BoekrecensieEtgar Keret - Mijn konijn van vaderskant

Etgar Keret, meester op de korte baan, maakt zijn reputatie opnieuw waar ★★★★☆

Etgar Keret brengt eenzame zielen voor even bij elkaar in een verrassende, scherpe en geestige bundel. Vooral de verhalen met een open einde resoneren nog lang na.

Beeld Floor Rieder

Zes jaar hebben we moeten wachten op een nieuwe verhalenbundel van de Israëlische schrijver Etgar Keret (1967). Na succesvolle bundels als Verrassing, Superlijm en Zeven vette jaren legde duizendpoot Keret zich toe op graphic novels en filmscripts. Met het nu verschenen Mijn konijn van vaderskant maakt hij zijn reputatie van meester op de korte baan opnieuw waar. Dat wil niet zeggen dat ieder verhaal puntgaaf is, maar de beste verhalen zijn zo verrassend, scherp en geestig dat je de zwakkere broeders met genoegen voor lief neemt.

Een eerste hoogtepunt is ‘Autoconcentraat’, over een 46-jarige kantinemedewerker die midden in zijn woonkamer een groot metalen blok heeft staan: ‘Het is rood met een witte streep, en als het zonlicht er in de juiste hoek op valt, kan de schittering verblindend zijn.’ In acht pagina’s ontrolt zich een compleet familiedrama, inclusief een verongelukte moeder, een jeugd in een instelling en een broer in de gevangenis, eindigend op het autokerkhof waar de Mustang Cabrio ’68 van de gehate vader, diens lijk nog warm in de kofferbak, wordt samengeperst tot ‘blikkerende rode wraak’.

Minstens zo aangrijpend is ‘Pineapple crush’, over een moedeloze medewerker van een buitenschoolse opvang. Elke dag gaat hij na zijn werk naar de Ben-Goerionboulevard om bij zonsondergang een joint te roken. Op een avond vraagt een wat oudere, keurige mevrouw of ze een trekje mag. Ze delen de joint, waarna de vrouw met een beleefd dankjewel vertrekt. De volgende dag keert ze terug en doordat er nu ook een agent opduikt die het blowende stel op de bon wil slingeren, krijgt de vrouw de kans zich te presenteren als de felle advocaat die ze in het dagelijks leven is. De manier waarop Keret deze twee mensen bij elkaar brengt, voor even van elkaar afhankelijk maakt, voordat het lot hen weer een andere kant uit drijft, is ronduit meesterlijk.

Etgar Keret Beeld Getty

Wat Kerets personages met elkaar verbindt, is hun eenzaamheid. Keret wil een uitvlucht bieden door ze met elkaar in contact te brengen, in de hoop dat deze broederschap van wanhopigen genoeg moed genereert om het leven een positieve draai te geven: ‘Een gesprek is als een tunnel die je geduldig met een theelepeltje uitgraaft onder de vloer van de gevangenis. Het heeft één doel: je weg te krijgen uit waar je op dat moment zit.’ Dat deze poging keer op keer een illusie blijkt, zit al in het gegeven ingebakken. Dat is treurig voor de personages, maar des te beter voor de literatuur.

In zijn vorige bundels toonde Keret zich al een groot liefhebber van sciencefiction. Verhalen als ‘Vensters’ en ‘Tabula rasa’ gaan een stap verder. Deze keer weten de personages niet dat ze klonen zijn, of zelfs slechts een projectie die bij een applicatie hoort. De schrijver zet zijn lezers voortdurend op het verkeerde been, pas aan het eind wordt duidelijk hoe de vork in de steel zit. Schrijven is rekken, en in zijn beste verhalen beheerst Keret deze kunst tot in de finesses.

De nadruk op de slotfase van het verhaal maakt dat Keret er soms niet uit komt, vooral als hij zijn verhaal een heuse clou wil geven. Een sterk verhaal als ‘Goodeed’, over een stel rijke vriendinnen die, op zoek naar een unieke ervaring, belachelijk grote bedragen aan daklozen geven, had een beter slot verdiend.

De verhalen met een open einde zijn het sterkst en resoneren nog lang na. Zoals het prachtige ‘Naar huis’, over een kind dat niet kan ophouden met schreeuwen en een wanhopige vader die na een lange autorit thuiskomt bij een verontruste moeder: ‘Hij ademde de koele buitenlucht in en gunde zichzelf nog één lange tel in het donker voordat hij het trappenhuis in liep.’ De onvermijdelijke ruzie tussen de man en de vrouw laat Keret wijselijk buiten beschouwing. Die mag de lezer zelf invullen.

Beeld Podium

Etgar Keret

Mijn konijn van vaderskant 

★★★★☆

Uit het Hebreeuws vertaald door Ruben Verhasselt

Podium; 240 pagina’s

€ 22,50

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden