Recensie Boeken

Existentieel dolen en drummen ★★★★★

Wie maakt hem wat? Hij gebaart, hij rookt, hij ís: de 17-jarige Ewout in De hoogstapelaar. Onweerstaanbaar, geestig en tijdloos schrijft Wessel te Gussinklo over hem.

Wessel te Gussinklo: De hoogstapelaar.

Kijk hem zitten, Ewout Meyster, achterover leunend in zijn stoel voor het raam, voeten op de vensterbank, sigaret in de hand, rokend met brede gebaren. Zie de kalme zekerheid, de rust. Niets is er nog over van dat nerveuze kind uit De verborgen tuin, het boek waarmee schrijver Wessel te Gussinklo (1941) in 1986 een reeks begon. Weg is de behaagzieke 14-jarige uit De opdracht, het bekroonde vervolg uit 1995. Hier zit de níeuwe Ewout, 17 jaar, van het internaat getrapt, met de voeten omhoog. Wie maakt hem wat? Hij rookt, hij ís.

Dat is althans de indruk die Ewout wil wekken: iemand te zijn. Iemand om rekening mee te houden, een man die bewonderd wordt en gevreesd, een superieure persoonlijkheid, die zich niets laat voorschrijven door anderen. De hel, dat zijn de anderen. Met hun blikken die bepalen wie je bent, die een onveranderlijk object van je maken, terwijl je jezélf moet scheppen.

Ja, Ewout heeft het werk van Sartre goed genoeg doorgebladerd om te begrijpen dat ook hij geworpen is in een zinloze wereld. En dat hij zichzelf strenge regels moet opleggen om te worden wat hij wil zijn: belangrijk. Niet zoals de volwassenen met hun kantoren, winkels en banen, en hun grijze, dorre gezichten. ‘Zinloze levens waren dat. Zo te worden. Zo te zijn. Nooit, dan kon je maar beter meteen doodgaan.’

De hoogstapelaar, het derde deel van Ewouts werdegang, is volledig geworteld in het existentialisme. L’existence précède l’essence: het zijn gaat vooraf aan het wezen. Je bestaat eerst, maar wordt pas later iemand. Wie, dat bepaal jezelf, via daden en woorden. Om een belangrijk persoon te worden is Ewout daarom obsessief bezig met het stileren en analyseren van zijn eigen (en andermans) houding, uiterlijk en gedrag. De manier waarop hij in een jazzcafé naar de muziek ‘luistert’ is een prachtig voorbeeld:

‘Hij ging zitten, leunend met zijn ellebogen op het tafeltje, zijn handen met de vingertoppen in een boogje tegen elkaar, in de houding van het speciale luistergenot en het innerlijk oor; niet wiegend of kinderachtig vingerknippend en tikkend met zo’n lachje als de anderen die het niet begrepen hadden.’ Het gaat Ewout natuurlijk niet om de muziek maar om de manier waarop anderen naar hem zullen kijken: ‘Een beetje schuw haast moest hun blik wel zijn, bijna met eerbied; een heel bijzondere jongen (een man eigenlijk al) zat daar; een jongen met ongekende diepten.’

Ewouts achternaam Meyster is een verwijzing naar de naam van een andere jongen met ongekende diepten: Wilhelm Meister, uit Goethes oer-bildungscyclus, die volwassen moet worden tijdens zijn Wanderjahre. En wandelen, of beter gezegd dolen, dat is zo’n beetje het enige wat Ewout doet – naast dat oeverloze (maar niettemin geestige) overdenken van hem.

Beeld Tzenko

Door de stad, van plein naar café, met zijn ‘vrienden’; een schare bewonderaars, stuk voor stuk goeiige sulletjes die ‘het niet begrepen hebben’. Ewout bekritiseert en minacht ze, maar heeft ze ook nodig. Hij kan, ironisch genoeg, niet zonder de vermaledijde blikken van anderen. Zij maken hem tot wat hij is: een brutale held die alles durft en kan – tenminste, zolang ze dat in hem zien.

En daarom blijft hij zich afmatten ‘steeds opnieuw, met handelingen, gedragingen; meteen zich tonen, meteen zich laten zien zoals hij moest zijn, ze verrassen, verbazen, de holte, de weerloosheid in hem verbergen, de ontmaskering vóór zijn elke keer opnieuw.’

Op die ontmaskering wordt telkens gezinspeeld, niet in de laatste plaats via de titel van het boek. De hoogstapelaar, refereert dat niet aan Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull (Ontboezemingen van een oplichter, 1954), waarin Thomas Mann de ontwikkeling van Felix beschrijft? ‘Wie werkelijk van de wereld houdt, die geeft zichzelf een aantrekkelijke vorm’, is de les die Felix leert en hij maakt van zichzelf een man van de wereld, die zijn gebreken maskeert met stijl en maniertjes. Uiteindelijk neemt hij zelfs de identiteit van een ander aan.

Hetzelfde geldt in feite voor Ewout. Ook hij bedriegt de boel met zijn kunstgrepen. Ook hij is niet degene die hij pretendeert te zijn. Zijn daden en woorden omvatten een lege huls, in de kern is hij niets en niemand. Of, misschien nog erger: diep van binnen is hij iemand die hij helemaal niet wil zijn.

Want wat is dat toch met ‘die kleren’, die Ewout in zijn ladekast verstopt en waarmee zijn moeder – afschuwelijk! – hem eens betrapt heeft? Wat is dat ‘walgelijke, dat verbodene, dat onbestaanbare dat in hem was’? Waarom is ‘homo’ het ergste wat iemand over je kan zeggen en spreekt Ewout zelf alsmaar over ‘die mietjes’?

Arme jongen. Ja, hij is een vervelend ventje, nooit eens aardig, pedant. Maar bij de lezer overheerst de vertedering om zijn hopeloze geworstel met zichzelf en de wereld. Je worstelt met hem mee, terwijl je op hetzelfde moment de roman verslindt. Een haast plotloze monologue intérieur van een zwartgallig blaaskaakje – en dat bijna vierhonderd pagina’s lang. En tóch wil je doorlezen, niet omdat het zo spannend is, maar omdat het zo goed is. 

Te Gussinklo schrijft onweerstaanbaar. Herkenbaar maar eigen, vrij van conventie, geestig en tijdloos. Een wonderlijk drummen is het, die bijna hypnotiserende repetitieve gedachtenstroom van ritmische zinnen en roffelende woorden. Vertragend en dan weer opstuwend, alsmaar in een welgekozen tempo, zonder ook maar één keer mis te slaan. Zo trommelt hij het tragikomische portret op van een onvergetelijke jongen, zo onweerstaanbaar kwetsbaar. Maar wie maakt hem wat? Hij raakt, hij ís.

Wessel te Gussinklo: De hoogstapelaar

Koppernik; 371 pagina’s; € 21,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.