Essays van ‘usual suspects’ zonder urgentie

Voor de vormgeving hoef je het Architectuurbulletin in ieder geval niet te kopen. Het boekje heeft, op het foto-essay van Frank van der Salm na, de uitstraling van een rouwkaart: A5-formaat, grauwgrijze kaft, chic papier, sober van beeld, veelal zwart-wit....

Het Architectuurbulletin is een nieuwe, tweejaarlijkse uitgave van het Nederlands Architectuurinstituut, dat belooft een verzameling te zijn van ‘prikkelende essays’. Het wordt gepresenteerd als een van de wapenfeiten van de vertrokken directeur Aaron Betsky. Inmiddels ligt het tweede nummer in de winkel.

Natuurlijk kun je met zo’n verschijningsfrequentie niet verwachten dat het blad bovenop de actualiteit zit, maar bij dit tweede nummer vraag je je bij de meeste van de negen essays toch af: waarom? En: waarom nu?

Aan de auteurs zal het niet liggen. Het zijn stuk voor stuk usual suspects, de bedreven schrijvers in de Nederlandse architectuurwereld: Betsky zelf, Wouter Vanstiphout, Hans Ibelings, Cor Wagenaar maar ook architecten zoals Winy Maas en Adriaan Geuze.

Maar dan: de onderwerpen? Een zeer algemene, tijdloze analyse over de stad Rotterdam van Aaron Betsky. Nou vooruit, dit zal een afscheidsstuk zijn, een verhaal dat hij zijn stad nog wil nalaten. En wie weet wordt zijn raad ook wel opgevolgd, over hoe eilandenstad Rotterdam meer samenhang te geven door middel van een herziening van het metrostelstel en een ‘herkenbare, open’ architectuur. Al lijkt Betsky daar zelf op het eind al over te twijfelen: ‘Misschien blijft Rotterdam toch een reeks eilanden die op den duur opgaan in het grotere geheel van multinodale urbanisatie dat Randstad heet.’ Tja...

En wat te denken van het verhaal van landschapsarchitect Dirk Sijmons die in het wilde weg fantaseert over hoe het landschap, dat ‘als een levend kunstwerk’ een rol zou kunnen vervullen in een mogelijk Nationaal Historisch Museum. Weer is de vraag: waarom nu? Maar ook: wat levert zo’n verhaal op? Was Sijmons nou direct betrokken bij het bepalen van de inhoud van zo’n museum, dan gaat het nog ergens over. Maar zo is wel heel erg ‘ins Blaue hinein’. Helemaal als blijkt dat het een bewerking betreft van een eerder gepubliceerd essay uit 2002. Is er in de tussentijd dan helemaal niets anders gebeurd waarover de Rijksadviseur voor het Landschap iets te zeggen heeft?

Het prikkelendst is de bijdrage van Geuze: hij interviewt zichzelf. En die vorm is vermakelijk. Want hij vraagt steeds ongegeneerd naar de bekende weg. Minpuntje is wel dat Geuze al zijn stokpaardjes van stal haalt: hoe het toch mogelijk is dat er zo onzorgvuldig met ons belangrijkste Nederlands erfgoed wordt omgesprongen: het prachtige Nederlandse polderlandschap. En waarom Nederland in een tijd van ruimtegebrek en hoge bevolkingsdichtheden niet meer aan landmaken doet. Precies hét thema van zijn Rotterdamse Architectuurbiënnale van, let wel, 2005.

Misschien zijn de verwachtingen te hoog als hét architectuurinstituut van Nederland ‘prikkelende essays’ belooft, maar het gebrek aan urgentie en actualiteit dan wel het ontbreken van onderwerpen die het niveau van de persoonlijke gedachtegang overstijgen, maakt het bulletin nu wel heel erg een platform voor en door een klein clubje architectuurintimi. Een hartekreet zoals die van Winy Maas die oproept tot nieuwsgierigheid en durf is leuk, goed ook. Maar niet elke visie is interessant, alleen vanwege de naam die eronder staat.Machteld van Hulten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden