vorige week. Onderwerp van discussie was de aanstaande sluiting van deze dependance van het Stedelijk Museum - komende zondag gaat die dicht. Dat zou nog niet zo dramatisch zijn, instellingen komen en instellingen gaan, ware het niet dat de sluiting van SMBA niet op zichzelf staat.

Als je als jonge, nog niet gearriveerde kunstenaar je werk wil laten zien of dat van generatiegenoten wil bekijken in de hoofdstad, wordt dat moeilijk. Lang werd 'het experiment' gekoesterd en waren er talloze kleinere, vooruitstrevende kunstpodia. Maar die middenlaag is de afgelopen jaren afgebrokkeld en nu bungelen ook de blijvers.

Bezuinigingen

Sinds de grote bezuinigingen op cultuur van vier jaar geleden ondersteunt de overheid landelijk nog maar zes van dergelijke podia - voorheen negen. Het Mondriaan Fonds heeft reserves ingezet om dit op te vangen, maar ziet haar middelen ook krimpen. Dit najaar, bij de nieuwe aanvraagronde van het fonds, dreigt een tekort van 1 miljoen euro. Er gaat dus nog meer verdwijnen.

De hoofdstad ziet er inmiddels heel anders uit: sinds 2012 ging SMART Project Space failliet, verdween het internationaal bekende nieuwe media-instituut NIMk en werd Stichting Kunst en Openbare Ruimte opgedoekt. Het SMBA krijgt een vervolg, belooft het Stedelijk Museum, maar hoe dat vervolg eruitziet, is nog de vraag. En het leven van het roemrijke kunstcentrum De Appel hangt na bijna een halve eeuw aan een zijden draadje. Dit centrum introduceerde de performancekunst in Nederland (met onder meer historische opvoeringen van Marina Abramovic en Ulay), werd een vaste halte voor internationale kunstliefhebbers en heeft een eigen curatorenopleiding waarvandaan tentoonstellingsmakers over de hele wereld werk vinden. Maar de bestuurlijke perikelen van de afgelopen tijd (de directeur werd naar huis gestuurd, het bestuur trad af), boven op eerdere bezuinigingen, breekt ze nu op. De Raad voor Cultuur adviseert negatief over ondersteuning door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W).

In hartje stad bestaat nog wel W139 in de Warmoesstraat en er zijn wat nieuwe, kleinere initiatieven, zoals Framer Framed en Pakt. Toch stevent de hoofdstad af op een situatie van zo'n dertig jaar geleden: musea en galeries genoeg, maar amper plaats voor onafhankelijke, jonge, risicovolle geluiden.

Andere grote steden lijken het beter te doen. In Rotterdam floreert de hedendaagse kunstsector met gerenommeerde presentatie-instellingen als Witte de With en TENT. Den Haag heeft het initiatiefrijke Stroom en twee kleinere instellingen, Nest en West, spelen een nationale voortrekkersrol.

Wat is er mis in Amsterdam? Hoe merken we dat? En vooral: wat nu? V legt diverse betrokkenen uit het veld vragen voor.

Met stip boven aan de lijst van genoemde oorzaken voor de Amsterdamse malaise: de stad is te duur. Atelierruimtes en presentatieplekken zijn schaars en prijzig. Vincent van Velsen, (schrijver, criticus en curator, die met diverse instellingen heeft samengewerkt en zich de afgelopen tijd roerde in het debat hierover) vindt dat het Amsterdamse broedplaatsenbeleid een negatieve uitwerking heeft gehad. Het had voor goedkope atelierruimte moeten zorgen, maar: 'het atelieraanbod wordt gedeeld met de gehele creatieve sector. Grafisch ontwerpers bijvoorbeeld kunnen veel meer opbrengen.'

Gentrificatie, het oppimpen van een stukje stad door er goedkoop ruimte te bieden aan ateliers en presentatieplekken, is een woord dat veel valt. Het broedplaatsenbeleid lijkt daarin een instrument geworden. Kunst verdwijnt steeds verder naar de rafelranden van de stad.

Dat het Stedelijk Museum de goedkope huur (jaarlijks 15 duizend euro) van het pand midden in de Jordaan van SMBA heeft opgezegd, zien velen in dit verband als kwalijk. Irene Fortuyn, kunstenaar en bestuurslid van W139, noemt het 'onvoorstelbaar' en getuigen van 'institutionele arrogantie'. 'Dat terwijl de binnenstad al zo onder druk staat en één groot Disneyland wordt.' De huur van de ruimte is meteen verhoogd naar 50 duizend euro per jaar; die volgende huurder zal dus geen beginnend, non-commercieel kunstplatform zijn.

Pikant

Stedelijk Museum Bureau Amsterdam sluit aanstaande zondag. Over de plannen van het museum is nog niets bekend, behalve dat afgelopen vrijdag in het advies van de Amsterdamse Kunstraad pikante dingen staan. Ten eerste stelt het Stedelijk Museum de taak van het SMBA - 'het tonen van jonge makers, het aanjagen van discussie' - zelf op te knappen. Ook wordt gemeld dat het Stedelijk Museum twee dependances gaat openen 'buiten het centrum'. En een van deze dependances zou zich richten op vormgeving. Vragen daarover (Twéé dependances? Vormgeving?) werden op het symposium door directeur Beatrix Ruf omzeild.

Volgens scheidend SMBA-curator Jelle Bouwhuis ligt het niet alleen aan gemeentebeleid en vastgoedprijzen: 'De kunstgemeenschap hier was misschien een beetje apathisch geworden. De zekerheid dat je mag bestaan en dat er ruimte is voor experiment leek vanzelfsprekend, dat maakt sloom.'

Ann Demeester, nu directeur van het Frans Hals Museum en Museum De Hallen in Haarlem, was eerder directeur van W139 en van De Appel en treedt regelmatig op als woordvoerder voor de hele sector. Zij benadrukt dat de Amsterdamse situatie niet op zichzelf staat: 'In andere steden gaat het ook moeizaam. Er is overal te weinig geïnvesteerd in de onder- en middenlaag van de kunst.'

Maar Amsterdam draagt een extra juk, zegt Vincent van Velsen, 'het juk van de mega-instellingen zoals de Museumpleinmusea. Zowel de politiek als sponsoren kiezen liever voor prestige. Subsidies en private gelden gaan naar de groten.' Hij vermoedt dat dit funeste gevolgen zal hebben: 'De hele artistieke infrastructuur denivelleert en de belangrijke onder- en middenlaag valt er tussenuit.'

Braindrain

Met veel kunstopleidingen, postacademische instellingen en dus veel output aan jonge kunstenaars in de stad wordt de pijn gevoeld. Ben Zegers, lid van de driekoppige directie van de Gerrit Rietveld Academie, ziet niet alleen de mogelijkheid tot het presenteren van werk slinken. 'Ook in het onderwijs maakten wij gebruik van deze instellingen. Het is hun referentiekader en het zijn hun generatiegenoten; zo'n show als die van een internationale ster als Isa Genzken in het Stedelijk, staat toch erg ver van jonge kunstenaars af.' Hij bedoelt: dat zien ze wel, maar er is behoefte aan een bredere blik, aan ontwikkelingen die nog niet gearriveerd zijn, waarin jonge kunstenaars zelf een rol kunnen spelen. Sinds de bezuinigingen ziet hij veel alumni naar Berlijn vertrekken. Het woord braindrain valt.

Wat nu te doen? Het neoliberale klimaat in Amsterdam biedt geen soelaas. Het denken in rendement en bezoekcijfers werkt niet voor deze kleinere instellingen; dan verliezen ze hun karakter. Het Haagse West, net geloofd en geprezen door de Raad voor Cultuur vanwege hun eigenwijze beleid, wijst het gehamer op bezoekersaantallen vanuit de politiek pertinent af. 'Bezoekersaantallen zijn onbelangrijk en dodelijk voor een programma', zegt directeur Marie-José Sondeijker. Wij tonen wat wij van belang achten, daarná hebben we de taak bezoekers te trekken. Dat is de volgorde.'

Jelle Bouwhuis zag in Amsterdam wel wat interessante tussenvormen ontstaan tussen markt en onafhankelijke kunst, zoals X Bank, ArtDeli en Looiersgracht 60. 'Maar dat zijn geen vaste programmeurs en de afhankelijkheid van de markt maakt ze niet standvastig. ArtDeli bijvoorbeeld, cultuurplatform en restaurant, was na een jaar failliet. Dan bouw je niets op en zeker geen robuust draagvlak. En wat is hier nog de publieke rol?' Bouwhuis vindt hoe dan ook dat kleine instellingen zich anders moeten oriënteren, want: 'De helft van de Randstad-inwoners is niet de klassieke, witte westerse museumbezoeker.'

En verder is het devies: lobbyen. Het is 'belangrijker dan veel mensen uit de culturele sector willen toegeven of aankunnen, ze hebben al zo veel op hun bord', zegt Demeester. 'Maar je moet als representant - directeur, criticus, curator - je niet alleen voor je eigen instelling, maar ook voor de algemene zaak hard maken.' En misschien, zegt Demeester, moeten we ook een keer zeggen: dan houdt het op: 'We zijn te flexibel in de culturele sector. Niemand wil ermee stoppen.'

Pragmatischer is het te kijken naar wat wél werkt. Het alternatieve W139, ontstaan in de kraaktijd, staat tot zijn eigen verbazing overeind in een kaalgeslagen veld. Dit alternatieve platform kende jarenlang een institutionele fase met wisselende directeuren en steun van het ministerie van OC&W, maar besloot na een flinke bezuiniging in 2012 terug te keren naar zijn wortels: de kunstruimte als experimenteerplek. Nu dragen wisselende kunstenaarsgroepen de verantwoordelijkheid voor de programmering. Daarmee doet W139 ook aan 'community building' en is weer een 'grassroots movement'. Toverwoorden die steeds opduiken in beleidsplannen: nu de overheid haar handen er vanaf trekt, moet de gemeenschap dit soort instellingen zelf maar dragen.

Alleen: aan gemeenschapszin ontbreekt het in Amsterdam. Een petitie voor het bedreigde De Appel kruipt naar een schamele drieduizend ondertekenaars. En wie gaat zijn slaapzak neerleggen in SMBA dit weekend, om sluiting te voorkomen? Of begint een nieuw initiatief? Vincent van Velsen stelde die laatste vraag aan het publiek in SMBA vorige week. Het bleef pijnlijk stil in de overvolle ruimte. Van Velsen: 'Nou, tot zover die grassrootsbeweging'.

Dit artikel kwam tot stand door gesprekken met representanten uit de culturele sector in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam.

Drie hoofdrolspelers

De Appel

Opgericht in 1975, tegenwoordig huizend aan de Amsterdamse Prins Hendrikkade. Sinds 1994 heeft De Appel naast tentoonstellingen een internationaal opleidingsprogramma voor curatoren.

Tentoonstellingen per jaar: vijf. Bezoekers per jaar: 16 duizend. Inkomsten: 1 miljoen euro steun van gemeente, OC&W, publieke en particuliere sponsors. Eigen inkomsten: 250 duizend euro.

Status: Zwaar weer. De Raad voor Cultuur gaf een negatief advies. Het bestuur is afgetreden. Op donderdag werd bekend dat directeur Lorenzo Benedetti afziet van hoger beroep en 'in gesprek' gaat met het nieuwe bestuur.

W139

Het pand aan de Warmoesstraat 139 werd in 1979 door een groep bevriende kunstenaars gekraakt. Na een wat institutionele fase met directeuren is het sinds 2012 weer een 'artist run space'.

Tentoonstellingen per jaar: negen, wekelijks een publieksactiviteit. Bezoekers per jaar: 28 duizend. Inkomsten: bijna 350 duizend euro van de Gemeente Amsterdam, 75 duizend euro sponsoring en donaties. Eigen inkomsten: 46 duizend euro.

Status: Hoofd net boven water, ondanks het wegvallen van ondersteuning door OC&W sinds 2012. Pluspunt: W139 is eigenaar van het pand.

SMBA

Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, opgericht in 1993 als opvolger van Museum Fodor en onderdeel van het Stedelijk Museum. De afgelopen jaren richtte SMBA zich op 'hedendaagse kunst vanuit mondiaal perspectief'.

Tentoonstellingen per jaar: acht. Ook twee in het buitenland en activiteiten elders in de stad. Bezoekers per jaar: 8 duizend op locatie Rozenstraat, elders niet geteld. Inkomsten: 150 duizend euro van het Stedelijk Museum, exclusief vaste personeelslasten. Extra financiering en eigen inkomsten: 180 duizend euro. Steun van de gemeente vanaf 2013 gestaakt.

Status: sluit zondag. Het Stedelijk Museum onderzoekt 'wat Amsterdam nodig heeft' voor een vervolg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.