InterviewEsther Verhoef

Esther Verhoef leest deze zomer over trauma’s: nuttig voor haar volgende thriller

Welk boek leest de schrijver deze zomer? En waar gaat het boek over dat die zelf heeft geschreven? Deze week Esther Verhoef (1968). Haar thriller De nachtdienst verscheen vorige week.

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Welk boek leest u deze zomer?

‘Ik herlees Traumasporen van Bessel van der Kolk. Hij is geboren in Den Haag en na zijn studie naar de VS gegaan. Nu is hij een toonaangevende hoogleraar psychologie. Trauma’s gaan ons allemaal aan, want ze hebben invloed op een samenleving. Burn-out, misbruik, mishandeling, huiselijk geweld en verslaving hebben vaak hun oorsprong in trauma’s die iemand heeft opgelopen. Van der Kolks boek is het beste dat ik hierover heb gelezen.’

Waarom leest u dit?

‘Research ligt aan de basis van al mijn boeken. Mijn personages maken ingrijpende dingen mee. Hoe meer ik daarover weet, hoe beter ik ze kan neerzetten.

‘Voor ik thrillers schreef, heb ik zestig non-fictieboeken geschreven (wetenschappelijke en informatieve boeken over (huis)dieren, waarvan er wereldwijd meer dan 9 miljoen zijn verkocht, red.). Researchen is mijn tweede natuur. Ik wil zo veel mogelijk in de huid kruipen van mijn personages.’

U heeft miljoenen thrillers verkocht, in Nederland alleen al 2,6 miljoen. Leest u zelf geen thrillers?

‘Ik lees weinig fictie, bijna alleen non-fictie. Het is een cliché, maar bij de geboorte van een schrijver sterft de lezer. Ik verbeter mijn eigen teksten tot in den treure: ik redigeer, schrap, maandenlang ben ik technisch met zo’n tekst bezig. Op het moment dat ik een boek opensla van een collega, komt onwillekeurig die redacteur in mij naar boven. En in mijn hoofd ga ik zinnen verplaatsen of schrappen.’

Uw nieuwe boek, De nachtdienst, gaat over een dierenarts die door twee gemaskerde mannen wordt gedwongen een operatie uit te voeren op hun zwaargewonde vriend. Hoe kwam u het op idee?

‘Toen ik begin 20 was, heb ik stage gelopen bij een dierenarts, ik assisteerde bij operaties. Tijdens de koffiepauze hadden de dierenartsen onderling een gesprek over hoe het zou zijn om een mens te opereren. De een zei dat hij dat varkentje wel even zou wassen en de ander vond het totaal onethisch. Die wrijving is me altijd bijgebleven. Ik heb het vaker beschreven, maar nooit zo intens als nu.’

Hoe zorgt u ervoor dat het plot elke keer verrassend is?

‘Ik bedenk het niet van tevoren, het gebeurt gaandeweg. Ik heb vaak een of twee scènes in mijn hoofd en daar bouw ik het hele boek omheen. Bij mijn eerste thriller in 2002 was ik regelmatig nerveus en dacht ik: breng ik dit wel tot een goed einde? Inmiddels heb ik het vertrouwen dat het goedkomt. En als we vastzitten – ik zeg ‘we’, want mijn man Berry denkt ook veel mee – dan gaan we samen een aantal dagen weg. Dan zitten we in een huisje of hotelkamer en zijn we alleen maar bezig het verhaal ietsje verder te brengen. Voor De nachtdienst konden we vanwege de lockdowns niet veel kanten op, dat heeft wel vertraging opgeleverd. Ik heb bijna twee jaar aan dit boek gewerkt.’

U beschrijft in De nachtdienst nauwgezet de sociaal-economische achtergrond van uw personages. Marco en Quincy groeien op in een arme wijk.

‘Ik ken die wereld, ik ben opgegroeid in een volksbuurt in Den Bosch. Zelf kom ik uit een liefdevol gezin. Mijn vader was gitarist en zanger. Later verkocht hij advertenties en werkte hij als leidinggevende in een meubelzaak. Mijn moeder was een moderne huisvrouw. Maar in onze buurt was altijd de dreiging van geweld. Dat merk je aan hoe mensen elkaar benaderen, aan de woorden die ze gebruiken. Mensen zaten hoog in hun energie. Ik was regelmatig het doelwit van agressie en heb daar lang last van gehouden. Verwijten doe ik die kinderen niets. Niet meer.

‘Als je opgroeit in een kansloze omgeving, zonder horizon, waar je rolmodellen inbreken en geweld gebruiken, is het niet zo raar dat je daarin wordt meegesleept. Ik voel mee met mensen die te weinig worden geholpen, te weinig kansen krijgen en daardoor in een negatieve spiraal komen.

‘Er is geen oorspronkelijk kwaad, heb ik ooit eens gelezen. Dat geloof ik ook. Je moet er dus met mededogen naar kijken.’

Uw boeken geven een goede typering van het hedendaagse leven. Hoe kijkt u naar deze tijd?

‘We leven in een moeilijke tijd, ik word er verdrietig van. Ik voel me vooral verdrietig over de polarisatie, dat het midden weg is, dat mensen zich zo ingraven in hun overtuigingen. Dat er zo veel wantrouwen en boosheid is. Terwijl we uiteindelijk allemaal hetzelfde willen: gewoon een prettig leven leiden.

‘Als schrijver ben ik gewend me te verplaatsen in de meest uiteenlopende personages, mensen die heftige dingen doen en meemaken. Omdat ik, als ik aan het schrijven ben, volledig in de huid zit van zo’n personage, voel ik ook zijn of haar pijn. Er wordt veel aandacht besteed aan het geroep, maar te weinig aan waar het vandaan komt. Mensen worden zo snel beoordeeld en veroordeeld. Ik merk dat ik me terugtrek. Ik houd niet van confrontaties omdat ik beide kanten zie. In bijna al mijn boeken zie je dat terug, ook in De nachtdienst: het is allemaal niet zo zwart-wit.’

Is het schrijven van thrillers mentaal zwaar?

‘Ik kan mijn boeken alleen schrijven door volledig toegewijd te zijn. Ik zorg dat mijn agenda voor minstens een paar maanden leeg is. Ik zet tijdens het schrijven m’n telefoon uit. De gordijnen gaan dicht, bij wijze van spreken.

‘Ik ben jaloers op schrijvers die drie uurtjes werken en dan de stad ingaan, een interview geven en daarna uit eten gaan. Ik kan dat niet. Boven alles staat voor mij dat ik schrijver ben en dat ik veel boeken in me heb die ik in de toekomst nog zou willen schrijven. Er vallen weinig ideeën af en er komen er eigenlijk steeds meer bij.’

In zo’n periode van totale toewijding ziet u alleen uw man?

‘Nou… Onze kinderen zijn 25, 22 en 21 jaar. Maar het is blijkbaar gezellig bij ons. Twee van hen wonen nog thuis en ook mijn 30-jarige schoonzoon is ingetrokken. Dus het is nooit saai, er komen ook veel studenten bij ons over de vloer.

‘Ik zeg steeds: jongens, vlieg uit. Die ‘magische ijskast’ bij ons heb je in je latere leven niet, die zul je zelf moeten vullen. Maar ze helpen steeds meer mee. We hebben een fijne manier van samenleven nu.’

Wat doet u deze zomer?

‘Berry heeft anderhalf jaar geleden een bestelbus gekocht en opgeknapt, er een bed en keukentje ingezet. We gaan voor het eerst wildkamperen. Met de hond. Ik heb het nog nooit gedaan, dus we zullen zien. Ik neem mijn laptop mee, onderweg probeer ik te werken. De uiteindelijke bestemming is ons huis in Frankrijk.’

Hoe ziet dat huis eruit?

‘Het is een oud huis, met muren van een meter dik, een vervallen wijnboerderij die we hebben gerenoveerd. In the middle of nowhere in de Dordogne. Met een waterput, de stroom valt regelmatig drie dagen uit. We hebben er met het gezin vier jaar gewoond. De kinderen gingen naar een Franse school. In 2008 zijn we teruggegaan naar Nederland, maar we hebben het huis aangehouden. Door covid zijn we er bijna een jaar niet geweest. Het is spannend wat je na zo’n lange tijd aantreft.’

U vreest een vleermuizenkolonie?

‘Die hebben we al eens in het plafond gehad. Het is elke keer weer een ander dier. De laatste keer waren het balken-etende mieren. Dat je ’s nachts in bed ligt en denkt: wat hoor ik allemaal?’

null Beeld Prometheus
Beeld Prometheus

Esther Verhoef: De nachtdienst. Prometheus; 390 pagina’s; € 22,50.

Ongemakkelijke vragen

De gevoeligheden van deze tijd leveren ook volop discussie op in de literaire wereld. We leggen onze geïnterviewde schrijvers wekelijks wat lastige vragen voor.

Zou u uw werk door een sensitivityreader laten lezen?

‘Ik heb een grote groep meelezers, alle feedback neem ik mee. Bij De nachtdienst waren dat bijvoorbeeld ook dierenartsen. Als mijn uitgever zou zeggen: we hebben een sensitivityreader ingehuurd die je manuscript gaat lezen, dan zou ik dat omarmen zoals ik alle meelezers omarm. Maar het is aan mij om iets wel of niet aan te passen. Op het moment dat de uitgever zegt: we hebben een sensitivityreader en die gaat je manuscript opschonen, wordt het griezelig. Dan kom je op het vlak van censuur.

‘Toch geldt: je moet als schrijver volledig vrij zijn om je te uiten, maar je hebt ook verantwoordelijkheid. Dat schuurt soms. Zo las ik een poos terug een verhaal van Jan Wolkers waarin een personage een kip doodneukt. Ik had dat liever niet gelezen. Dan heb ik het over verantwoordelijkheid. Op het moment dat je dat schrijft en je wordt op het schild gehesen, zo van: ‘Wolkers durfde dat toch maar’, heeft dat zonder meer invloed. En wordt dierenmishandeling enigszins genormaliseerd. Voor mij is dat een gevoeligheid. Ik word er verdrietig van en denk: is dit dan de maatschappij, wordt dit dan hoog gewaardeerd?’ Voor mij gaat het te ver. Zo zijn er misschien andere dingen waar ik gemakkelijk overheen lees, die in mijn beleving normaal zijn, maar voor een ander niet.’

Heeft u weleens iets aangepast uit angst voor gevoeligheden?

‘Dertien jaar geleden werd mijn thriller Close-up vertaald in het Engels. De hoofdpersoon is een meisje uit de provincie dat alleen naar Londen gaat. Ze is volledig ontheemd en overweldigd. Vanuit haar perspectief schrijf ik wat zij ziet. Ik schreef: ‘Ik maak geen deel uit van deze krioelende mierenhoop met Londenaren, toeristen, straatkunstenaars, Pakistanen, Indiërs en daklozen, die kakofonie aan geluid en kleuren, knipperende lichtreclames en uitlaatgassen. Het heeft allemaal niets met mij te maken.’

‘Van de Engelse uitgever kreeg ik te horen: ‘Indiërs en Pakistanen zijn ook Londenaren. Wat wil je hiermee zeggen?’ Ik heb me toen geprobeerd te verplaatsen in een Engelse lezer van Indiase of Pakistaanse afkomst: stel dat die dit boek leest. Zou hij zich rot voelen als het er zo staat, dat je apart wordt neergezet? Uiteindelijk is de tekst aangepast en is het Londenaren geworden.

Voelt u zich weleens de ‘excuustruus’?

‘Nee. Misschien naïef, maar nee.’

Welk boek kan eigenlijk niet meer in deze tijd?

‘Als op de cover van een thriller staat ‘een jonge vrouw wordt gruwelijk vermoord’, haak ik af. Vrouwen neerzetten als een passief wezen en mannen het laten oplossen. Ik denk dat dat niet meer kan.’

Boekhandels hebben het zwaar. Heeft u overwogen uw boeken alleen in de fysieke boekhandel aan te bieden, dus niet als e-book of via Bol.com?

‘We doen altijd iets extra voor de fysieke boekhandel. Bij De nachtdienst hebben we luxe tasjes, ansichtkaarten en boekenleggers beschikbaar gesteld. Ik bezoek graag boekhandels en signeer er. Maar ik wil niet voor lezers beslissen waar ze hun boeken kopen. Mijn e-books komen meestal iets later uit dan het fysieke boek. Zelf vind ik de leesbeleving digitaal stukken minder.’

Brommer op zee of Eus’ boekenclub?

‘Ik heb alleen Eus gezien. Een lekker vlot programma. Maar ik ken de schrijvers bijna allemaal, dus ik beleef het anders dan mensen van buiten het boekenvak.’

Wie is Esther Verhoef?

Esther Verhoef (’s-Hertogenbosch, 1968) is een van Nederlands succesvolste thrillerauteurs. In 2003 debuteerde ze met de thriller Onrust. Ze is bekend van onder meer Lieve Mama, Façade, Tegenlicht, Déjà vu. Met haar boeken won Verhoef de NS Publieksprijs, de Gouden Strop, de Gouden Vleermuis, de Diamanten Kogel, de Hebban Crimezone Award en tweemaal de Zilveren Vingerafdruk. Naast thrillers schrijft ze romans. Haar nieuwste thriller De nachtdienst verscheen vorige week – en stond meteen op 1 in de CPNB Bestseller top-60.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden