Recensie Boys don’t cry

Expositie Boys don’t cry toont mannen op hun gevoeligst ★★★☆☆

Geen machokunst in Boys don’t cry, nu te bezoeken in museum Concordia in Enschede. De tentoonstelling toont veel schijnbaar uit het leven gegrepen kunstwerken van gevoelige mannen. 

Paul McCarthy: Dog (2000). Beeld Paul McCarthy, Dog, 2000

‘Jongens huilen niet’, zong The Cure in 1980. ‘Ik probeerde het weg te lachen, mijn tranen te verbergen.’ Mannen moeten sterk zijn, zich groot houden. En dat lukt vaak, zo legde hoogleraar emoties en welbevinden Ad Vingerhoets al eens in deze krant uit. Testosteron heeft namelijk ‘een sterk remmende invloed’ op waterlanders.

De tentoonstelling Boys don’t cry houdt zich aan dat motto. Er wordt niet gehuild in kunstruimte Concordia in Enschede. Wel draait deze kunst om gevoelige mannen, of nou ja, alle mannen dus. Mannen die schaamte voelen, verliefdheid, rouw of melancholie. U kent er vast wel zo een en/of bent er een. Wel een fijne belofte, een tentoonstelling zonder stoerdoenerij, zonder machokunst. 

Die gevoelsmannen, zestien zijn er in Enschede, maken mooie kunst. Die ook aangrijpend kan zijn. De Amerikaanse kunstenaar Sands Murray-Wassink presenteert een geluidsopname van het onwennige eerste telefoongesprek dat hij met zijn geliefde Robin had in 1996. ‘Heb je mijn brief gehad?’, vraagt Sands. Hij lacht veel en nerveuzig. Hij wist niet dat de opname werd gemaakt, dat deed Robin, die ontspannen en kalm klinkt aan de andere kant van de lijn. Ze zijn nog steeds samen, vermeldt de muurtekst.

Er zijn meer van dit soort schijnbaar uit het leven gegrepen kunstwerken. Die maken de meeste indruk. De kunstenaar geeft zich bloot. Zoals letterlijk in de video van Peter Land die simpelweg The 5th of May 1994 heet. Daarin staat de Deense kunstenaar in zijn eentje in een grauwige onderbroek onhandig te dansen. Hij lijkt zich prima te vermaken, grijpt zijn buik vast, steekt zijn duimen en wijsvingers speels in zijn onderbroek en doet die uiteindelijk uit. Land is ontwapenend zo in zijn blootje, mede dankzij die grote bleke buik. 

 Bas Jan Ader

De bekendste huilende man in een kunstwerk is Bas Jan Ader (1942-1975). Hij maakte in 1970 een korte film waarin hij huilt en deed dat nog eens over in 1971. Het een 16-mm film in zwart-wit zonder geluid. Waarom hij huilt is niet bekend, de titel is: I’m too sad to tell you. Volgens huilhoogleraar Ad Vingerhoets kijken we anders naar huilende mannen dan naar huilende vrouwen: ‘Als een man huilt, denken we dat er iets ernstigs aan de hand is.’ 

Anti-macho?

Is dat anti-macho? Is dat een ander beeld van mannelijkheid? Misschien, het is ook in ieder geval kwetsbaar en aangrijpend. De mannen zien we niet huilen, maar dat doen ze vast, bijvoorbeeld als hun hond doodgaat (de Amerikaanse kunstenaar Paul McCarthy maakte een polaroid van zijn stervende hond) of een geliefde moet worden begraven (de Italiaan Maurizio Cattelan zette theatrale grafstenen neer). 

Maurizio Cattelan: The End (2014). Beeld Anna van Leeuwen

Het vergt wat concentratie bij deze tentoonstelling om je echt te verliezen in de kunst, want de zaalteksten zijn overheersend. Kunstenaar Twan Janssen schreef persoonlijke overpeinzingen, herinneringen en anekdotes bij elk kunstwerk, die staan groot op de muur. Het idee is dat hij daarmee het goede voorbeeld geeft: kijk, dit zou je allemaal kunnen denken bij het kunstwerk. 

Toegankelijk is het zeker, maar voor wie er omheen probeert te kijken ook irritant. In sommige gevallen lijkt de kunst zelfs geweken voor de tekst, zoals de prachtige tekeningen van Koes Staassen die onderaan een muur bungelen. Staassen tekent fantastische seksscènes: gezwollen piemels, handen die in billen knijpen, tepels en eikels waar zonnestralen uit schieten. Een geile sprookjeswereld. Geen tranen, wel weke knieën.

Tekeningen van Koes Staassen.

Peter Land

Het hoogtepunt van de tentoonstelling is het simpele blote dansje van Peter Land (53). Land doet erin denken aan de YouTubers die dansen voor hun webcam. Maar die trend bestond in 1994 nog niet. De video is meer verwant aan vroege performancevideokunst van bijvoorbeeld Bruce Nauman en Bas Jan Ader.  
Het lijkt alsof de kunstenaar zomaar in een wilde bui was, maar dit was een dansje met voorbedachten rade. Hij was net begonnen te experimenten met videokunst. Bij een seksshop had hij een briefje gevonden met een telefoonnummer voor wie foto’s wilde maken van blote vrouwen. Dat leek Land zo vreselijk ongemakkelijk, dat hij ervoor ging. Die stripteasevideo heet The 6th February 1994. ‘Het is kunst hè, dat weten jullie?’, zei Land na de opnamen. De vrouwen lachten: ‘Ja, dat zeggen ze allemaal.’ 
Een paar maanden later vond Land dat hij zelf aan de beurt was. Een eerste opname mislukte, hij was te verlegen. Na drie biertjes probeerde hij het opnieuw, het resultaat was weer te houterig. De volgende avond probeerde hij het na nog meer bier, de avond erop dronk hij nog meer. Op een ochtend werd hij naakt in bed wakker, het lichtje van de videocamera brandde nog. Hij kan zich van zijn striptease niks meer herinneren. De video werd een groot succes. 

 Bekijk hieronder de video waarin kunstenaar Peter Land vertelt over zijn stripteasevideo’s. Maar ook over waarom hij performances doen voor publiek geen succes vond en over het opvoeden van kinderen: 

Boys don’t cry, Concordia Enschede, t/m 6/10

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden