Kunst Rijksmuseum Twenthe

Expositie Lief en leed in Rijksmuseum Twenthe vertelt de verhalen van echte Hollandse families uit de 17de en 18de eeuw

Het Rijksmuseum Twenthe exposeert schilderijen met een afwijking: portretten waarop mensen naderhand zijn toegevoegd of juist verwijderd. Mooi zijn die ingrepen vaak niet, wel intrigerend. Welke verhalen gaan erachter schuil?

Gerard ter Borch: Familie de Liedekercke, ca 1655. Frans Halsmuseum Foto Frans Halsmuseum

Samuel van Liedekercke was een lijzige jongen met sluik haar en de handen van een pianist. Zijn ouders verloren eerder al een kind en hadden niet meer op hem gerekend; hij was hun grote geluk. Hij werd beschermd opgevoed. Op z’n 16de ging hij rechten studeren in Leiden; een natuurlijk moment om de banden met vader en moeder te laten varen, maar nee: ­vader en moeder reisden hem achterna, om een oogje in het zeil te ­houden. Tevergeefs: nog voor de ­propedeuse binnen was stierf Samuel. De pest. Z’n ouders stierven toen ook een beetje.

Een jaar later, in 1655, lieten zij ter herdenking van Samuel een familieportret maken door Gerard ter Borch. Hierop zien we de gezins­leden zij aan zij: moeder, vader en Samuel, een heilige drie-eenheid. De zoon krijgt een zakhorloge aangereikt – een verwijzing naar zijn ­betreurde, vroege verscheiden. Hij gaat gekleed volgens de laatste mode en heeft een hoed in z’n hand alsof hij juist het schildersatelier binnenkomt of verlaat. Hij ziet er gezond uit – voor een dode. Wie niet beter wist, zou denken dat hij 15 minuten later weer over het Rapenburg zou stappen.

Lief en Leed

Lief en Leed, een tentoonstelling met zo’n vijftig 17de- en 18de-eeuwse familieportretten in het Rijks-­museum Twenthe in Enschede, draait om dit soort voorstellingen; voorstellingen waar ‘iets’ mee is; voorstellingen waarin mensen zijn toegevoegd,vervangen, verwisseld of ­opnieuw tot leven gewekt; voorstellingen waarin het getoonde vaak op gespannen voet staat met de realiteit.

Het gaat dan niet om het wegwerken van een wrat of het bijsnijden van een al te vrijpostige buik , niet alleen tenminste; hier betreft het schilderijen waarop op bruuskere wijze een loopje wordt genomen met de werkelijkheid. Denk aan de kop van een dode patriarch die van een enkelvoudig naar een groepsportret wordt getransporteerd. Of de stamhouder die vanwege zijn statuur het formaat heeft van een reus. Dergelijke trucages illustreren dat 17de-eeuwse familieportretten eerst en vooral doordachte constructies waren; niet de waarheidsgetrouwe weergaven waarvoor wij ze vaak houden.

Dergelijke aanpassingen zijn interessant omdat ze iets zeggen over hoe de opdrachtgevers zichzelf zagen en (door het nageslacht) gezien wilden worden. En hoe zulke zaken van levensfase tot levensfase of van generatie tot generatie konden verschillen. Een schoonzoon werd achterwege gelaten (niet belangrijk genoeg), een dochter rücksichtslos overgeschilderd (in diskrediet geraakt). Een dochter én een echtgenote moesten het veld ruimen, maar de boekhouder mocht blijven. Mogen we hieruit opmaken dat de opdrachtgever meer van zijn boekhouder hield dan van zijn vrouw; dat-ie meer op zijn geld was dan op de echtelijke geneugten? De tentoonstelling zit vol met zulke geheimen. Velen blijven onopgehelderd.

Wat geen twijfel lijdt: ze deden een beroep op des schilders inventiviteit. Vooral wanneer het aantal kinderen en aangetrouwden groeide en de bemeten ruimte op het doek slonk, moesten er noodoplossingen te komen. Niet iedereen ging dat even goed af. Peuters stijf als buikspreekpoppen en een nakomelingetje dat oogt als een te heet gewassen trui – tot de heimelijke genoegens van de expositie behoren de heksentoeren waartoe kunstenaars zich soms gedwongen zagen. Mooi zijn die vaak niet. Prikkelend wel. Ze maken nieuwsgierig naar het verhaal achter de kunstgreep.

Familie Mierevelt

Pieter van Mierevelt zag zich ook genoodzaakt tot zulke kunstgrepen. Hij was de zoon en opvolger van de beroemde Delftse portrettist Michiel van Mierevelt en bij wijze van oefening zette hij zich in 1617 aan een schilderij van het hele gezin. Het schoot niet erg op, de familie blééf maar uitdijen. Pieter kreeg een zwager, die hij weergaf als schim, en een neefje, dat kwam er ook op. En nu hij toch bezig was: hoorden zijn overleden zusjes Aechgen en Marrigje er eigenlijk ook niet bij? Aechgen propte Pieter nog met moeite tussen zijn zus en vader, maar voor baby Marrigje was echt geen plek. Ik kan baby Marrigje toch moeilijk achter de ezel zetten, zie je Pieter denken. Screw it, ik zet baby Marrigje achter de schildersezel.

Pieter van Mierevelt: Familie van Mierevelt. Foto Chateau de Jehay, Rijksmuseum Twenthe Foto Rijksmuseum Twenthe

De dood keert vaker terug hier, zowel openlijk als vermomd. Wat die laatste groep betreft: er zijn in de expositie veel schilderijen waarop de doden zijn weergegeven als levende figuren. In een geval betreft het twee vroeg overleden echtgenoten, zittend aan een huwelijksbanket; in een andere een kleindochter die hand in hand poseert met een al lang overleden oma.

Op andere werken is de dood wel echt dood. Verstijfde ledematen, grauwe teint – yup, zo kennen we hem. Op een schilderij huilt een Amsterdamse koopman bij de kist van zijn overleden vrouw. Op een ander werk treurt een edelman bij zijn opgebaarde echtgenote – terwijl zijn aanstaande vrouw zich verderop al warmloopt. Hier wordt de dood voorgesteld als de tragedie die ze meestal is. In veel gevallen betreffen de lijken kleine kinderen.

Over mortaliteit onder kinderen in de 17de en 18de eeuw schrijven de samenstellers van de tentoonstelling, Rudi Ekkart en Claire van den Donk, opzienbarende dingen. Kindersterfte was hoog; veel hoger nog dan je zou verwachten: door slechte hygiëne en voeding en gebrekkige medische kennis verloor bijna iedereen wel een kind. Velen verloren er meerdere. Moeders stierven vaak in het kraambed. Doodgeborenen waren een veelvoorkomend verschijnsel. Wij hebben de neiging om zulks te bagatelliseren, maar de notie dat 17de-en 18de- eeuwers gewend waren aan kindersterfte wordt ontkracht door de contemporaine bronnen, literatuur en beeldende kunst. Het overlijden van een kind kende geen gewenning. De pijn begon steeds opnieuw.

Enkhuizer echtpaat

Zo’n gruwelijk lot trof een Enkhuizer echtpaar dat zich liet afbeelden met hun twee nog levende en maar liefst negen gestorven kinderen. Sommige van deze baby’s zijn weergegeven met open ogen, een aanwijzing dat ze na geboorte nog een tijdje hebben geleefd; andere hebben de ogen dicht; dat zijn de doodgeborenen. Waar hing men zoiets op? Toch niet in de gezelschapskamer zeker? Je kunt het je moeilijk voorstellen dat iemand voortdurend naar z’n negen overleden kinderen wil kijken, maar je kunt je ook niet voorstellen dat iemand die negen dode kinderen wil vergeten. De gewaarwording dat verdriet slijtende is, kan net zo pijnlijk zijn als het verdriet zelf.

Portret van een echtpaar met twee levende en negen overleden kinderen, 1638 Anonieme Enkhuizer meester, 1638. Stichting Portret van Enkhuizen, in bruikleen aan Westfries Museum, Hoorn Foto Stichting Portret van Enkhuizen

Het kon minder direct. In familiegroepen op de zijluiken van middeleeuwse retabels onderscheidt men de gestorven kinderen van hun levende broertjes en zusjes door de rode kruisjes die zij op het voorhoofd dragen, in later werk zocht men zijn toevlucht tot allegorie en fantasie. Vondel dichtte in Kinder-lyck al over ‘Constantijntje, ’t zaligh kijntje’ dat als ‘cherubijntje, van om hoogh’ zijn treurende moeder bemoedigend toesprak (‘Moeder, waarom schreit ghy? Waarom greit ghy, op mijn lijck? Boven leef ick, boven zweef ick, Engeltje van ’t hemelrijck’) en ook in de portretkunst was het gebruikelijk om overleden kinderen op te voeren in de gedaante van engeltjes, putti en cupido’s. Ze spelen met laurierkransen en worden aangewezen door broertjes of zusjes. Kijk, die horen er ook bij.

Familie Stalpert van de Wiele

Zo ook op Jan Mijtens familieportret van de Haagse burgemeester Pieter Stalpert van der Wiele en zijn echtgenote en twaalf kinderen. Ook daar wordt gewezen op drie gevleugelde figuren in de wolken. Een is groter dan de rest – dat is Adrianus, die al 17 was toen hij overleed. Voor ons oogt zo’n drietal engelen misschien een beetje afgezaagd, maar voor Pieter en zijn vrouw was hun aanwezigheid vast troostrijk. Zo lang de kinderen nog loungden op een wolkje waren ze niet écht weg. Het maakte het afscheid betrekkelijker – en daardoor misschien ook minder pijnlijk.

Jan Mijtens: Groepsportret van de familie Pieter Stalpert van de Wiele, 1645. Collectie Haags Historisch Museum Foto Collectie Haags Historisch Museum

Soms is een memorieportret moeilijker leesbaar. Het familieportret van de rijke Amsterdamse koopman Hendrick Mathias door Jürgen Ovens, bijvoorbeeld. De centrale figuren zijn Hendrick en zijn echtgenote Maria – dat lijdt geen twijfel. En de drie dansende engelen stellen de overleden dochtertjes Anna, Madalena en Paulina voor – tot zover alles helder. Maar wat stellen die twee vaaglijk zichtbare cherubijntjes voor? Hendricks doodgeboren kinderen, wellicht? Vreemd is ook het meisje in blauw, Madalena. Ze oogt pips en zit er moeilijk bij. In werkelijkheid zat ze helemaal niet meer. In maart 1661, terwijl Ovens aan het schilderij werkte, kwam ze te overlijden; haar plek vulde de schilder in vanuit zijn fantasie.

Wanneer je dat weet worden haar vreemde teint en onnatuurlijke houding opeens een stuk begrijpelijker. Madalena zit niet. Ze stijgt op.

Lief en Leed: Hollandse families in voor- en tegenspoed. Rijksmuseum Twenthe, Enschede: 8 september 2018 t/m 6 januari 2019

Ganymedes

De Dordtse 17de eeuwse schilder Nicolaes Maes dreef een goed lopend handeltje in schilderijen waarin het verscheiden van een kind wordt voorgesteld als het Ganymedes-verhaal (knap jongetje wordt geroofd door Zeus vermomd als adelaar). Onder een donkere lucht zien drie kinderen hoe hun broertje door de klapwiekende roofvogel hemelwaarts wordt gevoerd. Foute boel, zou je denken, maar geen spoor van drama hier. De kinderen ogen vredig. Hun vechten is meer spelen. Het is een zoet heengaan, zoveel is duidelijk. Van verdriet is hier geen spoor te herkennen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.