Ergens hangt een knuppel, maar waar?

In zijn eentje belichaamt hij de jazz-geschiedenis: drummer Pierre Courbois. Binnenkort viert hij zijn veertigjarig jubileum. Jazz ziet hij als groepsimprovisatie....

'WE schijnen tegenwoordig 120 te kunnen worden, dus ik ben pas op de helft.' Jazzslagwerker en componist Pierre Courbois wordt op 23 april 60, en zit dan veertig jaar in het vak, maar hij blijft verzot op het 'spelen met zijn jongensclub', en zit boordevol plannen.

Op 24 april, als zijn jubileum wordt gevierd, houdt hij met zijn 'dubbelkwintet' een groot aantal nieuwe stukken ten doop (alle gearrangeerd door iemand anders, van oude kompaan Willem Breuker tot jongeren als Martin Fondse en Jasper Blom) en presenteert hij zijn nieuwe cd.

Courbois belichaamt in z'n eentje de jazzgeschiedenis: hij begon als banjo speler in een dixieland-orkestje, debuteerde als drummer in een hardbop-formatie, ging als een van de eersten in Nederland free jazz spelen, was daarna met de succesvolle groep Association PC een van de Nederlandse fusionpioniers, experimenteerde begin jaren tachtig al met wat nu wereldmuziek heet en maakt vanaf 1992 de cirkel rond met Jubilation, waarin hij een persoonlijke invulling geeft aan de achter hem liggende tradities.

Twee belangrijke eigenschappen hebben hem hierbij nooit verlaten: zijn toewijding aan een slagwerkstijl die niet alleen krachtig en virtuoos is, maar ook melodisch en harmonisch interessant, en een zeldzaam meesterschap over ongebruikelijke maatsoorten. Vijfkwarts, zevenkwarts, elf-achtste - Courbois laat ze dansen en zingen.

Hoewel hij geplaagd wordt door een aangeboren afwijking aan de haarvaten, die in de vorm van aderontstekingen en ander ongerief soms het spelen bemoeilijkt, blijft Courbois enthousiasme en levensvreugde uitstralen, ook tijdens het gesprek op zijn Arnhemse woonboot, dat geregeld wordt onderbroken door aanstekelijk geschater. Hij heeft geen moeite met ouder worden, behalve dat het lastiger wordt muziek van buiten te leren.

'Misschien zijn m'n hersens gewoon vol. Op mijn computer krijg ik soms zo'n bericht: Memory full. Ik zou m'n hoofd eens moeten defragmenteren.'

Zoals iedereen van zijn generatie heeft Courbois het vak al doende geleerd. 'We gingen gewoon spelen, en ontdekten dan dat we ergens geen reet van begrepen. Dan zochten we iemand op die daar alles van afwist. Het spelen met brushes is een goed voorbeeld. Ik dacht: wat zit ik hier toch te rotzooien, ik doe maar wat. De grootmeester van de brushes, Kenny Clarke, woonde in Parijs. Dus één keer per maand liftte ik daar naartoe voor een lesje van anderhalf uur. Kun je je voorstellen dat jonge muzikanten zoiets nu nog doen?'

Courbois zag jazz altijd al als groepsimprovisatie, en was niet tevreden met de rol van simpele begeleider. Niet alleen zijn eigen techniek moest dus worden verbeterd, ook de mogelijkheden van zijn instrument. 'Het valt me op dat trommels vaak zo godsgruwelijk vals klinken. Aan het eind van een nummer hoor je vaak dat de drummer nog een roffel op de tom-toms geeft, en nog een hengst op de bass-drum, en die staan dan een toon te laag. Een heleboel mensen schijnt het niet op te vallen, ik vind het vreselijk. Als ik soleer, wil ik dat doen in de toonaard van het stuk.

'Dus ging ik op zoek naar een manier om de trommels, vooral de tom-toms, tijdens het spelen bij te stemmen. In het begin blies ik er lucht in met een slangetje, maar die dingen lekken altijd als de pest. Toen heb ik pedalen ontworpen waarmee je de spanning van het vel kunt aanpassen. In feite bestond zoiets al bij concertpauken, ik heb er een soort miniatuur-uitvoering van gemaakt.

'Ik wil altijd zo veel mogelijk tonen tot mijn beschikking hebben. Ik speel niet alleen het ritme, ik leid de solisten in een bepaalde richting. Ook de akkoord-overgangen geef ik aan. Daarom ging ik al heel vroeg, lang voordat veel rockdrummers dat deden, met twee bass-drums werken, verschillend gestemd. Eén gedempt, de ander niet, de ene met een houten bol, de andere met een vilten, en dan varieer ik de tonen ook nog door met m'n voet het vel strakker te spannen. Bovendien gebruik ik een dubbel pedaal, zodat ik als het ware kan roffelen op de bass-drum, voor een lekker vet geluid. In dat pedaal heb ik wat verbeteringen aangebracht, die zijn gepatenteerd, dus daar krijg ik af en toe nog wat geld voor. Alle kleine beetjes helpen.

'Mijn derde vinding is een gong met een bass-drumpedaal. Ik was altijd dol op gongs, maar hoe gaat dat: je zit te spelen, het wordt tijd voor een mep op die gong, en er hangt ergens een knuppel, maar waar? Altijd aan de verkeerde haak. Dus wat is er simpeler dan zo'n pedaal? Toch heeft het nooit navolging gekregen.'

Dat hij vaak als eerste Nederlander een nieuwe stroming verkende, verklaart Courbois op soortgelijke manier. 'Er deed zich een muzikaal probleem voor, dat moest worden opgelost. Na jaren banjo spelen met een akkoordenboekje voor m'n neus was ik het zo zat dat ik dacht: kun je zonder harmonisch schema? Ornette Coleman inspireerde ons om het te proberen, en het bleek te kunnen. Toen kwam Albert Ayler, die het doorgaande ritme afschafte. Zou het dan nog wel kunnen swingen? Natuurlijk, alleen op een andere manier.

'Jazzdrummers maken vaak zo weinig gebruik van de mogelijkheden die we hebben. Nog steeds houden sommige mensen vol dat je niet kunt swingen in 5/4. Wat een onzin. In de Balkan dansen ze op straat in negenkwartsmaat. Ik geef twee soorten workshops: spelen met brushes, en spelen in vreemde maatsoorten. En dan is er een vervolgcursus: vreemde maatsoorten spelen met brushes! Er wordt vaak op ons neergekeken, maar in feite zijn we multi-instrumentalist. Een drumstel is niet één instrument. In een symfonie-orkest heb je vier, vijf man nodig voor wat wij doen.

'Ik heb altijd naar alle soorten muziek geluisterd, en gelukkig doen jonge Nederlandse jazzmuzikanten dat ook steeds meer. Je moet internationaal denken, want we staan overal goed aangeschreven. Er gebeurt hier nu ook veel meer interessants dan in de VS. New Orleans bijvoorbeeld: niets te beleven. In een plaatsje daar in de buurt zag ik vorig jaar een Oktoberfest, kun je nagaan. 'German oompa-pah music', de helft van het orkest bestond uit zwarte jongens met lederhosen.'

Pierre Courbois' Jubilation, aangevuld met vijf saxofonisten, speelt op 24 april in Arnhem en vanaf 20 mei door het hele land.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden