Recensie (boeken) Niemand keek omhoog

Evelien Vos weet in romandebuut Niemand keek omhoog goed het gevoel van eenzaamheid te vangen ★★★☆☆

Een jonge vrouw heeft moeite haar plaats in de wereld te vinden, in de debuutroman van Evelien Vos. In onopvallende zinnetjes weet Vos het verdriet goed te treffen.

Beeld Olivier Heiligers

‘Je kunt beter één goede zin opschrijven dan een pagina uitweiden’, zei de recente P.C. Hooftprijs-laureaat Marga Minco (1920) een paar jaar geleden in een interview. Haar proza wordt bejubeld om de soberheid ervan. Neem Het bittere kruid, Minco’s debuut uit 1957. ‘We waren een paar dagen weggeweest’, vertelt de ik-persoon over een evacuatie vanwege de bezetting. Een paar dagen weg – alsof het over een citytripje gaat. Even later: ‘We vervoerden de koffer op een fiets. Aan het stuur hingen volgepropte tassen. Bomscherven en mitrailleurkogels vlogen over onze hoofden. Soms werd er iemand getroffen; dan bleef er een groepje achter.’ Zakelijke mededelingen, onderkoeld haast, in bescheiden hoofdstukken die vrijwel op zichzelf staan, als korte verhalen die tezamen een compleet boek vormen. 

Niemand keek omhoog, het romandebuut van Evelien Vos (1987), doet in bepaalde opzichten aan Het bittere kruid denken. Vos, die net als Minco ook korte verhalen schrijft, kent de kracht van het geserreerde. Eveneens in korte hoofdstukjes beschrijft ze het leven van Lucy, een jonge vrouw die haar plaats in de wereld probeert te vinden. Dat valt nog niet mee: wekelijkse bezoekjes aan een chagrijn van een opa, een baantje zonder perspectief, stroeve gesprekken met haar ouders, weinig indrukwekkend gescharrel met jongens – het is allemaal nogal droefgeestig. Lucy wil vrij zijn, vrij van zichzelf en van de verwachtingen van anderen. Dat zegt ze niet met zoveel woorden. Het blijkt uit een zin als: ‘Ik wilde op mijn dak zitten en een fles wijn leeg drinken en staand op mijn trappers door de stad fietsen.’

Als haar opa dood is, haar ouders naar Zweden emigreren en haar broer vaste verkering krijgt, besluit Lucy naar Madrid te verhuizen, om haar leven een wending te geven. Natuurlijk valt het ook daar tegen: het vertaalwerk dat Lucy doet, is saai, tegen heug en meug port ze de romance met een oude vlam op, vrienden maken gaat moeilijk. Meestal zit ze vanuit haar appartement naar de straat beneden te kijken. ‘De jongen van de elektronicazaak aan de overkant rookte een sigaret en deed zijn haar in de weerspiegeling van het raam. De stroom auto’s die rond deze tijd voor de tweede keer huiswaarts ging, haperde niet. Niemand keek omhoog.’

Cover van het boek ‘Niemand keek omhoog’, de debuutroman van Evelien Vos.

Er is natuurlijk ook een kardinaal verschil tussen Minco en Vos: wat Lucy meemaakt, is eerder een non-drama te noemen. Een quarterlife crisis is de Shoah niet. Het gebrek aan een echt probleem wringt soms, in het debuut van Vos. Het is bijna een opluchting als er op tweederde een ramp gebeurt die de afgestompte Lucy in beweging zet, haar eindelijk echte emoties laat beleven. Tot dat moment gaat het te nadrukkelijk over de leegte van Lucy, die soms weinig subtiel wordt aangekaart. Net na haar verhuizing: ‘Ik voelde me een beetje als het huis. Precies leeg genoeg.’ Na een telefoontje met een vriend: ‘Toen ik ophing voelde ik me rustiger, minder leeg, alsof zijn stem iets opgevuld had.’ Juist door dat leeg-zijn zo te benoemen maakt het minder indruk.

Meestal laat Vos wél genoeg aan de verbeelding over. Uit onopvallende zinnetjes spreekt een goed getroffen verdriet. Niet het gebrek aan vrijheid, maar aan wezenlijk contact met anderen blijkt het ware probleem te zijn. Als Lucy met haar ouders belt, zijn ze in feite onbereikbaar, hoewel ze hen wel degelijk aan de lijn heeft. ‘Mijn stem klonk gek, misschien omdat ik niet wist in welke ruimte het geluid terechtkwam. Omdat ik niet wist waar mijn ouders waren.’ Dat heeft Lucy gemeen met de ik-persoon uit Het bittere kruid, die ook niet weet waar haar ouders zijn – zij het om heel andere redenen. Meer nog dan over de oorlog gaat Minco’s boek over eenzaamheid,  het gevoel alleen te staan in de wereld. Het is dát gevoel waar Niemand keek omhoog ook over gaat, en dat Evelien Vos goed weet te vangen.

Evelien Vos: Niemand keek omhoog. FictieVan Oorschot; 171 pagina’s; € 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden