Wait and SeeThema: wachten

Even geduld a.u.b.: het mooiste programma op het IFFR gaat over wachten

Een fascinerend onderdeel van het IFFR is het programma Wait and See: over wachten en talmen in films, en hoe verslavend dat kan werken.

Wachten op de bus in Armenië, uit Architekturen des Wartens.Beeld Ursula Schulz-Dornburg

Vijf stoelen staan er in de wachtkamer.  Wie plaatsneemt moet eerst zijn mobieltje achterlaten in een kluisje. Hier dient echt te worden gewacht, zonder afleiding.

Waar wacht je als IFFR-ganger eigenlijk op, daar in die als dokterswachtkamer ingerichte hoek van de Rotterdamse Schouwburg? Toch vooral tot het in de ruimte opgestelde scherm een teken van leven geeft, en je eindelijk een van de vele korte films in het Wait and See-programma te zien krijgt. Soms duurt dat enkele minuten, meestal een kwartier en af en toe een klein half uur. Dan zou het wachten weleens belangrijker kunnen worden dan de films zelf. 

Film is onlosmakelijk met wachten verbonden, of het nu om Hollywood-blockbusters of om slow cinema gaat. Dat begint al bij de wachtrij voor de kassa. En dan het wachten tot je de zaal in mag en het ongeduld voordat de film begint. De nieuwsgierigheid naar de eerste shots van het monster, of naar het moment dat de hoofdpersonages elkaar in de armen vallen. Het wachten tot je eindelijk een idee hebt waar de film over gaat. Wachten tot hij is afgelopen.

Wait and See speelt vol inspiratie met al dat mogelijke verbeiden, dralen en anticiperen. ‘De films in de wachtkamer zijn vooral bedoeld om te prikkelen’, aldus Wait and See-programmeur Edwin Carels. ‘Met dit programma hoop ik de ervaring van het filmkijken te intensifiëren en verruimen. En dat met nadruk, als het ware, op het voorspel.’

In de wachtkamer is het niet alleen onduidelijk wanneer je iets te zien krijgt, maar ook wat het zal gaan worden. Zelfs wanneer je met de voorgeschotelde films niets kunt aanvangen – de lichamelijke oefeningen van de jongeren in Caco, João, Mava and Rebecca. From Nothing to Something to Something Else, Part 2 zijn net zo saai als de titel lang is – wordt het begin van zo’n film een gebeurtenis: een almaar uitgestelde verrassing, die al voor een stoot plezier zorgt wanneer hij dan eindelijk wordt opgediend.

En vaak zijn de films absoluut het wachten waard. Ook als ze de tijd nemen om hun punt te maken, of zich na afloop niet zomaar laten duiden. Een fijn voorbeeld is Sid Landovka’s surrealistische beeldcollage escape goat , waarin een meisje rondscharrelt tussen beren- en olifantenkarkassen, en een dode geit transformeert tot een bizar eiland in de zee. Een film als een luchtspiegeling zo mooi en vreemd, waarvoor je bijna dagen in de wachtkamer zou blijven zitten om hem nóg eens te kunnen zien.

Olifantenkarkassen in Escape Goat.

Andere films draaien om personages die zelf wachten – of het wachten ontstegen zijn, zoals de Japanse kok die in contemplatieve staat delicatessen bereidt (Yu Araki’s Fuel). Of kijk naar het bomenpaar dat in Zero van Peter Sant het einde van hun relatie bespreekt, in een confrontatie die zich louter afspeelt in de ondertiteling en in dramatische close-ups van hun stammen en kruinen.

Naast de wachtkamer is een praktijkruimte ingericht. Achter de op willekeurige momenten openslaande deur  bevinden zich installaties die eveneens een lofzang op het wachten brengen. Zoals Ursula Schulz-Dornburgs Architekturen des Wartens, over de maffe schoonheid van futuristisch vormgegeven bushokjes in Armenië. Op gezette tijden houdt een filmmaker of kunstenaar spreekuur in de praktijkruimte, al blijft het tot vlak tevoren ongewis wie dat zal zijn.

Dit alles betekent niet dat de  bezoeker er maar een beetje bij zit, overgeleverd aan de grillen van het programma. ‘Hopelijk nodigen de films de bezoekers uit om in de intervallen met elkaar in gesprek te gaan’, aldus Carels. Wachten is wat hem betreft nooit niets doen. ‘Terwijl je op iets wacht zijn je hersens juist heel actief en kun je op creatieve ideeën komen.’

Het Wait and See-programma omvat ook compilaties van korte films en een tiental lange speelfilms en documentaires die regulier in de bioscoopzaal te zien zijn. Een van de hoogtepunten is het beklemmende Sicherheit 123 van regisseurs Julia Gutweniger en Florian Kofler. Anticiperend op de catastrofale gevolgen van de klimaatverandering wordt het Oostenrijks-Italiaanse alpenlandschap op ingenieuze wijze beveiligd en gezekerd. In lange, statische shots tonen Gutweniger en Kofler hoe dat gaat: uitvoerige tests met rollende rotsblokken en miniatuur dambreuken, krachtige netten die neerstortend puin moeten opvangen. En dat afgewisseld met beelden van het nog kalme landschap, waar de voorzorgsmaatregelen naderende rampspoed verkondigen. Dit is een film in afwachting van de apocalyps, en als kijker wacht je angstvallig mee.

Sicherheit 123: wachten op de apocalyps in het Oostenrijks-Italiaanse alpengebied.

Wachten levert geen dode tijd op, zo blijkt, maar juist een intensivering van de tijdsbeleving: een geconcentreerde focus op wat is geweest, wat nu is en nog komen gaat. Hoe meer je je overgeeft aan Wait and See, hoe meer je verslaafd raakt aan het wachten, en het een situatie wordt die je opzoekt in plaats van mijdt. 

Carlos Casas’ Cemetery, een van de mooiste films van het Wait and See-programma, zo niet van het hele festival, profiteert maximaal van zo’n ontvankelijke houding. In Cemetery maakt een stokoude olifant de tocht naar het olifantenkerkhof. Een groep  stropers gaat achter het dier aan, en ook als toeschouwer hoop je die mythische plek te bereiken. Hoe zal het daar eruit zien? Hoe sterft een olifant, tussen de beenderen van zijn voorouders?

Voor het zo ver is, maakt Casas in zijn tussen documentaire en fictie schakelende film ruim baan voor de band tussen de olifant en zijn menselijke verzorger. En terwijl je nieuwsgierig blijft naar dat aangekondigde olifantenkerkhof, is het eigenlijk al fabelachtig en fraai genoeg om man en olifant in de rivier te zien badderen, terwijl hij de rug van het dier schrobt en ook de achterkant van diens oren niet vergeet. Op zo’n moment lijkt de film zijn eigen verhaal te zijn vergeten.

Stokoude olifant in Cemetery.Beeld filmbeeld

Maar de stropers komen wel degelijk en de olifant gaat op pad. Dan gebeurt er iets onverwachts:  de beelden lossen op en versnipperen in een bulderend, suizend, vloeiend en knisterend geluidsontwerp. De laatste minuten van Cemetery dompelen je onder in het pikkedonker, al lijkt soms uit de duisternis een mistig halo van een olifant, een landschap of wat dan ook op te doemen. Zeldzaam gaaf, deze glimp van het Grote Niets.

De tijd lijkt in Cemetery echt tot stilstand te komen. En als er op iemand werd gewacht, daar in het olifantenkerkhof, dan was het wel de toeschouwer zelf. ‘Ik wilde dat de kijker persoonlijk in het donker aankomt’, zei Casas in een interview met mubi.com. ‘Dat hij zijn oren gebruikt om te navigeren tussen de schaduwen.’

Filmmuziek

De Canadees Howard Shore (76) geldt als een van de belangrijkste en meest veelzijdige filmcomponisten van zijn generatie. Hij schreef muziek voor zeer uiteenlopende films, van The Silence of the Lambs (1991) en Philadelphia (1993) tot Peter Jacksons Lord of the Rings- en Hobbit-trilogieën. Ook werkte hij regelmatig samen met Martin Scorsese, David Fincher en David Cronenberg. Op 31 januari wordt Cronenbergs klassieker Crash (1996) vertoond in de Doelen, waarbij het Rotterdams Philharmonisch Orkest de muziek van Shore live uitvoert. Een dag later geeft Shore, op uitnodiging van muziekinstantie Buma Cultuur, op het IFFR een publieke masterclass over zijn oeuvre, de samenwerking met regisseurs als Cronenberg en zijn visie op filmmuziek.

Old timers

Naast de overvloed aan jong talent die het IFFR ook in 2020 weer biedt, worden oudgedienden en veteranen geëerd in het programmaonderdeel The Tyger Burns. Programmeurs Gerwin Tamsma en Olaf Möller stelden een mooie selectie samen van oud en nieuw werk van cineasten die al actief waren toen het festival in 1972 begon. ‘En wier creatieve vuur onverminderd brandt’, aldus Tamsma. ‘De oudsten, zoals Cécilia Mangini en Narcisa Hirsch, zijn in de negentig. En ze filmen allemaal nog alsof hun leven ervan afhangt.’ Te zien zijn onder meer de nieuwe films van Roy Andersson (About Endlessness), Werner Herzog (Family Romance, LLC), Costa-Gavras (Adults in the Room) en de Nederlandse documentairemaker Annette Apon (Leonie, actrice en spionne). 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden