Erven graaf azen op Weense Vermeer

Verkoop aan Hitler zou gedwongen zijn geweest...

Van onze verslaggever Rob Gollin

AMSTERDAM De erfgenamen van een Oostenrijkse graaf hebben hun zinnen gezet op het schilderij De schilderkunst (1666-1668) van Johannes Vermeer. Ze beweren dat de vroegere eigenaar, Jaromir Czernin, in 1940 het werk onder dwang heeft moeten verkopen aan Adolf Hitler, die in Linz een museum wilde inrichten met louter topstukken. Het werk hangt sinds 1945 in het Kunsthistorisches Museum (KHM) in Wenen. De geallieerden troffen het aan het eind van de oorlog aan in een zoutmijn, te midden van andere kunstwerken.

De Schilderkunst geldt als een uitzonderlijk stuk in het beperkte oeuvre van Vermeer – hij maakte ruim dertig schilderijen. De afmetingen – 118,4 bij 99,5 centimeter – zijn ongewoon groot. Aangenomen wordt dat de schilder zichzelf afbeeldde, aan het werk, met de rug naar de kijker gekeerd; van hem zijn verder geen zelfportretten bekend. Hij heeft het ook nooit verkocht. Het doek was in 2005 voor het eerst sinds lange tijd in Nederland, en hing in het Mauritshuis.

De claim heeft het KHM verrast. Czernin eiste kort na de oorlog tevergeefs het schilderij op. Gedwongen verkoop werd destijds in twijfel getrokken. De graaf had 1,6 miljoen rijksmark ontvangen. In een brief aan Hitler sprak hij de hoop uit dat ‘mein Führer’ steeds veel plezier aan het schilderij zou mogen beleven. Nadat Oostenrijk in 1998 teruggave van roofkunst versoepelde – in New York had de douane op verzoek van vroegere eigenaren beslag laten leggen op twee doeken van Egon Schiele – volgde een nieuw onderzoek. Dat leverde geen andere aanknopingspunten op.

Volgens de advocaat van de erven Czernin tonen nieuwe documenten aan dat de graaf wel degelijk onder druk stond. In Der Standard verklaart Andreas Theiss dat Czernins tweede vrouw als Mischling vervolging door de nazi’s moest vrezen. Ze diende een Jodenster te dragen. Bovendien had Hitler al in 1935 gezegd dat hij ‘die Vermeer moest hebben’. Pogingen van Czernin om het werk aan anderen te verkopen, liepen op niets uit.

Volgens Theiss had Czernin uiteindelijk geen keus. ‘Hij moest verkopen om zijn familie te redden.’ Dat zijn vrouw niet is opgepakt, zou onderdeel van de transactie zijn geweest. Dat geldt ook voor het schrijven van de bedankbrief aan Hitler. De advocaat meent dat de ontvangst van 1,6 miljoen geen rol speelt als vaststaat dat er ‘onrechtmatige druk’ is uitgeoefend. Aanvankelijk wilde Czernin 2 miljoen hebben voor het werk.

In een eerste reactie liet de commissie die de claim zal beoordelen in Der Standard weten niet de indruk te hebben dat er nieuwe feiten boven tafel zijn gekomen, maar dat de kwestie weer zal worden onderzocht.

Wat de erfgenamen van plan zijn met het doek als hun verzoek om teruggave wordt gehonoreerd, is volgens Theiss nog geen onderwerp van gesprek geweest. Het liefst zou hij zien dat de Staat het werk aankoopt – en dat De Schilderkunst blijft waar het al decennia hangt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden