Charles Donker in zijn atelier.

Interview Charles Donker

Etser Charles Donker (79) draagt de natuur voor. ‘Na mijn 110de begint het echte werk’

Charles Donker in zijn atelier. Beeld Dim Balsem

Charles Donker, bijna 80, is een van de beste etsers van het land. Zijn werk wordt geëxposeerd in New York en Parijs. Zelf kan hij nog niet zeggen dat hij tevreden is. 

Of hij hier nog iets etste? Ingespannen tuurt Charles Donker (79) naar het geboomte. Nee, niets… o ja, toch, die horizontale tak daar boven de vlierheg, die heeft hij ooit afgebeeld! Hij pakt een catalogus, bladert erin. Kijk, zegt hij, wijzend op een werk uit 1981, dat is hem, onmiskenbaar. Het is de tak, inderdaad, maar hij oogt anders, dunner, minder doorgezakt, en bovendien wordt hij niet omgeven door andere beplanting. Wat kan: het was hier veel leger toen Donker zijn uitzicht destijds vastlegde. Wat ook mogelijk is: hij heeft die hele omgeving weggelaten.

Charles Donker is een van de beste levende etsers van ons land. Sinds de jaren zestig heeft hij honderden afdrukken gemaakt, duizenden misschien zelfs: verstilde beelden van landschappen, beesten en voorwerpen, ragfijn van lijn en delicaat van vorm, en afgedrukt in talrijke staten, want experimenteren met structuur en toon doet Donker gretig (zie kader). Het grote publiek kent het niet, maar specialisten achtten zijn werk hoog. Dat bevindt zich in prestigieuze collecties, zoals die van het Rijksmuseum en Fondation Custodia in Parijs. Het wordt geëxposeerd. Onlangs toonde het Metropolitan Museum in New York het in een tentoonstelling over grafiek in de traditie van Rembrandt, en momenteel hangt het in pop-upmuseum Oud Ameliswaard in Bunnik, en in het Rembrandthuis in Amsterdam, wederom in een tentoonstelling over navolgers van de man met de neus en de baret. Donker is nog niet gaan kijken, bekent hij; sterker, hij weet niet eens waarmee hij precies is vertegenwoordigd. Evengoed ontvangt hij graag in zijn woning annex provisorisch atelier in de Utrechtse binnenstad.

Een afspraak was niet een-twee-drie gemaakt. Donker is niet zo van de communicatie. E-mail heeft hij niet. Zijn mobiel staat vaak uit. Of die staat wel aan, maar de bezitter neemt niet op. Of hij neemt wel op, maar hij bevindt zich in een bos met beroerde ontvangst; dan krijg je gesprekken als dit: ‘Met Charles… KGGGKKGG… Hallo, met Charles!! KGGGKGG… CHAR-LES HIER!!… HALLO!!… HALLO!!…’ Maar na een week of twee over en weer bellen volgt een ontmoeting.

Beeld Dim Balsem
Beeld Dim Balsem

Hij blijkt een kleine, tengere man met opvallend mooie ogen; heel groot en heel blauw zijn ze, opmerkzaam ook. Hij is niet zo’n prater, waarschuwde hij over de telefoon, maar vandaag is van stugheid of zwijgzaamheid weinig te merken. Iedere vraag wordt welwillend beantwoord. Enkel de zaken van het hart laat hij liever onbenoemd. Ach, tja, klinkt het wanneer we daar aan raken. En soms ook: Tja, ja, ja, ja…

Hij wilde niet altijd etser zijn, vertelt hij. Aanvankelijk was het de bedoeling dat hij zijn boterham zou verdienen in de monumentale kunsten. Hij studeerde ook af in die richting aan de Koninklijke Academie in Den Bosch, maar al snel had hij door dat hij er niet voor in de wieg was gelegd: hij miste het organisatorische talent. Zijn vroege etsen waren stevig geworteld in het Utrechtse. De geest van magisch realisten als Pyke Koch en Joop Moesman waarde erin rond. Kleine vrouwen, grote ogen. Heggetjes die bijgeknipt leken door een tuinman met compulsief obsessieve neigingen, zo strak. Zulke etsen waren half ontsproten aan de fantasie, maar gaandeweg begon Donker steeds meer naar de waarneming te werken. Zijn prenten verloren hun surrealistische karakter en werden natuurgetrouwer. De gedraaide structuur van een dennenappel of het patroon in het verenkleed van een steenuil vormden nu de inzet van zijn etsen. Ze getuigden van een onderzoekende geest. Het onderwerp was de natuur, altijd de natuur.

Donker maakte zulke etsen waar hij ook ging. Hij was onder meer in Frankrijk, Spanje, Engeland, Polen, Israël en Peru. Ook werkte hij veel in Godlinze, een gehucht in Oost-Groningen; de laatste tijd zit hij er weer vaak. Maar de omgeving die hem het meest inspireerde bevindt zich op een kilometer of 6 van zijn huis: het is het landgoed van het Fort bij Rijnauwen met zijn grote variëteit aan planten (200 soorten, aldus Staatsbosbeheer) en beesten: vossen, dassen, vogels. Je hebt daar een oud boswachtershuis. Donker heeft er een atelier.

Beeld Dim Balsem
Beeld Dim Balsem

We fietsen erheen. Het is warmer dan voorspeld. De zon laat zich gelden. Het licht valt door het loof en werpt stroboscopische vlekken op Donkers pet. Hij fietst deze route blind. Geen boom is hem onbekend. Soms wijst hij een plek aan waaraan hij goede herinneringen bewaart, zoals een heuvel met schapen. Een keer vertelt hij een anekdote.

‘Daar woonde een man die een leeuw had als huisdier’, zegt Donker, wijzend naar een door wilgen omringde villa aan de waterkant.

Een leeuw?

‘Uhu, hij kocht hem als welp, maar zo’n beest wordt groot… Toen de politie er lucht van kreeg, bracht-ie hem naar de dierentuin. Sindsdien ging die man elk weekend daarheen om z’n leeuw te knuffelen.’ Donker stelt zich de blikken voor van de medebezoekers. Hij glimlacht.

Hij is verknocht aan deze omgeving. Hij leest haar als een boek. Hij onderscheidt het geluid van de ijsvogel van dat van de kwikstaart; bij elke boombast heeft hij de naam van de soort paraat. Zijn onderscheidende vermogen zie je terug in zijn weergave van planten en dieren, die nooit generiek is, nooit rudimentair, en verraadt een grote liefde voor het buitenleven. Voor de ontmoeting dacht je dat Donker zo veel buiten is, omdat hij graag etst. Inmiddels heb je de indruk dat het omgekeerde ook opgaat: Donker etst dit landschap, zodat hij veel buiten kan zijn.

Bomen en struiken Rhijnauwen, 1982. Beeld Charles Donker
Vier essen, Rhijnauwen, 1977. Beeld Charles Donker
Winter in Rhijnauwen, 1980-1984. Beeld Charles Donker

Veel van zijn grondstof is hier: de rietstengels langs de slootkant, de bomen langs de slotgracht van het fort, het bosje met de berkenbomen, de dode vogels, de bijenkasten. Dergelijke taferelen, vertelt Donker, kiest hij niet. Ze kiezen hem. Hij wandelt of fietst door de omgeving en ineens is er iets wat zijn aandacht trekt, en wel met een dusdanige intensiteit dat hij het wel moet vastleggen, nu! Hij heeft het nodig, die aantrekking van buitenaf. Is ze er niet, dan valt het resultaat vaak tegen. Zijn etsen belichamen óók zijn enthousiasme. Donkers vriend, hoogleraar kunstgeschiedenis Peter Hecht, zegt het beter: de natuur levert de tekst, Charles draagt hem voor.

Dat voordragen gebeurt overigens weinig systematisch. Donker begint gewoon. Voorbereidende schetsjes maakt hij zelden. Hij geeft toe: het is een weinig economische werkwijze. Het komt voor dat hij er na uren zwoegen niet uitkomt. Het is niet anders. Hij is nu eenmaal ongeduldig. Voelt hij zich sterk, of ziet hij iets bijzonders, dan is hij te rusteloos om een voorstudie te maken. Dan moet het op de plaat, en wel direct.

Het opvallende is dat het niet zo makkelijk is om Donkers ‘platen’ in het landschap terug te vinden. Dat komt doordat de bomen erop vaak zijn gegroeid en worden omringd door nieuwe aanplant, maar ook omdat Donkers etsen geen directe kopieën zijn van wat hij heeft waargenomen. Zijn landschappen zijn gestileerd. Ze zitten vol lege vlakken en geïsoleerde fragmenten. Een sloot is wit als verse sneeuw. Een berkenboompje komt los uit de achtergrond als een solist tijdens een opvoering. Ze zijn ook onnatuurlijk vlak, Donkers landschappen. Men ziet ze in laagjes, als op een schooltoneel. Diagonalen, ten slotte, komen er vreemd genoeg amper op voor. Donker grijnst wanneer je hem dit voorlegt. Ik hou niet van diagonalen, zegt hij. Diagonalen… herhaalt hij. Hij schudt zijn hoofd.

Beeld Dim Balsem
Beeld Dim Balsem

Een van de grootste uitdagingen van zijn etswerk, stelt men zich voor, is om het overzicht te bewaren: hoe zie je door de bomen het bos? Die problematiek is hem welbekend, bekent hij. Bomen in blad mijdt hij sowieso, die zijn ondoenlijk voor een etser. Kale bomen zijn beter behapbaar. De kunst is om te blijven kijken, te blijven vertalen. Elk takje verdient aandacht. Nooit dient men de neus op te halen voor het onaanzienlijke.

En verder is het een kwestie van op tijd stoppen. Een dichtgebreid landschap, daar is niets aan.

Hij heeft de laatste tijd veel steun aan zijn etswerk, vertelt Donker. Het houdt hem op de been. Door het onverwachte overlijden van zijn vrouw en zijn afnemende lichamelijke vitaliteit is hij de laatste tijd nog zwaarmoediger dan normaal, maar als hij boven zijn etsplaat zit, dan heeft de neerslachtigheid amper vat op hem. Dan zijn er slechts dat landschap en die bomen en dat donkere plaatje; dan is er enkel die weldadige, van God of niemand bewuste staat van concentratie. Het is wegkruipen, maar gezond wegkruipen. En je houdt er een ets aan over.

Is de bijna 80-jarige eigenlijk een beetje tevreden over zijn levenswerk? Ach, tevreden… hij heeft er een mild respect voor. Toen hij ter voorbereiding van een overzicht al zijn werk onlangs door zijn handen kreeg, moest hij toegeven dat er toch wel ‘een paar goede dingen’ tussen zaten, maar eigenlijk voelt hij zich nog altijd een beginner. Onlangs, bijvoorbeeld, is hij begonnen aan (zelf)portretten, en die zijn nog lang niet wat ze moeten wezen. Hij trekt zich graag op aan een ander voorbeeld, de Japanse kunstenaar Hokusai, die meende dat hij na zijn 110de aan het echte werk zou beginnen. Hij wil maar zeggen: hij heeft nog even.

Hoe maakt Charles Donker een ets?

Charles Donker maakt zijn etsen op een koperen of zinken plaat, afgedekt met etsgrond, vaak bijenwas. Met een etsnaald tekent hij vervolgens op de plaat, waardoor fijne lijntjes in de was ontstaan. Is de voorstelling af, dan legt hij de plaat in een bad van salpeterzuur (bij een zinken plaat) of ijzerchloride (koper). Koper geeft diepe, scherpe lijnen; zink brede, wollige. Het zuur bijt in de plaat op de plekken waar Donker heeft getekend. De plaat gaat uit het bad, wordt ingesmeerd met inkt en schoongeveegd. De inkt blijft achter in de groeven. Nu legt Donker een vochtig stuk papier op de plaat en haalt haar door de etspers. Hij maakt ook gebruik van aquatint, een techniek waarmee tonale effecten (licht en donker) kunnen worden bereikt. Hierbij wrijft hij delen van de etsplaat in met hars, waarna die wordt verhit. De plaat gaat in het zuur, en corrodeert gelijkmatig. Hoe langer de plaat in het zuur ligt, hoe donkerder het te kleuren vlak. Door de plaat tijdens het drukproces te bewerken en polijsten kan Donker spelen met licht en donker.

Beeld Dim Balsem

Atelier in een oud boswachtershuisje

Donker heeft sinds 1972 een atelier in het boswachtershuis bij Fort Rijnauwen. Hij deelt het met een beeldhouwer. Het is, zoals je verwacht, klein. Gebarsten plavuizen, een houten tafel: een kamer in de middeleeuwen. Er is niets: geen stromend water, geen elektriciteit, geen centrale verwarming. Wie naar de wc moet, helpe zichzelf in de achtertuin. Donker mist zulke voorzieningen niet. Hij geeft ‘geen donder’ om luxe.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden