'Ergens toch moet er een grote moeder zijn'

ZONDER HOOP aan het jaar beginnen, dat was de kerstboodschap die de Vlaamse schrijver en dichter Luuk Gruwez enige tijd geleden gepaard deed gaan met zijn beste wensen....

Die onaangepastheid is de sterke kant van Luuk Gruwez (1953). De lezers van het De Standaard Magazine en Humo kenden hem reeds als columnist, maar voor het eerst manifesteert hij zich als zodanig in Nederland met Slechte gedachten, een keuze uit de stukken van de laatste vijf jaar.

In zijn gedichten (Vuile manieren, 1994) en autobiografisch proza (Het land van de wangen, 1998) heeft Gruwez zich bewezen als stilistisch begaafd romanticus, die met compassie en gevoel voor humor zijn jeugd, de levens van (al dan niet excentrieke) familieleden en andere vergeefsheden voor de gapende vergetelheid tracht te behoeden. Deze man columns laten schrijven, is een daad van vermetelheid van zijn opdrachtgever. Bovendien moet de gelegenheidscolumnist zelf vooraf hebben geweten dat hier weinig eer aan te behalen zou zijn. Voor zo'n tijdloos - en dus per definitie oneigentijds - program krijgt niemand ooit de handen op elkaar. De enkelingen die de auteur tot zijn publiek kan rekenen, zijn er te schuchter voor.

In de eerste column prijst Gruwez heimwee aan als 'weemoed uit een chique boetiek'. In een volgende hekelt hij de onuitroeibare mode die hedendaagsheid voorschrijft: 'Wij zijn volop bezig met verblijven. Ik vind: het is beter verbleven te hebben.' Midden in de jaren negentig gaat Gruwez er in zijn column eens voor zitten om de twee poetsvrouwen uit zijn vroegste jeugd te gedenken.

Alsof hij het erom doet, te demonstreren dat spektakel en ideeën nog geen schrijver maken, zet hij zijn stijl en sentiment in om een paar onderwerpen aan te vatten die elke weldenkende collega links zou laten liggen, muf en uitgekauwd als ze feitelijk zijn.

Zo heeft Gruwez een oudoom Oswald van 94 jaar, die al wat in hem leeft met geurend geschetter via mond en kont de vrijheid verleent. Zou het kunnen dat deze ongekroonde koning van boer en wind zo oud is geworden dankzij de tolerantie die hij betracht tegenover de woelingen van zijn ingewanden?

't Is beter geveesten dan kwalijk gevaren, dichtte Anna Bijns al in een roemrucht refrein over een zusterke dat een heel convent in verwondering bracht over de oerkracht waarmee zij uit haar achterste placht te hoesten.

Maar dat was de zestiende eeuw. We kunnen hierom in de lach schieten, omdat we dat van Anna Bijns niet hadden verwacht, een versje over een zuster zo weergaloos winderig dat ze een ooievaar uit het nest kon schijten.

Met poep en pies kun je nu evenwel moeilijk aan komen zetten. Behalve als je Luuk Gruwez heet, en zelfs een stukje durft te schrijven over een hondendrol op je stoep, 'zo'n perfect gedraaid meesterwerkje, een bouwkundige krachtproef, zwierig gesigneerd door een foxterriër die na afronding moet gedacht hebben: beter kan ik niet; laat nu, Heer, uw dienaar in vrede gaan.'

Als in Nederland op neutraal terrein een hooligan-wedstrijd heeft plaatsgevonden met een dode als uitslag, stelt Gruwez een WK-hooliganisme voor. Politiek incorrect, en waardeloos als bijdrage aan de toentertijd gevoerde discussie - maar wat een schrijfplezier straalt af van dat stukje! Na een optreden op het Utrechtse festival Nacht van de Poëzie stelt de dichter misnoegd vast dat zijn autoradio is gestolen; onderwerp van niks, maar ook die column is een genoegen om te lezen.

Gruwez deed mee aan het Groot Dictee, en Gruwez werd tweede. Gruwez is een voorstander van het rookverbod, juist omdat hij een kettingroker is, want 'stiekem maakt alles mooier'. Over roddelen gesproken: Gruwez kan er niets aan doen dat hij sympathie heeft voor deze typische hebbelijkheid van kwatong en viswijf: 'Vaak spreken ze mijn - hoe moet ik het noemen - 'mededogen' aan, vooral als zij oud zijn, een chronische ziekte hebben, een hyperkinetisch kind en daarenboven een veel te schamel pensioen. Te moeten leven van andermans nieuws, gesprokkeld vanachter gordijnen die permanent op een kier staan: dat getuigt van grote eenzaamheid.'

En daar nu is deze geboren romanticus bijzonder gevoelig voor. Het is een waagstuk dat hij opzettelijk veelal futiliteiten behandelt en zichzelf als pantoffelheld positioneert, zonder in de kuil van de valse bescheidenheid te donderen.

Hij kan zich eenvoudig niet anders voordoen dan als de secundair reagerende goedzak. Zij het dat hij wél goed weet hoe zijn verlegenheid en traagheid op papier uit te buiten. Zodat deze collectie Slechte gedachten de samenhang van een bescheiden, maar fraai boeketje krijgt.

Gruwez woont in Hasselt, Belgisch Limburg, de plaats van An en Eefje die door de pedofiele crimineel Dutroux werden vermoord. 'U voelt er vast niets meer bij. De actualiteit is wat men morgen vergeet. U drinkt weer een glas, plast weer een plas en u maakt weer kindjes. Gisteren stond ik aan het graf van Eefje.'

En zoals de Amerikaanse dichteres Elizabeth Bishop een smerig klein pompstation vereeuwigde in een gedicht dat uitmondt in de onvergetelijke uithaal 'Iemand heeft iedereen lief' (vertaling J. Bernlef), zo schuwt Luuk Gruwez de grote woorden evenmin. Net als bij Bishop is het de stijl die die woorden stut en ze de geldigheid schenkt van hartenkreten die recht hebben op hun pathos: 'Ergens moet er iemand zijn die alles samenlegt, die verzamelt wat verloren is, die voltooit, verenigt, vindt. Ergens toch moet er een grote moeder zijn.'

Deze bundeling logenstraft de idée reçue dat een boek noodzakelijkheid dient te bezitten. Geen van de onderwerpen die Gruwez aansnijdt, noch ook maar één van de meningen die hij ten beste geeft, kunnen hier aanspraak op maken. De columns uit Slechte gedachten zijn geschreven naar aanleiding van, maar moeten het niet hébben van de actualiteit. Het gaat hier derhalve niet om een vluchtig consumptieartikel maar om literatuur; dan kan het licht gebeuren dat zo'n bundel in de cul de sac der overbodigheid teloorgaat.

Niemand vraagt om literatuur. Zij behoort tot het domein waar de afgoden Nut en Geld nooit voldoende vat op krijgen. Zij zingt van andere dingen: heimwee, liefde, de ijlheid van het verlangen boven de harde valuta van de vervulling. Liever dan de mening de gedachte, want die hoeft zich niet uit te sloven om uitgesproken te worden.

Geen gesneden koek voor een columnist, die in de regel uit is op instant succes en met dergelijke 'eeuwige' zaken weinig op heeft. Het is daarentegen de brandstof van de literator. Uit de aard van zijn professie is die er immers van doordrongen dat waardevol en noodzakelijk in het geheel niet samen hoeven te gaan.

Luuk Gruwez: Slechte gedachten.

De Arbeiderspers; 169 pagina's; fl. 29,90.

ISBN 90 295 2161 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden