Fotoreportage

Erwin Olaf ging het bos bij Beieren in en kwam terug met zijn somberste fotoserie ooit

De bootsman in lederhosen. Beeld Erwin Olaf
De bootsman in lederhosen.Beeld Erwin Olaf

Betoverd was fotograaf Erwin Olaf toen hij het onaangeraakte bos zag dat naar een oude jachthut in Beieren leidde. Dat werd natuurlijk een serie over onze nietigheid in die overweldigende natuur. (Maar de fotograaf bracht voor het gemak wel zijn eigen nepsteen mee.)

‘Dit is de somberste serie die ik ooit heb gemaakt.’ Hij zegt het luchtig, misschien wel ’s lands beroemdste en/of geliefdste fotograaf. ‘Waar zijn we in godsnaam mee bezig? Wie denken we wel niet dat we zijn? We voelen zoveel hoogmoed ten aanzien van de natuur, terwijl wij mensen in wezen toch dinosauriërs zijn; straks zijn we er niet meer.’

Bijna twee jaar geleden werd Erwin Olaf 60. De tentoonstelling van zijn werk in het Gemeentemuseum en het Fotomuseum werd de best bezochte foto-expositie in Nederland, Michiel van Erp maakte een documentaire over zijn lange en veelbekroonde carrière. ‘Ik voelde me zo gelauwerd’, vertelt Olaf nu vanuit zijn studio. ‘Alleen: die veren zijn wel lekker, maar het inspireert niet, dus ik was zó blij toen ik weer merkte: hier wil ik wat mee doen.’ Dat gebeurde tijdens de voorbereiding van zijn overzichtstentoonstelling in de Kunsthalle in München, toen hij eind 2019 door twee boswachters meegenomen werd naar een jachthut van koning Ludwig II van Beieren in de Ammergauer Alpen. Mooi, zeker. ‘Maar de weg ernaartóé, waanzinnig. Overal waar je keek oude bomen, mossen, stukken bos die niet zoals hier geplant zijn, maar gewoonweg nooit in hun leven aangeraakt zijn. Jezusmina, dacht ik, wat zijn we eigenlijk nietig. En tegelijk begon ik te denken: die kluwen van zeven miljard mensen die maar over de aardbol vliegt, vlucht, emigreert of vakantieviert, is dat niet een beetje pervers? Het reizen van de mens en onze hoogmoed ten aanzien van de natuur kwam voor mij samen in dat woud.’ Afgelopen jaar, tijdens de zomerse verlichting van de lockdown, ging hij daarom terug en schoot in tien dagen de serie Im Wald.

Niet dat hij zelf zo’n natuurmens is, nou ja: ‘Alleen als er asfalt in de buurt is. Natuur is voor mij geen verwelkoming of troost. Nadat mijn vader overleed, heb ik mijn moeder meegenomen naar de Serengeti in Kenia. Gedurende onze hele safari had de natuur besloten om niet aanwezig te zijn. We hebben één struisvogel gezien die in zijn eentje enorm bronstig aan het doen was en een paar armoeiige antilopes, maar de rest was toevallig even ergens anders. Dat vond ik te gek. Dieren, planten, dat virus; het is geen kermisattractie maar het gaat gewoon zijn gang, volkomen onverschillig ten aanzien van alles. Dat kan iets fijns hebben, maar ook iets beangstigends. Een klein golfje terwijl je vlak bij de kust bent en je kunt zo verdrinken, want die golven blijven maar komen. Of je gaat van het bospad af, je valt, en je bent weg; dat is toch ook natuur. Zeker met mijn longen durf ik de laatste vijftien jaar niet zoveel.’

De leider op de steen. Beeld Erwin Olaf
De leider op de steen.Beeld Erwin Olaf
Vrouw met nikab. Beeld Erwin Olaf
Vrouw met nikab.Beeld Erwin Olaf

Hij zou niet ouder worden dan 60, voorspelde de arts die op zijn 36ste longemfyseem constateerde. Krijg je corona, dan overleef je dat waarschijnlijk niet, zei zijn huisarts vorig jaar. Geen wonder dat hij extra voorzichtig is, misschien wel bang, maar het hielp dat deze serie volledig buiten is geschoten met veel afstand. In één van de beelden staat Olaf zelf, als in een eerbetoon aan het schilderij Der Wanderer über dem Nebelmeer van Caspar David Friedrich, op een grote steen te kijken naar wat er uit de mist opdoemt; geen toekomst, eerder het einde van een verhaal. ‘Ik wil er niet te veel de nadruk op leggen, want ik heb het beste leven ever, maar je moet realistisch zijn; het is eindig. Het heeft er ook mee te maken dat ik een paar keer per dag niet verder kan door gebrek aan adem. Dat ik denk: even boven mijn sleutels pakken – boem. Forget it. Dan sta ik drie minuten stil, en dan sta ik dus drie minuten te denken.’ Opgewekt: ‘Ik wil het niet dramatiseren, maar het is een eindeloze bron van inspiratie.’

Nog even over die steen. ‘Triljoen stenen in dit bos, maar Erwin moet en zal zijn eigen nepsteen meenemen’, roept hij over zichzelf in de 10-minutendurende film die als making-of bij de fotoserie hoort. ‘Dat was handig, hoor’, zegt hij er nu over. ‘Zonder die eigen nepsteen had ik voortdurend op zoek gemoeten naar echte stenen die precies het beeld in mijn hoofd nabootsten. Ja, het is hoogmoed dat we voortdurend denken dat we de natuur naar onze hand kunnen zetten, maar ik doe het zelf ook. Natuurlijk. De wereld moet wel doen wat ik wil.’

De serie Im Wald is t/m 22 mei op afspraak te zien bij Ron Mandos Galerie in Amsterdam.

Het meer, een eerbetoon aan Die Toteninsel. Beeld Erwin Olaf
Het meer, een eerbetoon aan Die Toteninsel.Beeld Erwin Olaf

Erwin Olaf: ‘Ik logeerde in het Bayerischer Hof in München. In de ontbijtzaal zag ik een moeder in nikab met twee dochters, net als ik toeristen. Intrigerend beeld, ik wilde ze fotograferen als een eerbetoon aan Die Toteninsel van Arnold Böcklin. Maar de echte klik kwam pas toen ik tijdens de casting voor deze foto de bootsman zag, helemaal vol getatoeëerd, en ik dacht: dat is óók een zelfgekozen identiteit, een soort nikab. Het is allebei punk, zou je kunnen zeggen; je afzetten tegen de gevestigde orde.’

Zelfportret. Beeld Erwin Olaf
Zelfportret.Beeld Erwin Olaf

‘Deze foto spaart een psychiater uit. Normaal gesproken loop ik niet met zuurstof, maar nu waren we op 1.200 meter hoogte en was het nodig. Verdomme, dit wordt de toekomst, dacht ik. Leuk is het niet, dat ik zo’n zwakke broeder blijk te zijn, maar na zo’n foto kan ik er wel mee beginnen te dealen. Voor de buitenwereld lijkt het misschien een beetje theatraal, maar voor mij werkt het: ik klik door mijn eigen beelden en accepteer langzaam hoe het is.’

Portret met partner Kevin. Beeld Erwin Olaf
Portret met partner Kevin.Beeld Erwin Olaf

‘Ik wilde graag een keer een foto over onze relatie maken. Er zit twintig jaar tussen ons; ik ben bijna 62, Kevin is 41, en ik merk dat de verschillen groter worden. Ik voel me niet onrustig als ik een avondklok moet gehoorzamen, maar hij moet dansen en uitgaan. Dat had ik toen ook. Boos zijn op de wereld, ten strijde willen trekken, iedereen aan de kant bellen op het fietspad en denken: ik ben het centrum van de wereld; dat is toch wel veranderd. Ik zoek nu de rust, word naar de rand gecentrifugeerd. Deze foto gaat daarover; we zijn onderdeel van een karavaan en langzaam maar zeker merk ik dat ik achterop raak, terwijl mijn partner verdergaat. Dat moet ook, en dat wil ik ook, dat hij gewoon doorloopt en er het beste van maakt.’

Denkend aan The Swimming Hole, maar met een vrouw als leider. Beeld Erwin Olaf
Denkend aan The Swimming Hole, maar met een vrouw als leider.Beeld Erwin Olaf

‘Ik wilde refereren aan The Swimming Hole van Thomas Eakins, dat lenteschilderij uit de 19de eeuw, maar dan met een vrouw als leader of the pack. Dus dan laat je iemand wijzen, want dat doen presidenten ook altijd. En ook daarvoor had ik die grote nepsteen bij me.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden