Euforie en bevrijding in de ruigte van St. Ives

Al eeuwenlang zoeken kunstenaars elkaars gezelschap. Ze zonderen zich en groupe af om gestalte te geven aan een alternatief voor de burgermaatschappij....

Ook ruim een eeuw later dient het antwoord waaróm ze naar Cornwall gingen zich ogenblikkelijk aan. Wie de laatste heuvel heeft genomen, en plotseling aan zijn rechterhand de Atlantische Oceaan ziet en het haventje met de zachte kleuren, hoeft geen romanticus te zijn om het te weten.

Wie in St. Ives aankomt, is weg uit Engeland. Weg uit het benauwde, benepen Engeland, met zijn keurig geschoren gazons en zijn al even keurig afgeschermde en kortgehouden burgerlijkheid. En als dat nu nog zo is, hoe was dat dan in het voorlaatste decennium van de negentiende eeuw, toen het Victoriaanse tijdperk op zijn hoogtepunt was en alles verstikte dat niet aan haar dorre wetten voldeed?

Hoe moet de schilder zich hebben gevoeld die op Londens Paddington Station de trein had genomen en was afgereisd naar het verre westen? Wat moet er door hem zijn heengegaan op het laatste stuk, als de oceaan zich aandiende en de trein halthieldop het stationnetje onder de rotsen?

Euforie, denk ik, bevrijding en verbazing; dat het bestond, in zijn eigen mistige land: de palmen, de in het blauwe water tinkelende zonnestralen, de witte stranden, de Bretonse kleuren en de rauwe, onafhankelijke vissers, voor wie de koningin in de zee van St. Ives, de sardien, een stuk belangrijker was dan de Queen van het tijdperk in Londen. Maar het kunstenaarsoog moet vooral zijn getroffen door het licht van St. Ives; dat heldere, on-Engelse licht, dat het schiereiland waarop het dorpje ligt van alle kanten bestraalt en weerspiegelt door het water.

James Whistler, de Amerikaanse schilder van Schotse komaf, was een van de eersten die er in 1883 aankwamen. In zijn spoor volgden honderden anderen, aangetrokken door de goedkope accomodaties, het ruige landschap van Cornwall, de zee, en het vooruitzicht van contact met gelijkgestemden.

Het waren niet alleen Engelsen die kwamen. Uit de hele wereld reisden schilders naar St. Ives. De Zweed Anders Zorn, de Finse Helene Schjerfbeck, de Australiër Louis Grier. Uit Canada kwamen ze, uit Denemarken en Zweden, Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk, om en plein air hun impressies van de natuur vast te leggen.

Meer dan de nabijgelegen zeer Britse kunstenaarskolonie in Newlyn kreeg St. Ives snel een cosmopolitisch karakter, waar de vissers er al snel niet meer van opkeken als zij een Japanner achter zijn schildersezel zagen zitten: ze vonden het best, behalve op zondag. Dat was zelfs in St. Ives not done. Louis Grier, met Julius Olsson stichter van de eerste schildersschool in St. Ives, werd ooit wegens verstoring van de zondagsrust bijna met ezel en al in de haven gekieperd.

Dezelfde Grier stond in 1890 aan de basis van de St. Ives Arts Club, die nog steeds is gevestigd in een gebouwtje aan de haven, in de oude visserswijk Downalong. Als er daar niets te doen was, verzamelden de kunstenaars zich in de Sloop Inn, een vierhonderd jaar oude pub die nog altijd, een paar honderd meter verderop, uitkijkt over de haven.

Nog steeds doen in St. Ives verhalen de ronde over de drankgelagen die schilders en vissers in grote eensgezindheid aanrichtten in de Sloop Inn. Schilders betaalden de rekening regelmatig met een kunstwerk want, zoals een van hen het uitdrukte, 'ik kan altijd weer een ander schilderij maken'.

De invloed van het Europese impressionisme en post-impressionisme op de kunst van St. Ives was gering, misschien lag het daarvoor wel te ver weg van de Franse centra van die stromingen. In St. Ives bloeide vooral de typisch Engelse landschaps- en zeegezichtenkunst. Deelname aan de expositie in de Royal Academy bleef het ultieme doel.

Rond de eeuwwisseling verliep het tij. Vooral buitenlandse kunstenaars bleven weg. Maar de schilderkunst verdween niet uit St. Ives. Britse kunstenaars bleven of brachten er hun zomers door. In 1920 was de schilderijenproductie in St. Ives groot genoeg om een treinwagon vol schilderijen naar de Royal Academy te kunnen zenden.

Maar pas het naderende onheil van de Tweede Wereldoorlog zorgde voor een nieuwe impuls, die St. Ives andermaal tot een verzamelplaats van vooraanstaande kunstenaars zou maken. In de jaren voor de oorlog was Hampstead, de buitenwijk van Londen, het centrum van de abstracte kunst in Groot-Brittannië. Daar woonden Ben Nicholson, diens vrouw, de beeldhouwster Barbara Hepworth, de Russische constructivist Naum Gabo en, voor even, de Nederlander Piet Mondriaan.

Met de dreiging van Duitse bombardementen werd het leven in Hampstead minder aantrekkelijk. Op uitnodiging van de al in St. Ives wonende schilder Adrian Stokes vertrokken Nicholson, Hepworth en Naum naar het veilige St. Ives. Mondriaan had geen zin. Hij had de grote stad te lief, om die te verruilen voor een verre buitenpost aan zee.

Nicholson, Hepworth en Gabo werden de grondleggers van wat de St. Ives School zou gaan heten. Een manifest kende die niet, wel een uitgangspunt: het streven naar een dialoog tussen abstractie en landschap en natuur. John Wells, 90 jaar en het oudste nog levende lid schreef het in 1943: 'St. Ives is de plaats waar abstractie en landschap in elkaar overgaan. Hoe kun je ooit de warmte van de zon schilderen, het geluid van de zee, de reis van een tor over een rots? Dat is een argument voor abstractie. Je absorbeert al deze gevoelens en ideeën, en als je geluk hebt ondergaan ze een alchemische transformatie naar goud.'

De grondstoffen voor het goud waren rond St. Ives in overvloed aanwezig. In het woeste, lege landschap van Cornwall, in de ruige overgangen tussen zee en land, in de vormen van rotsen en kliffen. En dan was er het goud in St. Ives zelf, in de vorm van de naïeve schilder Alfred Wallis, een gepensioneerde visser - en het levende symbool van de symbiose tussen dorp en kunst. De eerste ontmoeting tussen Nicholson en Gabo en de visser geldt als het moment waarop de St. Ives School werd geboren. Wallis' kunst had een grote invloed op het werk van de twee en daarmee op de modernen die in hun spoor naar St. Ives kwamen: Patrick Heron, Terry Frost, Wilhelmina Barns-Graham, John Wells, Karl Wetschke.

Hun schilderijen, en die van hun voorgangers in de kolonie, zijn tegenwoordig te zien in de Tate Gallery van St. Ives. Want de kroon op een eeuw samenleven van vissersdorp en kunst kwam in 1993, toen bij Porthmeor Beach de witte schatkamer van architect Richard Rogers verrees waarin de kunst van St. Ives kon worden getoond: het unieke van het museum is dat veel van de schilderijen die er hangen een paar straten verderop zijn gemaakt.

De Tate, zou je kunnen zeggen, zorgde voor een derde opleving van het kunstklimaat in St. Ives. Want van heinde en verre stromen de liefhebbers toe: in plaats van de verwachte zeventigduizend mensen, trekt de Tate er jaarlijks tweehonderdduizend. En in bijna alle schilderijen, hoe abstract ook, keert St. Ives terug.

Nog steeds komen er schilders naar St. Ives, rijpe en groene, op zoek naar inspiratie en contact. In de Sloop Inn zijn de wanden nog steeds behangen met kunst en er wordt nog wel eens een dronken kunstenaar aangetroffen. Vissers zijn er in St. Ives nauwelijks meer, de sardienen zijn weg. Maar gelukkig zijn er nu de toeristen, op zoek naar de mythe van St. Ives, die nu vooral wordt uitgebaat in de talloze galeries.

Maar de mooiste illustratie van wat St. Ives voor de moderne kunst heeft betekend, kan op vijf minuten van de Tate worden gevonden, in een huis en tuin op Barnoon Hill. Daar had Barbara Hepworth, tot haar dood in 1975, haar Trewyn Studio. In de tuin, tussen palmen, riet en oleanders, staan haar beelden, stille, abstracte getuigen van een creatief leven, temidden van vrienden, weg van de wereld, ver weg van Engeland.

Bert Wagendorp

Dit is de eerste aflevering in een serie die deze zomer op dinsdagen en zaterdagen wordt gepubliceerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden