Erven Joodse handelaar vangen bot

Schilderijen niet onder dwang verkocht aan nazi’s...

AMSTERDAM De erfgenamen van de Joodse kunsthandelaar Kurt Walter Bachstitz hebben de Staat tevergeefs gevraagd om teruggave van 25 schilderijen. De zogeheten Restitutiecommissie, die adviseert over roofkunst, oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn dat de in Den Haag gevestigde handelaar in de oorlogsjaren onder dwang kunst verkocht aan de nazi’s. Hij zou zich aan het begin van de oorlog ‘vrijelijk’ op de markt hebben kunnen bewegen, dankzij connecties die hem beschermden tegen de bezetter. Minister Plasterk van Cultuur volgt het advies.

Alleen de claim op Capriccio met ruïnes van Pietro Capelli, uit museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, is toegewezen. Bachstitz verkocht dat in 1943, toen de Duitse politie hem begon te verdenken van hulp aan Joden.

Het Rijk zal nog drie schilderijen afstaan. Erven van de Joodse verzamelaar Wilhelm Mautner claimden met succes De onthoofding van Johannes de Doper van F. Timmermann en Het kantoor van een belastinginner, een kopie naar P. Brueghel. Deze werken hangen nu in het Bonnefanten in Maastricht. Het aquarel Paarden bij een stal van W. Verschuur II keert terug naar nabestaanden van Eduard Hollander.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden