Euforie

Klassieke vragen zijn gekoppeld aan de actualiteit, bewonderswaardig, maar de verrassing blijft uit

Vorig jaar december schreef Christiaan Weijts in De Groene Amsterdammer dat Kees 't Hart en hij beiden bezig waren aan een roman over een architect. 'Zitten er bij jou bommen in?' Nee, zei 't Hart. De bommen (van Al Qaida) waren voor Weijts, die met zijn bekroonde debuut Art.285b, het daarop volgende Via Cappello 23 en zijn novelle De etaleur, heeft bewezen dat hij actualiteit weet te belichten met zijn kennis van de klassieken. Ook zijn geslepen oog voor schoonheid maakt nieuwsgierig naar zijn vierde boek Euforie.

Begin jaren negentig was Johannes Vermeer ('Zijn naam: gekozen om een behulpzame duw te krijgen') een scholier op het Stedelijk Gymnasium in Leiden, betoverd door Isa Verstuijven: het krakersmeisje met de volle borsten - 'handjevol'. Nu is Vermeer architect, man van 'tv-babe' Celine, vader van Anne, wonend en werkend in Den Haag.

Het is Zes Juli. In de tramtunnel bij de Grote Markt, ontploffen drie busjes vol springstof: 43 doden. Toevallig is Vermeer in de buurt. 'Kom mee', maant een agent. Vermeer doet wat hem gevraagd wordt en draagt een gewonde man de tunnel uit. Omdat hij zonder overtuiging deed wat moest, schaamt hij zich voor de lof die hem ten deel valt.

Wanneer Vermeer en zijn collega's meedoen aan een prijsvraag in de hoop dat hun ontwerp wordt gebouwd op de plek van de aanslag, stuiten ze op allerlei bureaucratische belemmeringen. De winnaar wordt gekozen door het volk, dat naamsbekendheid voor esthetiek laat gaan. Dus helpt het als Vermeer op televisie komt. Hij doet wat nodig is om te winnen, maar het is lastig te verkroppen voor een 'creatief ideoloog' die Vitruvius en diens De architectura bewondert.

Euforie verwijst niet alleen naar welzijn en geluk, maar ook naar het Griekse 'eu' (goed) en 'forein' (dragen), bedenkt Vermeer. Zijn ontwerp moet het leed van 43 doden dragen. Maar hij wil niet alleen dragen: steeds weer hoort Vermeer het dwingende 'kom mee' van de agent en beziet hij zichzelf. Hij verlangt te worden opgetild door euforiserende krachten als Mozarts Lacrimosa en de dicht- en denkkunst van Rimbaud, Pessoa en Nietzsche.

De poëzie en filosofie bieden houvast om schijnbare tegenstellingen uit te pluizen. Weijts weegt de keuze voor rebellie of gedwee meedoen en contrasteert de verstilling van schilder Johannes Vermeer met de beweeglijke lelijkheid van Pieter Breughel.

Zijn ambitie is bewonderenswaardig: hij verbindt de klassieke vraag over 'het goede' met de wereld van vandaag. Maar zijn hoofdpersonage kan die ambitie niet goed dragen. Vermeer blijft te veel een samenraapsel van ideeën en overtuigingen. 'Achteraf is alles duidelijk. Achteraf zijn half opgemerkte gedragingen en semi-gebeurtenissen de bakstenen van een verhaal.' Maar Euforie beschrijft geen 'semi-' gebeurtenissen. Alles wordt duidelijk uiteengezet: wanneer de roman zijn einde nadert, voel je dat extra: de touwtjes worden aan elkaar geknoopt en conclusies worden - ten overvloede - getrokken.

'Zelfs zonder armen is de Venus van Milo een meesterwerk', houdt Vermeer zichzelf voor, telkens wanneer een of andere gemeentelijke regel zijn creativiteit in de weg komt te zitten. Maar Venus is juist zo betoverend omdat haar armen ontbreken: daar verschijnen de open plekken waar ruimte is voor verrassing en interpretatie van het publiek.

Weijts leidt de lezer langs inzichten, dilemma's en vragen die te nadrukkelijk worden uitgesproken, waardoor 'de gift van het onverwachte' ontbreekt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden