Eschkenazy al concertmeester vanaf z'n elfde

De veertigkoppige sollicitatiecommissie van het Concertgebouworkes werd het zaterdag eens over de benoeming van de Bulgaar Eschkenazy tot concertmeester. 'Bij zo'n benoeming is het halve orkest betrokken....

Het nulzesje van impresario Peter Sánta piept, als de violist Eschkenazy komt aanlopen door de Gooise horecagelegenheid waar we hebben afgesproken. De violist houdt een mobieltje aan de kin geklemd, op de plaats waar anders een J.B. Vuillaume uit 1861 (in bruikleen van het Nationaal Instrumenten Fonds) tegen de eeltplek in zijn hals rust.

Sánta neemt op. Aan de lijn, zo blijkt, is Eschkenazy, die van zijn manager wil weten waar die zit. Sánta legt het uit, tot hij in de gaten heeft dat de betrokkene een paar meter van hem af staat. De aankomende concertmeester van het Concertgebouworkest blijkt graag het zekere voor het onzekere te nemen.

Zaterdag piepte zijn toestelletje toen Eschkenazy naar het tennissen zat te kijken, maar toch graag bereikbaar bleef. De veertigkoppige sollicitatiecommissie van het orkest bleek het eens te zijn geworden over de Bulgaar.

'Hartstikke leuk', zegt Eschkenazy in vloeiend Nederlands. Wanneer hij begint is nog niet bekend. Maar de eersten die ervan moesten weten, vond Eschkenazy, waren zijn ouders in Sofia en zijn leraar in Londen.

'Perplex' was Yfrah Neaman, de oude vioolpedagoog van de Guildhall School, van wie hij onder meer leerde hoe je in de noten van een partij kijkt. Eschkenazy (29), nu nog concertmeester van het Nederlands Philharmonisch Orkest: 'Ik bel hem op, en de manier waarop hij reageert ... Ik wou dat ik het op een bandje had staan.'

Eschkenazy trekt het gezicht waarmee een vader zijn zoontje verbiedt buiten te spelen. 'Hij zegt: ''Weet-jij-wel-dat-dat-Concertgebouw-één-van-de-beste orkesten ter wereld is?''

Eschkenazy wist het. Hij heeft er net een weekje aan de eerste lessenaar gezeten, als proef-concertmeester. Adagio for strings van Barber. Ouverture Candide van Bernstein. Star Wars. Onder leiding van Leonard Slatkin.

Het was ook niet uit onwetendheid dat Eschkenazy afgelopen najaar een briefje schreef aan het orkest, toen het duidelijk werd dat er een concertmeestersplaats vrij kwam door het vertrek van de violist Rudolf Koelman. Zijn auditie was in mei.

'Vioolconcert Brahms. Een vioolconcert van Mozart. Soli uit Ein Heldenleben, Sheherazade, Also sprach Zarathustra. Het was leuk. Het ging goed.'

De materie tekent zich af waarmee het Concertgebouworkest een kandidaat-concertmeester aan de tand voelt. Een paar jaar geleden was dit de repertoirelijst (bij de proefspelen van Rudolf Koelman en zijn aankomende collega Alexander Kerr): Vioolconcert Brahms. Vioolconcert Mozart. Heldenleben, Sheherazade, Zarathustra (Kerr: 'En meer van die gein. Het was leuk.').

Volgens orkestdirecteur Jan Willem Loot kon je bij Eschkenazy 'aan de rug al zien dat hij een geboren concertmeester is'. Loot, voormalig directeur van het Nederlands Philharmonisch, was ook de man die hem drie jaar geleden liet tekenen bij het NedPhO. 'Maar dat is zo prachtig van het Concertgebouworkest. Daar is het halve orkest betrokken bij zo'n procedure. En iedereen heeft één stem, ook een directeur, of de dirigent. Dat betekent, dat het orkest je wil, en niet een paar mensen.'

Met Riccardo Chailly moet hij nog kennis maken.

Dat Eschkenazy eigenlijk nóg een jaar op proef moet (met hetzelfde proefcontract dat iedere nieuwe musicus van het Concertgebouworkest krijgt voorgelegd; zijn voorganger Koelman deed er vervelende ervaringen mee op), schrikt hem niet af. 'Dat accepteer ik. Rustig zijn en je best doen. Van muziek houden, zeg ik maar.'

Het concertmeesterschap, zegt hij, is voor hem 'geen nieuw project of een nieuw idee of zo'. Concertmeester was hij al toen hij op z'n elfde aan de eerste lessenaar werd gezet van het jeugdorkest van Bulgarije. Zijn debuut als solist viel een jaar later, in het Gewandhaus van Leipzig, waar het jeugdorkest met hem optrad in het vioolconcert in G van Mozart.

Met Beethovens vioolconcert was hij zowel bij het NedPhO te horen als bij Duitse orkesten en in Mexico City. Dublin hoorde zijn Dvorak. Hij was solist bij het London Philharmonic, en speelde Brahms met het orkest van Sofia. Het orkest waarvan zijn vader eerste klarinettist is.

Dat was goed beschouwd niet zo heel lang nadat zijn vader een redelijke viool én een deugdelijke strijkstok voor hem had gekocht - een aanschaf, waarvoor hij zijn auto moest verkopen. Nu helpt Eschkenazy zijn ouders de Bulgaarse winters door. 'De Bulgaarse overheid geeft niets meer uit aan cultuur. Orkesten verdwijnen. Van de orkesten die blijven, verdienen de musici zo weinig dat ze geen verwarming en electra meer kunnen betalen.'

In '96 werd Eschkenazy concertmeester van het Radio Kamerorkest in Hilversum. Hij woonde toen al zes jaar in Nederland, nadat zijn vrouw Angelina Attanasova violiste was geworden van het Radio Filharmonisch Orkest. 'Toeval. Het RFO reageerde als eerste. We hadden ook in Londen, Parijs of Duitsland kunnen wonen. Ze had overal briefjes heen gestuurd, zoals bijna alle Oost-Europese musici doen, omdat daar geen perspectief meer is. Een ex-klasgenote van mij was een fantastische pianiste. Raakt geen piano meer aan, ze heeft nu een baan bij een nette handelsfirma.'

Over de strijkersklank van het Concertgebouworkest: 'Prachtig, onvoorstelbaar, zo rónd. Ik heb gemerkt dat het communiceren met de strijkersgroep heel makkelijk gaat. Bij het repeteren geef ik de wenken van een dirigent graag meteen door. Ik zit daar zonder spanningen. Ik ben natuurlijk ook niet binnengehaald om dat orkest te vormen.'

De Guadagnini waar de concertmeester Viktor Liberman op speelde (een viool die eigendom is van het orkest), die wordt nu bespeeld door collega Alexander Kerr. Op wat voor een zou Eschkenazy eigenlijk willen spelen?

Eschkenazy, met een gezicht of hij jarig is: 'Een Stradivari zou mooi zijn. Ja, die zou goed van pas komen. Dat lijkt me een goed merk. Guarneri ook. De goeie zeg maar, de duurdere.'

Eschkenazy is niet dol op sigaren, zoals voorganger Koelman en collega Kerr. 'Dit gaat een heel saaie concertmeester worden', beslist impresario Peter Sánta.

Eschkenazy: 'Nee, ik houd van snelle auto's, dus wie weet.' Sánta: 'Zeker dat Peugeootje van je.'

Kerr belde. De aanvoerder van de tweede violen van het NedPhO belde ('Fantastisch voor jou, heel erg voor ons'). De aanvoerder van de NedPhO-cellisten belde.

Eschkenazy zou zijn voor-voorganger Herman Krebbers willen bellen. 'Die zal ik moeten opzoeken in het telefoonboek.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden